Monthly Archives: April 2011

Les is more

In de week dat na regen regen komt, maken we weer een avontuurlijk fietstochtje en ontdekken we dat herten vooral graag groepsgewijs plassen en poepen.


Want dan gebeurt wat je in Zuid-Afrika niet verwacht. Het is kloteweer. Precies als mijn vader er is. De zonaanbidder. Ik zie ons nog naar nog Scheveningen rijden. Voor de file uit om bibberend onder een handdoekje te hopen dat in ieder geval de wind voor ons gaat liggen.

Iets van zijn genen brengt ons met zwaar bewolkt weer bij glijbanenparadijs Ushaka. Mijn benen bedekt met kippenvel, maar ook dat houdt de kou niet tegen.

We laten de glijbanen links (feitelijk rechts) liggen en gaan naar de zeeleeuwenshow. 

Alweer. 

Maar we hebben geluk. De kapitein van het zogenaamde schip plukt een grote stoere midtwintiger met zorgvuldig geplaatste zonnebril in de gelharen uit het publiek. En hij blijkt bang voor zeeleeuwen. Ha! Steeds als hij een opdrachtje op het podium moet vervullen duikt de zeeleeuw op. En dan is de zeeleeuwenshow – al is het onbedoeld – ook ineens voor volwassenen leuk.


In de tussentijd is mijn Engelse les een stille dood gestorven.  Stress. Want hoe nutteloos ook, nu sta ik weer zelf aan het roer van een zinvolle dagbesteding. Omdat ik ook nog niks snap van de cultuur, wordt het Zulules. Misschien dat ik dan ga begrijpen waarom mensen hier een spijker in hun been hebben en die nogal dwingend onder je neus duwen. Zoals de parkeerhulpmeneer bij Essenwood market, die we nu overigens wel in 1 keer vonden.  En over het ei op het achterhoofd van de maid. “I have no idea mem’. Reageerde ze toen ik vroeg hoe die bult daar was gekomen. En over hoe het zit met wel en geen hand geven.


De dokter geeft me dus geen hand. Misschien is hij gebrieft door de mensen van het consultatiebureau ernaast. Daar vertellen ze ons dat we naar dokter Mahommed moeten en wij houden stug vol dat hij dokter Nazeer heet. We hebben allebei gelijk, maar Nazeer is wel zijn voornaam. Het is dus alsof je steeds zegt: “Ja, we hebben een afspraak bij Jan”. En dat zij dan zeggen: “Bij meneer de Vries”. En dat wij dan weer zeggen: “Ja bij Jan”. Alsof we hem persoonlijk kennen. Maar goed. Geen reden om me geen hand te geven.


We sluiten de week af met een avontuurlijke fietstocht. En spotten binnen de hekken van het estate (‘papa, waarom zit er stroop op die draden?’) een groep herten. Een mannetje aan de ene kant van het pad en zijn harem en kinderen aan de andere kant.

Misschien uit angst of vanwege de aanblik van de bakfiets, maar er wordt driftig op los gekeuteld. Boris en Lucie vinden het prachtig. We noemen hem Dirk (‘Hoe weet jij dat mam?’). En Dirk neemt – nadat zijn harem klaar is –polshoogte. Op zijn dooie gemak flaneert hij langs de hoopjes en blijft bij de keutels van het – zojuist tot Emma gedoopte hert – staan. Ruikt eraan, plast erover, poept erover en sommeert de groep door te lopen.

Even denk ik terug aan werk en nota’s en stukken en parafen. Maar dan gaan de herten rennen. En daarmee houdt de vergelijking op. Bovendien, rennende herten. Man, weinig is zo mooi.

Zon, zonde, zonder

In de week dat oma ontdekt dat in het pak ‘Epsom salts’ geen zout zit, maar een soort soda, leidt de cultuurcursus tot een cultuurschok en worden we een dag afgesloten van de watertoevoer.


Het is een zondag als alle andere. Denken we. Want de waterdruk wordt ineens dramatisch laag. Je kunt nog geen glas water tappen en dat is op z’n minst jammer, want het is warm. Ik word een beetje onrustig van deze onaangekondigde gemeentelijke activiteit. De ‘mannetjes’  zijn niet onder de indruk van mijn hoge poten. Ze hebben tot zeker 22.00 uur vanavond nodig.  En geen stress, want om 19.00 uur komt er een watertank.

En inderdaad, om 19.00 uur tappen we – net als de andere straatgenoten – geen emmer, maar een teil water. Je weet immers nooit. En daar zitten we dan. Met onze teil water. En vragen ons tot 22.00 af wat we er eens mee zullen doen. Want zoals beloofd gaat het water dan weer stromen. Om het toch een functie te geven en het schuldgevoel weg te spoelen, lessen we de dorst van de plantjes.


‘Kijk eens’ zeg ik tegen Joost. ‘Op de achterkant van het zoutpak staan allerlei toepassingen. Dat is denk ik omdat arme mensen het ook gebruiken om kleren en misschien ook wel vloeren mee schoon te maken.’

Niet helemaal zelf verzonnen, deze uitleg. We hebben een documentaire gezien waarin een arm gezin een dopje chloor gebruikt voor de afwas om de bacteriën te doden. 
Vandaar.

Dus als opa en oma er zijn en oma soda nodig heeft, overhandig ik haar met een groots gebaar het multifunctionele zout. Dat volgens oma (die proeft blijkbaar altijd alles, maar dat ontdek je pas als je elkaar de hele dag meemaakt) helemaal niet zout smaakt. Ik kijk nog eens goed op het pak en het is soda.    

O.K.    Dat betekent dat ik daar tot nu toe alle mislukte, niet te eten (maar wel gedaan) broden mee heb gebakken. Dus vanaf nu pronkt op het – overigens verder vrijwel lege – lijstje ‘succesvol toegepaste housewife bezigheden’ in ieder geval broodbakken.


En omdat opa en oma er zijn kunnen Joost en ik samen op cursus. Een cultuur cursus verzorgd door de verhuisservice. We gaan wat historische feitjes tot ons nemen, leren hoe we om moeten (kunnen) gaan met de Zuid-Afrikanen en onze (mijn) emotionele ups en downs.

En daar zit onze uitgeputte trainer. Met frisse tegenzin start hij de powerpoint, meldt dat hij wel al om 15.00 uur weg moet, want hij was ook al om 4.00 uur op en leest de slides voor.  De ene helft van de groep (ik) is dan al afgehaakt. Mentaal.  Stiekem fysiek is wat lastig met een groep van twee. De andere helft van de groep stelt vragen over deze zogenaamde speciaal voor ons in elkaar geflanste training. Zoals, ‘waarom komen Zuid-Afrika en Nederland niet voor in de voorbeelden als je een training geeft aan Nederlanders die naar Zuid-Afrika zijn verhuisd?’.

Het wordt steeds gezelliger en we breken om 13.30 op. Heel zonde(r). Een trainer zonder voorbereiding, slides zonder context en dus een training zonder inhoud.


Maar we geven niet op en zoeken de zon op. We parkeren bijna op het strand en duiken met Boris en Lucie in meters hoge golven. Lucie roept steeds ‘oh men’ en ‘sit’ als ze door water wordt geraakt en Boris vangt golven met zijn neus en zand met zijn zwembroek. Joost doet een poging de beachboys eruit te duiken, we spekken de parkeerhulpmeneer en proosten thuis met een Corona op een toch nog zin en zeker zonvol dagje.