Monthly Archives: September 2011

Wildernis

Als we het gamereserve binnenrijden komt er een kakikleurige jongen op ons afgesneld.

“Hi there ‘chaps’, we have a busy schedule today, so please change quickly.”

Het is onze ranger.

We kleden ons om, grissen in de loop een broodje mee en haasten ons naar het verzamelpunt. Alwaar we hem aantreffen achter een enorme kop thee met melk. En een koekje.

Of we ook iets willen?

We zijn van ons à propos, want wij leven nog met het idee dat we haast hebben. Maar, wat moet je, hij is de ranger en hij bepaalt. En dus gaan we zitten, terwijl de ranger dingen vertelt. Over het landschap, het ontstaan van het park, over de dieren en dat we in de jeep moeten blijven zitten. En dan is alles op en dan gaan we.



Op zoek naar de zwarte neushoorn. Die is heel zeldzaam, dus die moeten we echt zien en hij weet ongeveer waar het beest uithangt. We zoeken twee uur. Hij stapt in die tijd zeker zes keer uit en hangt dan met zijn neus boven sporen of poep, waarna we heel hard de ene, of de andere kant op scheuren.

Als het donker is en we hem zeker niet meer vinden, crossen we naar de leeuwen. Die hebben overdag iets gevangen en in het schijnsel van een rood licht, kunnen we zien hoe ze de restjes verorberen.

Het is heus indrukwekkend allemaal, maar het duurt ook precies iets te lang en je kunt geen kant op. Zaken, die er normaal niet toe doen, worden dan ineens heel belangrijk. Zo heb ik best wel koude voeten, honger en ik turf ook gelijk maar even hoe vaak de ranger ‘chaps’ zegt.

Tijdens de ochtendsafari zien we een cheetah. Volgens onze ranger gaat ze jagen. Hij stelt ons de retorische vraag: “Nou chaps, zullen we haar volgen?”

En ik voel me ineens het volk. In mijn hoofd benoem ik ook maar meteen de andere deelnemers. Zo is daar Rutte, alias de ranger, en cheetah Wilders.

Het volk is het zat. We zijn het al een tijdje zat, al dat wachten, daar wordt niemand vrolijk van, maar dan popt die cheetah op.

Wij denken, althans, de meerderheid van ons denkt ‘dit gaat ‘m nooit worden’.

Maar daar denkt de ranger anders over. Hij ziet een kans en “Chaps, in het dierenrijk ga je voor wat je krijgt.”  En hup, daar duiken we de bosjes weer in. Wij denken nog, doe dat nou niet, die bush, al die doornen. En ja hoor, lekke band. Dus de ranger verwisselt de band, een beetje clumsy, maar wat wil je, hij is ook gemaakt om te sturen en niet om klusjes in de praktijk te doen. 
In de tussentijd doet de cheetah gewoon cheetah dingen. Ze jaagt op een impala, maar vangt hem net niet. Ze gaat liggen, gromt een keer, staat op en gaat weer liggen. Ze maakt haar nagels scherp aan een boom en de ranger zegt: “Nu zou er wel eens wat kunnen gebeuren.” Dus hij stuurt resoluut naar links en daar begrijpen we helemáál niks van. Vanuit deze hoek kunnen we onmogelijk foto’s maken. En dan gaat ze toch weer liggen.

Wij hebben al snel door dat ze gewoon niet te volgen is. Wat ons betreft laten we haar lekker rechts liggen.

Dan zegt iemand: “Het is wel een mooie cheetah hè.” Ik kijk zo’n beetje verstoord op, want ja hallo?! Maar, net als ik wil reageren, scheuren we weer door.

Terugkerende vraag blijft wel, zal ik nou vegetariër worden, of niet?

Geen gezicht

“Wat IK in Zuid-Afrika ga doen? Uhm, eerst het gezin maar eens laten landen. En daarna een studie misschien? Werken wordt lastig ben ik bang. Iets nuttigs in ieder geval. Nee, ik ga natuurlijk geen echte expatvrouwendingen doen. Hahaha.”
En zo zit ik acht maanden later, samen met 10 andere vrouwen van middelbare en iets meer middelbare leeftijd, aan een ronde tafel. We wachten ontbijtend, samen met nog zes andere tafels, op de komst van een fitnessgoeroe.

In het voorprogramma treedt de professionele ‘bra fitter’ op.

Nou denk ik, zeker nu ik vrij weinig doe hier in Zuid-Afrika, regelmatig over beroepen: “Goh, misschien is dat leuk om te doen.” 
Maar bra fitten heb ik echt nog nooit overwogen. Het kost me gewoon totaal geen moeite om de neiging te onderdrukken aan andermans borsten te zitten. Alhoewel het altijd nog beter is dan een niet professionele bra fitter zijn, denk ik. Die wil de hele tijd bra’s fitten, waar dan weer niemand op zit te wachten. Dat zou een grote Tom en Jerry-achtige chaos worden.

