Monthly Archives: October 2011

Aan de lijn

Om vier uur (‘s ochtends) gaat de telefoon. Niet onze telefoon, het is de telefoon van een van de maids. Ze is hem vergeten. De man waar ze op dinsdag en vrijdag voor werkt zou hem komen ophalen. Maar dat heeft hij dus niet gedaan.
Ik zucht. Omdat ik de telefoon zelf naar haar andere werkadres wilde brengen. Maar ik verloor de discussie. Op argumenten.

J: Het is een oude gepensioneerde man, die heeft de hele dag de tijd.

Ik: Het is een oude grumpy conservatieveling. Die gaat nooit voor zijn maid ergens een telefoon ophalen.

J: Wel.

Ik: Niet.

J: Wel.

Ik: Niet.

J: Wel.

Ik: Niet. En dan zuchtend: Whatever.

Ik zucht zoveel hier in Zuid-Afrika, dat ik soms denk dat mijn ademhaling is veranderd in structureel gezucht. En dat het anderen ook opvalt.

‘Wat loop je nou te zuchten joh’, hoor ik ze denken.

Maar ik kan er niks aan doen. Het is het nieuwe ademhalen vermoed ik.

Eerst had je alleen nog de nieuwe haring. 
En toen was daar ineens ‘het nieuwe 30’. Volgens iedereen tussen de 39 en de 44 jaar oud, is 40 het nieuwe 30. Het is een zienswijze natuurlijk. Mijn spellingchecker verandert ‘kutterdekut’ ook steeds in ‘literatuur’. Dat vind ik best grappig, maar ik vind niet dat ‘kutterdekut’ nu het nieuwe literatuur IS ofzo. Ook als mijn spellingchecker blijft zeggen dat het wel zo is, zie ik heus wel in dat het niet zo is. Je kunt er van alles aan doen. Kunstmatige aanpassingen verrichten, heel hard en bij voorkeur met z’n allen, roepen dat het wel zo is, maar dat verhoogt uiteindelijk slechts de irritatiefactor, niet de geloofwaardigheid. 
En dus is de enige remedie: Zuchtende acceptatie.

Verder zucht ik omdat het warm is, omdat de kinderen elkaar de tent uit vechten en als ik opsta. Wat dan weer wel alles met leeftijd te maken heeft. Alles hangt ook met alles samen hè. Nog even en je gaat denken dat er mysterieuze krachten aan ten grondslag liggen. 

Maar dat zou slechts een manier zijn om het allemaal goed te praten. Want het is gewoon de zwaartekracht. En zuchten kun je afleren.

Dus ik zeg ‘whatever’ en doe niks. Nouja, ik doe wel één dingen en het is: Boos worden op J. Misschien vanwege de telefoon, misschien omdat het al in de lucht zit. Dat je naar de sterren kijkt, een steelpannetje ziet en alleen maar kunt denken: Als je me nu geen gelijk geeft sla ik je met dat verdomde steelpannetje op je kop. Maar het heeft allemaal weinig zin, want het is ochtend. Geen ster te bekennen.

Dus ik zeg tegen de maid:

“Joh, je telefoon ging nog om vier uur.” Zo onderkoeld mogelijk. Want heel eerlijk, wie wil er gewekt worden door een telefoon, laat staan door de telefoon van een ander om vier uur in de ochtend.

“No ma’am, that’s my alarm.”

“That early?!”

“Yes, I have to boil water for my bath, prepare lunchbags for the kids, wake up the kids (twee van zichzelf, een van haar zus die al een paar jaar geleden overleden is) and than I leave at 5.00 AM.”

“Aha”, zucht ik. Want ik word al moe van het idee alleen.

It wasn’t me

Op de site van de sportschool reserveer ik een spinningbike. Het is op zich een bezigheid in de categorie ‘tijd over’, want ik heb altijd een fiets en ik heb nog nooit gereserveerd. Ik heb me ook nog nooit druk gemaakt over waar ik zit, als het maar niet vooraan is. Maar, anderen reserveren de laatste tijd wel en dus moet ik regelmatig mijn fiets afstaan omdat:

“Sorry mem, I booked this bike.”

