Monthly Archives: December 2011

Proefwerk

“Hi”, zeg ik tegen het reusachtige meisje van de douane.
“Wat is dit?” Antwoordt ze. En ze beweegt twee potjes tussen de duim en wijsvinger onder mijn neus heen en weer.

“Uhm, babyvoeding en babymelk?”

Het lijkt wel een wiskundeproefwerk. Wist ik zeker dat ik het goed had, zei een stemmetje in mijn hoofd; ‘strikvraag, strikvraag!’ Had ik uiteindelijk alles fout.

“Helft proeven.” Zegt ze dan.

Ik kijk haar vol ongeloof aan. Achter ons staan drie vermoeide kinderen, waarvan een in een maxi-cosi. Aan de rugtassen hangen knuffelbeesten en op de tickets staat dat we met z’n vijven van Amsterdam via Londen en Johannesburg naar Durban vliegen.

Mijn bloeddruk stijgt, terwijl ik tot 10 tel.

En ik proef.

“Sorry, ik zag u niet proeven?”

“Misschien zou jij eens wat meer kunnen proeven, in plaats van alles op te eten, dan zat je broek nu niet zo strak.” Maar dat is slechts een scenario dat zich in mijn hoofd afspeelt.

In werkelijkheid zeg ik: “Hè ja, lekker!”

Ik proef, noteer haar naam en we lopen door.

Want in de praktijk ben ik vooral die-moeder-met-voorbeeldfunctie en wordt min (boze douane) en min (verdrietige kinderen) nooit plus. 

Try me

“Hi”, I greet this giant of a girl in Customs.

“What is this?”, she asks formally and she moves two Purity bottles in between her thumb and index finger under my nose. 
“Uhm, baby food and baby milk?”

It’s like a Maths test. I knew that I was right, but then this voice in my head popped up saying: “Trick question, trick question!” I believed the Voice (of course), changed all logical answers, and messed the test up.


“Try half of it!”, she says.
I look at her in disbelief. Behind me are three very tired children, of which one in a padded car-seat. There are backpacks and stuffed animals stuck in the prams and our tickets state clearly that all five of us fly from Amsterdam via London and Johannesburg, to Durban.

My blood pressure rises while I count up to 10.

And I taste.

“Sorry, I didn’t see you taste it?”, says Giganto.

“Maybe you could try tasting some more, rather than finish everything you try. It might prevent your pants being so tight.” But that’s just a scenario played out in my head.

In reality I say: “Oh yes, what an excellent idea!”

I test, write down her name and we move on.

For, I am this mother with role model aspirations AND furthermore in practice negative (angry Customs) times negative (sad children) will never result in a positive outcome.

Compôte theorie

Vriendin to be en ik hebben het over coaching en trainen. Ze vertelt over de kracht van de lullepot. 
Of ik even een koffieboon en wereldvrede met elkaar wil verbinden? 
Ik voelde ‘m al wel hangen eigenlijk, maar ik denk aan niks dan lullen gewurmd in een pot, wat er heel ranzig uitziet en dus murmel ik voor de vorm en om het beeld te verdringen iets over duurzame boeren en lekkere koffie. Waarna zij van boon naar vrede en van de hak op de tak op God springt, terwijl we tegelijkertijd noten eten, de suède jas passen die nog van haar oma is geweest en zelfgemaakte kunst en alle kamers en badkamers van haar huis bekijken.
We verenigen hogere sferen en het materialistische aardse alsof het niets is, maar eigenlijk past het wel bij de tijd van het jaar: het is immers bijna kerst.

Vriendin to be maakt zich nogal druk om God. In de bijbel staat blijkbaar een aantal keer dat Hij twijfelt of in ieder geval zijn mening bijstelt.

Ik: “Nou, dat lijkt me dan juist weer wél geloofwaardig, of menselijk in a way.”

Vriendin to be: “Bullshit, als God alles weet dan had Hij ook veranderingen kunnen voorzien.”

Ik: “Oh ok.” God roept niet bepaald mijn discussierende ik naar boven. 
Kan komen doordat ik van de bijbel alleen de eerste paar dagen heb gelezen. Dat heb je met sommige boeken, dat je er gewoon niet lekker inkomt.

De gedacht an sich vind ik – ook los van het geloof – een hele ingewikkelde.

Het is als nadenken over toeval dat volgens sommige mensen niet bestaat. Volgens die “leer” is al je handelen voorbestemd en je kunt dus wel twijfelen of je deze of toch liever die andere jurk aantrekt, maar ergens heeft iemand al lang bepaald dat het de groene wordt.

De horror: dat je straks in de hemel terecht komt – we blijven positief, het is immers bijna kerst – en dat zo’n iemand dan zegt: “Zo mevrouw Lebens dat was me het leventje wel hè. Hoeveel tijd had je wel niet over gehad als je niet zoveel had getwijfeld?”

