Monthly Archives: March 2011

Gewend of verwend?

In de week dat ik een groepje dolfijnen zie, zomaar tijdens het hardlopen, concluderen we ook dat we meer ondernemen dan thuis. 
Ik heb nog wel even gedacht dat de dolfijnen haaien waren. Ik wist even niet meer dat ook dolfijnen een vin op hun rug hebben, of heb dat misschien nooit geweten, maar ik heb een plaatje opgezocht. Bovendien – bedacht ik me later – hadden haaien de snorkelaars die 100 meter verder zwommen vast opgegeten.


Inmiddels zijn we 2 maandjes hier en beginnen we wat meer te ondernemen. Met een auto waar de kinderwagens in passen, houdt niks ons meer tegen. Alhoewel niks, we vinden het best spannend om op pad te gaan. Want wat kan je wel en niet doen? Wat is veilig? Je kunt niet zomaar de weg vragen of even ergens stil staan om op je gemak de kaart te bestuderen. Zeker niet met drie apen achterin. Het verantwoordelijkheidsgevoel is hier nog veel sterker dan thuis merk ik.


Maar goed in feite houdt niks ons dus tegen, dus op naar Essenwood market. De routeplanner kent het niet, maar wel Essenwoodroad. Een kind kan de was doen. Het is daar vast in de buurt. Nou, we hebben die road gevonden en nog zeker 48 andere roads waaronder soms dezelfde een paar keer. De gezellige rit wordt opgeleukt door onder meer de 7 kleine geitjes vertolkt door b-acteurs, want een efteling cd. Uiteindelijk vinden we de markt, waar we al een kwartier omheen cirkelen. En met die markt ontdekken we toch ook een voordeel aan een land waar iedereen alles met de auto doet. Iedereen zoekt plekjes waar kinderen zich kunnen vermaken, dus overal zit een speeltuin met picknickplaatsen bij en overal kan je de lekkerste broodjes scoren. Het restje van mijn niet opperbeste gemoedstoestand maakt wel dat Joost zijn broodje afstaat aan de jongen die de auto bewaakt heeft. Ik geloof dat ik nog nooit iemand zo blij heb zien kijken.


We hebben de smaak te pakken. Dus Joost en ik doen een ochtendje Durban samen. Op de terugweg staan we met de Fortuner voor een verkeerslicht. Het is aan de rand van Durban en er staan vreselijk veel verkopers van troep. We hebben de raampjes dicht en schudden driftig met ons hoofd dat we niks hoeven. Maar dan wijst 1 van de tandenloze hoedenverkopers heel erg naar het rechtervoorwiel, we moeten echt even kijken, echt. Je weet dat je het niet moet doen, maar we twijfelen wel. Uiteindelijk doen we het niet, maar ik vraag Joost nog wel een paar keer ‘wat was het nou?’. Terwijl hij dat natuurlijk ook niet weet.  Thuis constateren we dat er niks aan de hand is. En dat voelt toch raar. Want wat als je je raampje open had gedraaid. Had de jongen dan alleen hoeden naar binnen geduwd?


Tijdens een extra vrije dag doen we weer een toeristische atttractie, we gaan krokodillen kijken! Over 200 meter linksaf, horen we in vloeiend Nederlands. Onze GPRS dame leidt ons zorgvuldig door een kleine township naar Crocodile Creek. Deze toeristische aanvliegroute, voorafgaand aan de geprogrammeerde culturele uitspatting, is niet bepaald gepland.  Achter ons een goudkleurige Honda. ‘Oh gelukkig’ zegt Joost. ‘Er zitten Nederlanders, uhh blanken, achter ons’. Mij kan je helaas al opvegen. Want stel dat het een blanke man is, die ons achtervolgt? Joost vindt het ook niet relaxt. We worden steeds heftiger heen en weer geshaked op de met kiezels geplaveide zandweg omdat we steeds ietsje sneller gaan.