Je mompelt, meer in het luchtledige dan tegen iemand in het bijzonder:

“Oh jajaja, natuurlijk, ik moet toch echt eens reserveren.” 

Om vervolgens toch een beetje ongemakkelijk tussen de fietsjes door te manoeuvreren, een ander fietsje uit te zoeken, ‘hoi’ te zeggen tegen je nieuwe buurvrouw, je fiets opnieuw in te stellen en je te settelen op je nieuwe plek.

Gedoe dus.

Ik heb nog nooit eerder ingelogd op de site en het valt me op dat er een klein fotootje bij de afdeling spinnen staat. Het zal de Spinningmanager wel zijn. Vast in het leven geroepen om risico’s af te dekken als klanten vragen hebben. Want, je kunt veel zeggen over Zuid-Afrikanen, maar ze hebben het in ieder geval nooit gedaan. Als zich een probleem voordoet, is er altijd iets, iemand of een omstandigheid waardoor het even niet zo loopt zoals we dachten.

Het leidt soms tot bizarre conversaties.

Ik: Do you have tomato juice?

Ober: Uhmmmm, we do have tomato cocktail?

Ik: Is that the same as tomato juice?

Ober: Well, I have seen them drinking it. They put Maggi, and stir it. (Hij kijkt er vies bij)

Ik: Who ‘they’?

Ober: Customers.

Stel dat het drankje niet aan mijn verwachtingen voldoet en ik benoem dat: “Hey ober, wat is dit voor gekke tomatensap?”

Dan zegt hij: “Nononono, not my fault. THEY liked it, you wanted it.”

Met andere worden: “Yo bitch, JIJ wilde tomatensap (gatver) andere mensen drinken het, ik begrijp het ook niet, maar het is in ieder geval niet mijn schuld dat JIJ het niet lekker vindt, want IK heb niet gezegd dat het lekker is. Hier is de rekening!”

De Spinningmanager doet vast hetzelfde. Als ik haar vraag waarom het me niet lukt een fiets te reserveren, zegt ze vast dat het ligt aan mijn computer/ inlogcode/ password/ het weer/ deze ene keer etc. Het ligt in ieder geval niet aan haar of de sportschool. Ik bekijk de foto van deze tante die ik mijn hoofd tot typisch Zuid-Afrikaans heb gebombardeerd. Mijn leeftijd, vriendelijk gezicht, haar in een degelijk staartje, niet lelijk, niet knap. Zo net er tussen in.

En dan kijk ik nog eens goed.

Ik ben het zelf.

Oh no! In de luttele seconden dat ik mezelf observeerde als ware ik iemand anders, heb ik mezelf gekwalificeerd als typisch Zuid-Afrikaanse met een doorsnee uiterlijk. WAT een onzin.

Ik moet toch echt eens tegen de mensen van de sportschool zeggen dat ze de foto’s wat beter nemen voortaan. 

Zeemeermin

Op de grond ligt een vrouw. Of nee. Op de grond ligt een enorme lachende berg mens. Hoe is ze daar in vredesnaam gekomen? Vraag ik me af. Want van sommige natuurverschijnselen moet je niet àlles willen weten. De vraag, hoe het zo gekomen is, laat ik even voor wat ‘ie is. Ook al omdat het bij grote mensen altijd aanleg is.

“Ja, ik begrijp er niks van, ik kom al aan van een glas water. Jaa, hihi, wacht even ik eet even mijn mond leeg, nee bij wijze van spreken natuurlijk. Maar even serieus, aanleg dus, iederéén in onze familie heeft het.’

De vrouw heeft iets makkelijks aan. Dat vind ik een slimme keuze. Want hoe in vredesnaam krijg je bijvoorbeeld een skinny jeans aan, als je zo’n lichaam hebt? Hebben ze eigenlijk wel skinny jeans in die maat?

Misschien had ze er vanochtend wel een aan. Om hem vervolgens terug te leggen en peinzend iets anders uit de kast te pakken.