Het is maar goed dat er een beroep voor is, concludeer ik ter plekke. 
Tevreden met mijn eigen conclusie stop ik nog een koekje in mijn mond, terwijl de bra fitter een anekdote begint over ‘backfat’.

Daar had ik me op zich ook nog nooit druk over gemaakt, maar als ik moet plassen check ik toch even of, en zoja hoeveel rolletjes backfat ik eigenlijk meezeul. Het zijn van die dingen die je moet doen, het is een niet te onderdrukken oergevoel. Laatst las ik bijvoorbeeld dat de afstand tussen wenkbrauw en haargrens vier vingers meet. Je checkt het toch gelijk even. Je zal immers atypisch zijn. Dat op jouw voorhoofd slechts drie vingers passen en dat je dus geen korte pony, maar gewoon het uiterlijk van een Neanderthaler hebt.

Daarna luisteren we naar de fitnessgoeroe. In een moordend tempo vertelt ze over beroemdheden, die heel dik waren en nu heel dun. En hoe ze dat voor elkaar kreeg. 
Daarna begint ze over alles wat goed voor je is en wat slecht. Na ongeveer elke zin zegt ze: “Ok?!” En dan knikken we allemaal driftig. Want natuurlijk willen we allemaal dat perfecte lijf. En jazeker, daarvoor gaan we op twee kartonnen bordjes door de woonkamer schaatsen, als we in een hotel zijn de trap op en neer sjeesen, en over de gang joggen. Net als zij.

En dat allemaal vanaf morgen, want nu nemen we zuchtend nog maar een hapje cake. En een slokje cappuccino. Want daar is eigenlijk ook geen lol meer aan is als iemand je net heeft verteld hoe slecht suiker, melk, koffie, vet, etc. voor je zijn. Maar ja, wat moeten we dan, weggooien is ook zo wat, zeggen we verontschuldigend tegen elkaar tijdens de pauze.

We eindigen de ochtend met een dame die vooral op Michael Jackson lijkt. Dus dat telt niet. Dat telt alleen als je zingt, of de Moonwalk doet. Want Michael Jackson die iets vertelt over crèmes die goed zijn voor je gezicht, dat neemt natuurlijk niemand serieus.

Because






Lucie het is half vijf, je moet nog even slapen. Ja, papa en mama weten ook niet waarom Bobbie huilt, maar Bobbie gaat ook nog even slapen. Nee, je bent vast niet tired, maar we gaan allemaal toch nog even slapen.

Hi moppie, ja nu mag je uit je bed komen, het is immers al kwart over vijf. Ja, het is school vandaag. Nee, het is geen yeeh, yeeh yeeh it’s friday. Het is donderdag. Donderdag, dat komt voor vrijdag.

Helaas, daddy is er niet, papa zit in een vliegtuig.

Hee koning, ben je ook al wakker? Oh, de meiden schreeuwden je wakker.

Of jij mag kiezen welke zender jullie kijken? Wie heeft er gisteren gekozen? Dan mag Boris vandaag kiezen. Jongens, JONGENS, het is half zes, het is nog een beetje vroeg om elkaar nu de hersenen al in te slaan.



Ja Lucie, ik maak nu pap voor je en daarna sap ja. Maar heel even wachten, want Bobbie heeft ook nog geen melk gedronken. En daarna krijg jij een boterham Boris. Twee ja. Een met pasta en een met vlees. Nee, geen ham want dat vind je niet lekker, dat heb je inderdaad al miljoen keer gezegd.

Wat voor dag is het?! Wat moet je daar voor meenemen dan? Zeker weten, want dan gooien we nu nog even een cake in de oven. Wil je dat voortaan wat eerder zeggen, als er op school iets is waar we wat voor moeten maken? Oh, stond dat in je notebook. Dat moet mama inderdaad lezen, daar heb je gelijk in. Ja, papa heeft gisteren twee plantjes meegenomen voor in de schooltuin. Nee, geen seeds, alleen plantjes.

Lucie zet jij je fles even zelf in de keuken? Wat zeg je? Ah, je komt just now, schiet maar op dan. Boris, wat wil je op je brood mee naar school? Peanutbutter en kaas? Ok. Want je mag geen chocopasta mee naar school? Van wie niet eigenlijk. Van mrs Connel? Nou, sinds jaar en dag doen we een met hartig en een met zoet, zeg dat maar tegen je juf. Die cake die nu in de oven staat, mag dat wel? Ja, natuurlijk, want dat is niet voor de lunch. Logisch.