De eigenaar van Crocodile Creek bevestigt dat het geen fijne route is. Zeker niet tijdens een public holiday. Zoals vandaag. 
Met deze louterende woorden en de terugtocht in het achterhoofd gaan we – samen met de toeristen uit de goudkleurige Honda – geheel relaxt krokodillen kijken.  Boris wordt (overigens net als de grotere mannen) vereeuwigd met een kleine krokodil in zijn handen en we zien hoe de krokodillen in twee happen kippen verslinden. De kinderen krijgen een ijsje ‘oh Luus, we hebben geluk, we mogen een ijsje!’. En we rijden terug. 
Niks meer en niks minder. We zien mensen lopen, elkaar groeten en kinderen spelen. 
Het meest vreemde aan de tocht is misschien wel de GPRS. Die je keurig en volledig neutraal links en rechts dirigeert, terwijl je verwacht; ‘Over 200 meter linksaf, maar ik zou het niet doen. Joehoe, keer om, keer om… Keer om!’


Conclusie van al die ritjes: We zijn gewoon (nog) helemaal niks gewend.

Upgraden


In de week dat we het witte autoparadijs (tot nu toe gedomineerd door een renault clio) aanvullen met een Fortuner, voel ik me net Shrek.


Niet dat ik ineens groot en groen ben, maar in Shrek 4 wenst Fiona dat elke dag min of meer dezelfde invulling heeft. En Shrek vindt het vreselijk. Dus. 
De supermarkt is ineens gewoon de supermarkt alleen dan een hele langzame supermarkt. School is gewoon school, maar dan waar je met de auto heen moet. En het ontwijken van de maids resulteert in overal behang en beesten van behang, maar ik ben onderhand wel door de muren heen. 
En in de tussentijd worden thuis vriendinnen zwanger, wordt er getrouwd en worden feestjes gevierd. Maar goed na 7 maanden wil je niet meer weg. Schijnt. Dus ook dit sprookje eindigt vast goed. Een koets, inclusief witte paardenkracht, hebben we in ieder geval vast te pakken.


Want, welke kleur Fortuner we willen? Dus wij kijken op de Toyota site, wikken en wegen… Donkerblauw! Duurt twee weken voordat we horen dat eigenlijk alleen wit een optie is. Hadden we kunnen weten. Op de een of andere manier zeggen Zuid Afrikanen eerst altijd ja: ‘Yeeeh of course, we can arrange that mem’. Maar achteraf blijkt altijd, dat de mensen van het paleis dat ze ‘100%’ willen verhuren, toch niet willen verhuren. Blijkt dat het toch niet dit weekend lukt om de huurauto te leveren, blijkt dat we toch niet kunnen braaien. 
‘100%’ betekent ‘misschien, maar waarschijnlijk niet’. En als ze zeggen dat ze de Toyota ‘now now’ komen leveren betekent dat ook over anderhalf uur.
Hopelijk kan Joost zijn natuurlijke neiging om stilstaande objecten te raken onderdrukken en ik zal de parkeerhulpmeneer van het pleintje bij de sportschool spekken. Want hij is niet alleen wit, maar vooral erg groot.


En in de sportschool volg ik een lesje kata-box (omschrijving: voor als je wat uithoudingsvermogen hebt). Denk ik. De warming up bestaat namelijk ineens uit allerlei vrolijke heupwiegende pasjes. Ik kan voor geen meter meekomen. De leraar knipoogt en scandeert door zijn microfoon ‘no worries babe’. En babe voel ik me al helemaal niet. Overigens doe ik niet onder voor mijn – overwegend 55+ – collega danseressen, maar die heupwiegen er, uitbundig naar de leraar glimmend en in alle toonaarden ‘oei’ roepend, vrolijk op los.


Het is een lesje Salsa en de katabox en alle andere intensieve lesjes zijn vooral vroeg. Vanaf 5.15 kan je terecht voor je workout. Met 1 belletje naar Fizzy heb ik het abonnement omgezet. En Fizzy is echt een hele normale naam. Net als Lovemore, die ons huis heeft geverfd, Patience, de serveerster in een eettentje en Honey, die ons recent een platinum abonnement op het waterpark Ushaka heeft verkocht.


Niet dat er iets anders is dan platinum, dus het kan net zo goed jaarabonnement heten, maar uiterlijk vertoon is hier toch ook wel een dingetje. Ook letterlijk overigens. Zo laten veel vrouwen hier hun borsten ‘doen’. Zitten ze ook totaal niet mee, op (kinder)feestjes worden ze uitgebreid bewonderd en worden telefoonnummers uitgewisseld van de behandelend arts. En om je leven nog meer vorm te geven kan je bijvoorbeeld ook je overtollige beharing helemaal laten weglaseren, of kiezen voor ‘een Brazilian’.