Misschien dan dit? Nou nee, of toch? Maar daar hoort ook weer een ander rokje bij. Om zich vervolgens in de outfit te hijsen en het resultaat in de spiegel te bewonderen. En in die reflectie te ontdekken dat het toch geen goede keuze is. Vooral als je je adem niet inhoudt. Om het dan maar uit te sjorren – wat best heel moeilijk gaat als je het snel wilt doen en dat doe je, want je bent al geïrriteerd – en vloekend in een hoek te gooien: ‘Mij staat ook niks! Ik heb ook gewoon niet genoeg kleren! Hier, kijk dan zelf. Ik heb ook gewoon niet genoeg tijd om iets nieuws te kopen! En dat is allemaal jouw schuld!’

En dan staat haar man (of een van haar mannen, het is toch een andere cultuur hè) op van het stoepje voor hun huis waar hij rustig een sigaretje zat te roken. Hij is zich op zich nog van geen kwaad bewust, sjokt naar binnen en treft daar zijn stampende vrouw aan. Een soort drilpudding stel ik me voor. Het is wel een goeierd, want hij zegt zoiets van: ‘Meisje had je hier aan gedacht?’ Terwijl, het is natuurlijk een reuzin, maar misschien zie je dat ook niet meer na verloop van tijd. Of het is gewoon zijn slinkse manier om haar gerust te stellen. Want dat doen mannen, expres rustig blijven als jij compleet door het lint gaat. Waardoor je je naderhand twee keer zo onnozel voelt. Eikels.

En dan sijpelen de woorden van de touroperator, die ons te voet langs alle markten in het centrum van Durban leidt, langzaam mijn oren binnen.

“(…) die matrassen liggen hier niet zomaar. Deze vrouwen werken de hele week op de markt en moeten hun spullen bewaken. Ze koken en slapen ook hier, vaak onder deze brug.”

 “Jeetje” zeggen we. Maar eigenlijk denk ik: Zo, dus de dikke mevrouw heeft al die stress helemaal niet. Ze heeft van te voren gewoon een paar outfits in een grote tas gegooid.

Lucky her.

Hondenleven

Het enige relaxte aan regen is de gedachte ‘Oh wat fijn dat ik geen hond heb.’
Terwijl, ik wil überhaupt geen hond, dus waar heb ik het over.
Het is hetzelfde als vlak voor Sinterklaas denken, ‘Oh wat fijn dat ik niet als inpakster bij de Bart Smit werk.’ Of, ‘Oh wat fijn dat ik geen taarten bevrucht.’ Terwijl ik dat laatste wel deed bij de Hema toen ik 15 was. Taarten doorsnijden, slagroom ertussen, dan weer op elkaar klappen en dan slagroom en vruchten erop. Er waren ook mensen die er hun hele leven zouden blijven werken. Daar hadden we het dan over. Althans, zij zeiden: “Oh jeuh, vandaag doen we moorkoppen!” En dan zei ik zoiets van: “Oh, gatver ik vind er echt geen hol aan, ik denk dat ik deze week niet eens volmaak, jij dan?” 
Je hele vermogen sensitief te handelen is nogal onderontwikkeld als je 15 bent.

Maar goed, regen dus en tot overmaat van vreugde ook nog eens midden in de vakantie. Alweer vakantie. Je vraagt je af of ze nog wat leren hier. Wat een terechte vraag is, als je je bedenkt dat slechts 12% van de Zuid-Afrikaanse kinderen toegang heeft tot fatsoenlijk onderwijs.

Dat maakt ons bijzonder bevoorrecht, maar desalniettemin heb ik nooit bewust gesolliciteerd naar de functie ‘Directeur Vermaeck’. Sterker nog, ik zou het niet eens overwegen als niet wordt voldaan aan vereiste randvoorwaarden om de functie cachet te geven. Zoals daar zijn, een fijn indoor speel- of zwemparadijs, of vooruit – want voor de eerste twee varianten trek ik nog wel eens nuffig mijn neus op – een museum met ‘leuke proefjes voor kinderen’.

Maar, ik ben het wel geworden. Na wat binnensmonds gevloek (je hebt ineens een voorbeeldfunctie hè) en overleg met de CEO, die helaas, helaas, andere prioriteiten heeft, begin ik dus maar gewoon.