Kom jongens, even aankleden. Nee Lucie, je mag dat niet aan. Ja, het is lovely, I know you like it, maar we doen het toch niet. En nee, dat zijn je prinsessenschoenen, die doen we ook niet aan naar school. Als je gaat huilen, ga je maar even naar je kamer. Dat kopt, ik ben inderdaad niet your friend, ik ben je moeder.

Boris, je cricketspullen zitten in je tas. En je sportschoenen, dus doe die dan ook aan hè. Ja, met socks, die zitten ook in je tas. Waar is Bobbie eigenlijk jongens? Oh Bobs, niet in de douche, nu ben je helemaal nat. Lucie, kom maar weer van je kamer af.

Jongens, het is bijna zeven uur. Kijk eens, daar is Vivian al. Even goedemorgen zeggen. Jawel, dat doen we altijd. Good morning Vivian. Heel goed. Nou tanden poetsen, hup, hup, beetje tempo.

Oh shit Lucie, we hebben nog geen staartjes gemaakt. Ja, we maken wel staartjes, of speldjes, je mag kiezen. Nee, niet die met de cows, die vallen uit je haar. Omdat ze te zwaar zijn. Omdat ze zijn gemaakt van zwaar spul. Omdat de mensen er niet goed over hebben nagedacht. Omdat dat te ingewikkeld is. Why?

Lucie, gewoon because.

Niet te volgen

Ik rijd naar Hillcrest voor een cursus social media. Hillcrest is een half uur rijden. Om dat ook te halen, reed ik het eerst proef. Samen met Joost. Die is er blijkbaar ook van overtuigd dat ik anders in Nigeria uitkom.
We zijn niet erg succesvol, want we stranden in de file. En terwijl op de vluchtstrook auto’s achteruit richting eerdere afrit cruisen, kijken wij zwijgend voor ons uit. Vertraging brengt een apathische staat van zijn met zich. Je grijze massa beperkt zich direct tot ‘wanneer houdt de file op’. En ook tot ‘hoe hadden we dit kunnen voorkomen.’

“Ik zei toch dat we er af moesten!”

“Ja, je hebt gelijk schatje. Zeg, volgens mij gaat het weer rijden.”

Het is hartstikke gezellig.

De cursus begint met een ontbijt, en daarna krijgen we allemaal een eigen fles aanmaaklimonade. Het duurt vier uur en geen 40, maar voor de zekerheid check ik toch even de uitnodiging. Stel je voor dat je ineens in een recordpoging terecht bent gekomen, dan sta je mooi te kijken.
De trainer is een dame op gezondheidsslippers en een nogal strakke trui die precies past. Maar als we bijvoorbeeld hoera! zouden zeggen en zij daarbij haar armen in de lucht zou gooien, denk ik niet dat de trui goed blijft zitten. Gelukkig is er geen reden om hoera te zeggen.

De cursus wordt verder vooral gevuld door de man naast mij. Hij praat binnensmonds en blijft maar vragen stellen. Vooral over zijn waterput bedrijf.

Hij zegt daarbij steeds: “Ja, sorry hoor, ik stel wel heel veel vragen hè.”

Waarop wij steeds zeggen: “Nee joh, geeft niks.”

We zijn allemaal al lang blij dat we hem kunnen volgen. En dan luisteren we naar de reactie van de cursusleidster die ‘nouja zeg, dat is toevallig’, iets soortgelijks heeft meegemaakt.

Om 12 uur zijn we nog niet klaar, maar ik rijd wel terug. Althans, als ik in de auto stap, bedenk ik me dat ik op de heenweg niet zo heel goed heb opgelet.

Ik was zo euforisch dat mijn GPRS afrit 32 vond, dat ik me daarna volledig aan haar overgaf. Ik zette de muziek een tandje harder, keek naar het landschap en ging links en rechts etc.

Nou zou dat geen ramp zijn als ik bijvoorbeeld kaart kon lezen. Of als mijn GPRS niet zo DOL zou zijn op de toeristische route. Daadkrachtig toets ik ‘naar huis’ maar ze heeft het al door. Als een uitgelaten hond die zich achter je aan trekt, koerst ze me door Afrika.

Af en toen staan we even stil. Bijvoorbeeld voor een verkeerslicht of omdat we langs een dode man onder een stuk huishoudfolie moeten. Om vervolgens weer als een dolle door een stadje, om een berg en in de file terecht te komen. 
En ineens rijden we op een bekende snelweg. God dank. Kan ik nog even snel langs de supermarkt.
Melk, kaas, huishoudfolie.

En ik realiseer me dat de man onder aluminiumfolie lag.