De kinderen vinden het waterpark geweldig. En ze leren steeds meer Engels. Boris heeft sinds een week elke dag een uur Engelse les op school. Hij gebruikt zelfs al per ongeluk Engelse woorden die hij dan – heel attent – voor ons weer vertaalt. Gelukkig houden de kinderen door ons ook hun Nederlands goed op peil. Zo wilde Boris laatst niet de rozijntjes van Lucie opeten. Want ‘mama, ik ben toch geen malle Eppie dat ik altijd alles maar opeet’?


Een week vol ‘upgraden’ dus, van wagenpark tot Engelse vocab.

Cultuurshock







In de week dat we ontdekken dat ‘please bring costume’ betekent ‘neem je badkleding mee’ en dus niet ‘verkleed je kind als superheld’, bezoek ik ook voor het eerst een cafe. 
Over het eerste: gelukkig is Boris 5 (en man) en heeft hij niet gemerkt dat hij de enige Zorro op het feestje was. Over het tweede: een eerste tochtje door donker Afrika, in de avond, alleen, voelt best stoer. Ik heb wel een beetje snel gewandeld naar de auto en al voor ik zat met 1 druk op de knop alle deuren gelockt, maar elke overwinning is er 1.


Later meer over het cafe, eerst wat meer over de andere kant van Zuid Afrika. Op woensdag ben ik mee geweest met een Nederlandse dame die al een aantal jaar bijspringt op een school in een community in Mount Moriah, een half uurtje rijden van het estate. 
Inge knutselt elke woensdagochtend met kindjes van 5 en 6 jaar en geeft hen zo even het gevoel dat ze kind zijn. Bovendien leren ze ook wat. Hoe ze eruit zien bijvoorbeeld. Ze hebben geen spiegel en foto’s zorgen voor veel hilariteit. Knutselen dus, met kinderen die geen ouders hebben, maar vaak wel hiv/ aids en van wie de oudere broers en zussen naar school kunnen omdat de jongere kinderen hier worden opgevangen. 
Niet perse leuk, maar sinds ik hier ben voel ik me steeds witter. Vanuit mijn veilige witte auto, met matching witte zonnebril, rijdend van priveschool naar sportschool, supermarkt en strand, om dat witte een beetje op te fleuren, heb je de 20 miljoen mensen die op of onder de armoedegrens leven niet bepaald op je netvlies. 
En dus wil ik iets doen. En iets anders dan het peuteren van prijsstickertjes van de dure vis zodat de maid het niet ziet. En ook iets anders dan het snel wegstoppen van alle plastic schoenen die ik hier koop. Ik weet niet wat het is, maar ik heb hier een obsessie voor plastic schoenen ontwikkeld en sla geen 10 euro (100 rand) winkel over.


Dus, op naar Mount Moriah. We moeten een beetje snel zijn en mijn auto staat in de weg. Of ik die even wat kan verzetten. Geen probleem, ik houd graag van duidelijke opdrachten. 
Dus hup, daar zit ik. Aan de kant van de auto zonder stuur. Het zullen toch iets van zenuwen zijn misschien. En mijn haat liefde verhouding met dit soort vrijwilligerswerk. Grote knutselende witte vrouwen met zielige zwarte kindjes. Maar zeg nooit nooit. Toen we vanochtend naar school reden en Boris een blijvende glimlach had gecreeerd, maar dan van chocoladepasta, heb ik die ook met een beetje spuug weggepoetst. Het is dat ik geen zakdoekje had om een puntje van nat te maken.

Het knutselen was een groot succes. 54 kinderen in 1 klas, zonder leraar, die (overigens net als ik) geen ‘ipsy wipsy spider’-song kenden en die spin al helemaal niet konden uitknippen, maar wel straalden. Ze lachten hun bruine tanden bloot. Tussen de voorste tanden een Rob de Nijsje, maar dan bruin en ook de kiezen waren al half weggerot. Overigens zie je overal ontregelde gebitten. Alles en iedereen mist wel 1 of meerdere tanden.