Ik kijk eens goed naar mijn driekoppige team. Ze zijn allemaal vrij klein en ik heb niet het idee dat ze mijn inleidende praatje: “Nou mensen, we zijn tot elkaar veroordeeld, dus laten we iets moois van deze vakantie maken”, op waarde weten te schatten. Ze luisteren eigenlijk niet eens echt. Elke conversatie gaat schreeuwend, ze doen alles rennend, ze vragen steeds ‘wat gaan we nu doen’, zeggen geen alsjeblieft, zelfreflectie ontbreekt volledig, hun concentratievermogen is beneden alle peil en bij het minste of geringste vliegen ze elkaar in de haren. Het is niet zo makkelijk managen, voor je het weet schreeuw je mee. Al heel snel ben ik het dan ook spuugzat.

Dus wat doe ik? Eerst klief ik een pollepel op het aanrecht vakkundig doormidden en daarna bel ik de CEO, met de mededeling dat ik per direct met vervroegd pensioen ga. 
Tijdens deze tirade komt de maid binnen (het is inderdaad pas 8.00 uur).

OJA! We hadden ook nog het huishoudelijk personeel!

“Hello, how are you?!” Brul ik. Je bent immers niet zo maar uit je rol.

En ze zegt: “Niet zo goed.”

Haar zus, die al een tijd ziek was, is overleden. Slechts 37, vijf kinderen, waarvan de jongste drie jaar oud is. In een split second zie ik een uitbreiding van mijn zojuist nog opzij gezette team voor me. Maar dan zegt ze dat de kinderen worden verdeeld over zussen, broers en de dochter van de maid. 
En zo roept niet alleen de realiteit van Zuid-Afrika me keihard tot de orde, maar wordt ook het ‘krijgen van kinderen’ van een heel andere dimensie voorzien. 

Once upon a time

Vroeger
Ooit wilde ik kraamverzorgster worden. Wat dat dan is, vroeg mijn moeder. Nou, dat je de kraampjes op de markt verzorgt natuurlijk, wat was dat nou weer voor domme vraag?

Dus ik studeerde rechten en dook in het studentenleven. Wat ik wilde worden? Ik had geen idee. Ik startte in een functie bij de overheid, leerde wat het is om te werken en dat projectmatig beter bij me past dan voor een langere tijd dezelfde functie bekleden.

Daarom veranderde ik van baan en gaf mijn enthousiasme een boost als Interim manager.

Halverwege

Tegelijkertijd leerde ik faciliteren en hoe je innovatie in teams stimuleert. De meer creatieve kant paste me als een muiltje en zo helder als glas werd dat ik alleen waarde toe kan voegen als ik in verbinding ben met mensen. Dat ik pas goed ben in wat ik doe als ik het leuk vind. En dat hoe ik iets doe net zo belangrijk is als wat ik doe.

Ik maakte de balans op. Verandering, innovatie, creativiteit, trainen.

Het borrelde en bruiste.

Driekwart

En toen verruilden we Nederland voor Zuid-Afrika en mijn werkende zijn voor een expatbestaan. Ik zocht mezelf op het strand, in het zwembad en al kleiend met de kinderen. Wat was er gebeurd met mijn uitgebalanceerde ik?

Ik begon stukjes te schrijven en vond mij al gniffelend om mij terug. Ik ontmoette nieuwe mensen, ontdekte social media en bovenal dat niemand me voor kan schrijven welk muiltje me past. Laat staan waaraan ik tijd besteed.

Nu

Schrijf ik met veel plezier over leven op lebensinafrika.blogspot.com en over fashion en gadgets op contentgirls.nl

In 2012 start ik met het geven van basic social media workshops in Z-A en volg een opleiding tot trainer.

En verder

Vrouw van Joost en moeder van Boris (bijna 6), Lucie (bijna 3) en Bobbie (1,5).

Sport veel, maar liep nooit  eerder een halve Old Mutual Two Oceans Run in Kaapstad. Op 7 april 2012 wel (waarvan akte).

EN…
Ze leefde en gelukkig