Zo ook de mensen in het cafe downtown, mijn eerste avondtripje alleen met 2 Nederlandse dames. 
Alhoewel downtown, lekker ontbijten doen we in een grote mall of aan de parkeerplaats van een grote mall en dit cafe was direct naast een doorgaande weg. 
We ontmoeten gelijk een Zuid Afrikaanse die maseuse is op een cruiseschip. Een beetje een verlepte dikkige Kate Winslet die DOL is op Nederlanders en vooral op de weed. Die een maand voordat ze de weer moet varen clean moet zijn en dat is nu. Zo vertelt ze heel serieus en knetterstoned een keer of 28…. Maar goed, als ze terugkomt met een fles wijn in de ene hand, heeft ze een vijftiger met zonder al teveel tanden in de andere. Ik vraag me serieus af wat ze met hem moet, maar niets is wat het lijkt hier. 
Een groepje donkere mensen bij elkaar is niet gevaarlijk, want 90% van de mensen hier is nu eenmaal donker. 
En dit is dan ook de DJ van de bar en dat geeft hem blijkbaar voldoende status om af en toe een kusje uit te wisselen met onze Kate. DJ van deze -zo blijkt – karaokebar. En karaoke is een serieuze aangelegenheid. Ook echt mooi overigens, maar de houseversie van ‘I’ve had the time of my life’ incluis het ‘I I I I’ en het ‘dirty bit’ dat af en toe oppopt, moet je niet willen karaoken.


Om 22 uur taai ik af, ik moet immers nog alleen terug naar huis en Bobbie wordt tegenwoordig om 5 uur wakker. Genoeg tijd dus om brood te bakken met de supersonische broodbakmachine. 
Het ‘kan niet mislukken’ broodbakmeel is achtergebleven in Nederland. Beleid van de verhuismaatschappij. Best gek, want we (ik) hebben hier nog wel chocolade Sinterklazen opgegeten. 
Betekent wel dat we hier nieuw meel hebben gekocht. Waarschijnlijk meel dat ze hier ook voor alle zogenaamde en niet te eten sandwichbroden gebruiken, want we hebben het voor elkaar gekregen om het goorste brood ooit te bakken. Wel sneu, Joost kijkt zo benieuwd als ik de eerste hap neem, maar het is niet te verbloemen, om maar in vaktermen te blijven.


Boris en Lucie vermaken zich nog steeds prima. De picknick in de botanische tuin was erg leuk. We zijn maar een klein beetje verkeerd gereden en daarvan raakten we ook maar een klein beetje in paniek. Boris heeft alweer een verjaardagsfeestje gehad en dat heeft ook weer een leuke moeder opgeleverd die met kids en – hoe toevallig – Nederlandse man is komen bbq’en. De eerste bbq, vanaf nu heet het dus braaien!


Dus. Een week vol grote en minder grote cultuurshocks.


Settelen EN integreren

In de week dat Boris echt naar een andere klas wil: ‘Echt mama, deze klas is stom en ik heb echt geen vriendjes, echt niet’, komt ook onze container met eigen spullen aan. 


Ik doe open en de verhuismanager (die sjouwt niks, blijft buiten staan en tekent op een briefje de doosnummers af) vraagt ‘and are you working for Unilever?’. Nou ‘no’ dus. ‘Ah, than you’re a housewife’, lispelt hij vriendelijk glimlachend door de ontbrekende tand in zijn mond. 
Nu weet ik heus wel dat ik niet werk, maar om dat zo hardop te zeggen vind ik echt een beetje flauw. En confronterend. ‘Uhm, well I guess so’ zeg ik dus maar. En toen ik heb er nog eens over nagedacht. En ben tot de conclusie gekomen dat het eigenlijk nog veel erger is. Want ik maak sinds we hier zijn helemaal niks meer schoon. Ik heb geen ongewassen kleren meer aangeraakt en ook geen schone overigens en als ik doodvermoeid thuis kom na een spinningles om 10 uur am., liggen de kussens al schuin opgeschud in de bank. 
Die leg ik dan weer recht, dat dan weer wel. 


Goed, de container. Van andere expatters hebben we gehoord dat het uitpakken een groot kerstfeest is. Het is namelijk heeeel leuk om die dozen uit te pakken. Nou misschien de eerste 4. Voor de rest pak je namelijk gewoon dingen uit die je al had. En het is helemaal niet leuk, maar eerder onhandig om dingen te krijgen die je al had. Dus. Tot zover het kerstgevoel. 
Maar, het is wel leuk dat na een paar dagen zwoegen ineens je eigen plek ontstaat. En die bakfiets he. Ik ben vandaag voor de show de post gaan halen en echt iedereen gaat heel hard lachen en wijzen. Dus hebben we na Joost zijn Capetown tripje (dagje op en neer en keurig om 17.15 thuis) een wat groter rondje gedaan tot groot vermaak van het hele estate.


En in de tussentijd heb ik mijn eerste Engelse les gehad. In de supermarkt word ik namelijk nogal gek aangekeken als ik vraag naar carrotpowder. De maids willen het hebben en ik vind het wel logisch want ze hebben hier ook carrotcake (de mop van worteltjestaart slaat hier dus dood), maar ze bedoelen curry powder. En in plaats van ‘grade noth’, de klas waar Boris in zit, versta ik ‘grade north’. Dat vind ik wel een beetje gek, want oost, zuid en west komen niet voor, maar ik houd stug vol tot iemand me vertelt dat je grade 0, dubbel 0 en triple 0 hebt…. Aha, grade NOTH en dan betekent dus 0. 

Ik krijg die les van een Indiase dame en daarvan moet ik heel vaak de ‘u’ uitspraken als ‘ah’. Maltinational krijg je dan bijvoorbeeld. Nu heb ik dat eens een paar keer hardop geoefend en dat klinkt echt Indiaas. Ze vindt het ook een goed idee om elke dag een uurtje te doen, maar dat lijkt me een beetje ‘too mach’. Dus ik beraad me nog even op deze Indiase dame.


Ter bevordering van verdere integratie en invulling van mijn leven als (house)wife, ben ik op school ook toegetreden tot de social events commitee. Bestaand uit – hoe verassend – alleen maar moeders. 
De eerste vergadering dient zich direct al aan. De ene helft van de tijd gaat het erover dat je het echt leuk moet vinden om in de social event committee te zitten, echt leuk, want anders moet je het (ook echt) niet doen. 
En de andere helft van de tijd hebben we het over de hotdogcoordinator. Op vrijdag worden kunnen de kinderen een hotdog en een waterijsje kopen en dat wordt dus gecoordineerd. Ik versta niet alles, misschien dat ik naast engelse les ook iets van een gehoorapparaat moet overwegen, maar het was ook chaotisch en dat Zuid Afrikaanse engels is ook een gek taaltje. Hotdog wordt ‘hatdak’ en waterijsje (ijslollie) wordt ‘aisloolie’. Het klinkt ook helemaal niet lekker meer ineens. Maar overall is het vooral heel geinig. De moeders zijn allemaal locals en alles is zo ouderwets dat elk idee superleuk en nieuw is. De moeders zijn ook leuk en we gaan met een moeder en haar man en kids picknicken in de botanical gardens.


Ik vind de school dus leuk, Boris heeft er nog wat moeite mee. Hij vertelt vooral veel over zijn vrienden van zijn school in Nederland en duikt er nog niet helemaal in. 
Vorige week wilde hij naar een andere klas. Een beetje ingegeven door de juf die vertelt dat Boris vooral speelt met kindjes uit andere klassen. Niet dat de juf het een goed idee vindt te switchen, sterker nog ze heeft veel argumenten waarom het niet te doen. Maarja, Boris moet ook happy zijn en met plezier naar school gaan.  Joost en ik hebben hem gezegd dat een switch heel heftig is en gevraagd of hij de juf niet zou missen. Maar daar was geen sprake van want: ‘wat doet een juf mam? Nou helemaal niks’. Dus, maandag geswitched en dinsdag zit de stoere man alweer in zijn oude klas. Als ik hem maandag uit school haal moet hij heel hard huilen omdat hij de juf zo mist.

De hele switch zorgt wel voor een keerpunt. Ineens maakt ‘ie vriendjes in de klas, doet heel erg zijn best en heeft ook zijn engelse vocab uitgebreid. Hij zegt tegen vriendjes steeds ‘no’ en ‘at my home’ en vooral heel veel ‘this one’ (uitgesproken als ‘dis wan’) want hij heeft ontdekt dat ‘this one’ alles kan zijn en hij dus iedereen kan uitleggen/ laten zien wat hij wil. Wat Boris en Lucie ook al onder de knie hebben is het engelse ‘yes’ dat hier wordt uitgesproken als ‘jaoh’. Niemand zegt hier yes, iedereen zegt ‘jaoh’ tegen elkaar. En ‘shame’. Als je vertelt dat Boris moeite heeft met Engels zeggen ze ‘oh shame’, als je vertelt dat Bobbie zo groeit zeggen ze ‘oh shame’. Je kunt het echt overal voor gebruiken en je neemt het ook heel snel over. En nieuws over de kleinste: Bobbie praat nog niks, maar heeft wel al 2 tanden! 


Dus, alles wordt al steeds meer eigen en vanuit de vertrouwde wereld trekken we steeds meer het land in of halen het binnen. 

Settelen

Autorijden is niet mijn sterkste kant. Ik heb na ongeveer 4 keer mijn rijbewijs gehaald om daarna met de leaseauto te integeren met een vangrail en een haagsche familie nadat ik hun zorgvuldig gepoetste en geparkeerde BMW raakte toen ik achteruit reed om een naderende politieauto ruim baan te geven.


Ik ben dan ook verheugd dat iedereen hier alles met de auto doet. Aan de linkerkant van de weg. Gelukkig is de werkverschaffing hier uitmuntend en betaal ik de ‘parkeerhulpmeneer’ (tevens tasjesinautozetter en uitrijhulp) 2 rand (25 ct) voor de aanwijzingen met gebarentaal. 
Het gaat zo. 
Ik kijk paniekerig zo’n meneer aan. Die gaat voor de auto staan en gebaart wat ik moet doen, wil ik de andere auto’s niet raken. Ik stuur me een ongeluk, zeg af en toe krampachtig glimlachend ‘oh ik schaam me rot’ – dat kan hij toch niet verstaan – want ik begrijp ook wel dat hij het alleen doet voor die 2 rand of omdat hij daarna mijn auto mag wassen voor meer dan 2 rand. Maar aan het eind van de rit sta ik wel keurig geparkeerd.


Overigens kan je het zo gek niet bedenken of het is een baan hier in ZA. Je auto schoon maken, je huis schoonmaken je boodschappentasje inpakken (‘you want bags mem?’), tanken, etc etc. 
Voor de meeste zogenaamde banen zijn ze afhankelijk van de tips die de ontvanger geeft. Dus er wordt driftig geworven. Als je het benzinestation inrijdt wordt je springend en met wilde gebaren naar alle pompen getrokken. Als je ergens gaat eten rennen ze naar je tafel. Op zich best goed, want alle banen waar geen ‘tip’ aan vastzit worden niet met zoveel verve uitgevoerd. 
Op het moment dat ik dit schrijf wacht ik op een stoel en 2 hele grote houten giraffen (impulsaankoop, hopelijk doet Joost goed zn best want in de Eemwijstraat stoten ze hun kop) en die zouden ‘for sure mem’ anderhalf uur geleden geleverd worden. Om nog maar te zwijgen over de uitvoering. ‘Jeh mem, I fixed everything’ en na twee keer ‘kraan open en dicht’ staat ‘ie alweer te wankelen op z’n voetje.


Ik wen er al aan. Soms. Want de meneer van de telefoon en internetaansluiting heeft mij helaas tijdens een dipje aan de telefoon. Dus nadat hij voor de 3e keer heeft verteld dat hij ‘stuck is on another job’ scheld ik hem de huid vol, zeg dat ik hem hier NU wil zien of een collega en hang op. Een kwartier later staat er een trillende collega voor de deur en die heeft t gefixt. Althans, voor de helft. Dus internet hebben we nog steeds niet evenmin het beste middel om dingen wel snel voor elkaar te krijgen.


In de tussentijd heeft Joost al twee vluchtjes gemaakt naar Kaapstad, daar in wat luxe tentjes geluncht (allemaal voor het werk) en issie lid geworden van de golfclub. Zwaar leven, hier in ZA. 
De kids vermaken zich ook prima. Lucie en Boris settelen goed. Iedereen is verliefd op Lucie en haar manen. Het staat rechtop hier in ZA. Boris maakt alweer met iedereen vriendjes, maar vindt het soms wel moeilijk dat hij geen Engels praat. Dus daarvoor krijgt hij extra lesjes. Bobbie leert Zulu van Vivienne en Petronella (de maids) en ik heb al 3 jurken gekocht, 2 bikini’s, heb een sportschool gevonden en ga thee een wijn drinken (die sherry is echt onzin) met andere vrouwen. 
Die ik via via ontmoet. Zo was er laatst een ochtendkoffie en daar zou een Nederlandse me introduceren. Susan was er alleen nog niet en er waren 2 groepen vrouwen. In tweede instantie ben ik bij de juiste groep aangesloten. Toe ik de eerste groep had uitgelegd waarom ik graag wilde aansluiten en ik maar eens wilde gaan zitten, bleek dat ze Susan niet kenden.


Dus, t gaat allemaal prima de luxe hier. Met ups en downs en enorme regenbuien, maar vooral veel zon!

Geland in Durban, SA

Als je denkt dat zonne-energie hier ‘je van het’ is, dan heb je het mis. Voor alle vormen van energie moet je worden aangesloten en dus naar een kantoor en dus in de rij. Heel comfortabel, want je mag in de rij zitten. Zodra nummer 1 is geweest, schuif je allemaal weer een stoeltje op. Een telefoon en internet aansluiting regelen duurt dus wel even en in de tussentijd gebruiken we een soort Dongel. Die gaat dan weer op als we teveel skypen en toch even willen weten welke boerin in spe toch geen tractor (en al helemaal geen boer) mag berijden.



Maar goed, hier zijn we dan. Na een reis van 20 uur met British Airways die best soepel is verlopen. Boris is door de sympathieke beveiliging van de UK gefouilleerd, ze zijn door mij bijna gelynched omdat ik de helft van alle babyvoeding moet proeven, Lucie heeft 3 keer een beetje over(Joost)gegeven en de we hebben de stewards koest moeten houden gedurende de nacht. Maar de muziek die op airport Jo’burg uit de boxen knalt en de vreselijk vriendelijke mensen maken dat eigenlijk direct weer goed. 


Ons centerparcshuisje op Mount Edgecombe bevalt prima. Na een rondleiding: je moet je gras maaien, je mag niet met je blote billen in het zwembad want dat zien ze misschien vanaf de golfbaan, mogen we er in. Een huisje met gehuurde spullen die alle lelijkheidsverwachtingen overtreffen. Onze eigen spullen varen nog ergens, maar die verwachten ‘ze’ begin februari. Inmiddels hebben we geleerd dat dat net zo goed eind februari kan zijn, dus we wachten soort van rustig af. We doen dat bijvoorbeeld in ons eigen zwembadje en uitkijkend over de golfbaan waar bucks en aapjes rondrennen.


Het kan ook gebeuren dat zo’n aap ineens binnen zit met een stuk brood in zijn handen. Dat is even schrikken, maar als je heel hard gilt gaan ze best snel weg. Het is bovendien erg goed voor het engels van Lucie. Die zegt nu steeds (met opgeheven vingertje) ‘go away monkey’. Het zit hier sowieso vol beesten. Grote kakkerlakken, spinnen die met hun voorste tentakels van alles in hun bek stoppen en gelukkig is de ‘kokodil’ die Lucie in bad aantreft een gekko. 


Boris en Lucie vinden het prachtig. Zo prachtig dat ze er graag vanaf 5.15 van genieten. Dat vinden we wel een beetje aan de vroege kant, maar zelfs het karton voor de ramen mag niet baten. Regelmatig zijn we dus al vroeg aan het hardlopen. En het geinige is dat je dan al mensen kan groeten, er heerst een enorme ochtendcultuur. Om 8 uur is het strand al helemaal ‘packed’. De school van Boris en de playgroup van Lucie beginnen ook al om 8 uur met een inloop vanaf 7.15. Boris is deze week op woensdag – in zijn uniformpje- begonnen en hij vindt het erg leuk. Lucie begint maandag.


We hebben ook al wat Nederlanders ontmoet en zijn tijdens een etentje gelijk toegevoegd aan die 12 man tellende Nederlandse vereniging :-).