Dat heel die hemel helemaal geen paradijs is, maar een grote reflectie aangelegenheid waar God en toevalsiemanden samen komen.

Het complot God.

Maar goed, we hebben het inmiddels over wat we verder willen met ons leven en we onelineren dat je vooral moet geloven in jezelf.

Ja! 2012, het jaar waarin we geloven in onszelf, wat een vondst!

Het doet me denken aan mijn vakantie met vriendin M. We rijden weg om boodschappen te doen. Althans, zij rijdt, want ik heb mijn rijbewijs pas gehaald in de pruimentijd. Terwijl we wegrijden wordt er naar ons getoeterd en gezwaaid. Dat vinden we heel normaal, want we zijn 18, blond en dus zeker aantrekkelijk voor al die domme Fransen.

“Kijk die domme Fransen zwaaien dan!”

“Ja, hahaha, domme Fransen.”

We komen terug met een auto vol boodschappen en rijden via een handdoekenspoor terug naar de tent. Die handdoeken lagen voor we vertrokken nog OP de auto.

Also gut, de moraal van het kerstverhaal. Heb ik toch mooi handdoeken aan God en het nieuwe jaar gekoppeld.

Een papieren lullepot. Heel duurzaam ook.

Dusty

“You can come through now, Mrs. Lebens”, says the well made up and slightly chubby dental assistant.

So I stand up and shake her hand.

“I’m Doctor Naidoo, but you can call me …” I don’t catch her first name, and in addition to that, what is this?! The assistant who could never be my daughter for a variety of reasons (but is very young though!) is not an assistant after all!

“Ah, yes, of course, so you’re the dentist?!”, I say hyperventilating.

In my thoughts I hoped the floor would open and swallow me. But I realise that the floor won’t comply and therefore I just sigh, follow the dentist, and lie down.

Maybe it’s just me. Recently I bought a very expensive day-crème for the first time in my life. There were different crèmes I could choose from. Helpless in this “creamy environment”, I asked the saleswoman for help.

“What concerns you the most?”, she asks.

Ok. The hungry people in Africa, the Greenhouse effect, the pair of trousers in my size I just tried on and that didn’t fit me at all, health issues in general, what I want to do with the rest of my life.

But anyway, I have other priorities now. And besides that, why has she asked ‘what concerns me the most’? Why doesn’t she just sell me something let’s say ‘for the vital skin’?

I murmur with my skin taut something about fine lines. Thereafter she examines me very closely. So close in fact that I start wondering when I last brushed my teeth and if I’d drunk any coffee afterwards. So I hold my breath and I already had that tight face, so it’s a very complicated exercise to say the least. Luckily she decides quite quickly what I need and decisively she grabs a crème from the showcase.

I do sense what it might be and to minimalise my reaction to this, I read the description with one eye closed. And it says this: to delay the aging process.

I don’t get a lot of time to recover from my initial shock, because we are not done yet.

“Anything else? Those sunspots don’t bother you?”

We look in the mirror together and yes of course, full of little spots I used to categorise these a bog-standard freckles.

I walk out the door with a bag of rejuvenating creams worth a fortune and almost bash into a guy with his arms full of feather dusters.

“You want to buy one madam? They’re made of genuine ostrich feathers?” This second statement is accompanied by furious nodding.

Maybe it’s because of the feathers, maybe it’s because of the upcoming Christmas period, but all of a sudden it’s like I flitter above myself and while I’m doing that I even have the breath to say: “Apparently this is the NEW demographic for you. You do belong to this feather duster target group now, but you still think the dentist is too young and anti-wrinkle creams are not meant for you. What do you think yourself?!”

“Yes, well, uhm”, and I kind of start a story about the dentist I went to in the Netherlands who was way better (and more experienced) and who had a monitor showing cartoons. These cartoons made you stop thinking of your teeth, or the drill, and encouraged thoughts about whether people who like those cartoons really exist.

But all those arguments don’t make sense at all, since we are all getting older and there’s not all that much you can do about it.

So I humbly, give in and choose a pink feather duster.

Stoffig

“Komt u maar verder mevrouw Lebens”, zegt de zorgvuldig opgemaakte en ook een beetje kleine en dikkige tandartsassistente. Dus ik sta op en geef de assistente een hand.
“Ik ben dr. Naidoo, maar je mag me … noemen.” Haar voornaam versta ik niet en bovendien, wat gaan we nou krijgen? De assistente die om verschillende redenen niet mijn dochter zou kunnen zijn – maar wel heel erg jong is!- is helemaal geen assistente.

Ah ja, natuurlijk, u bent de tandarts?!, hyperventileer ik.

In gedachten moonwalk ik achteruit de deur uit. Maar, ik kan helemaal niet moonwalken en dus ik schuifel toch maar gedwee achter de dikke billen van de tandarts aan. En ga liggen.

Misschien ligt het ook wel aan mij. Laatst kocht ik voor het eerst van mijn leven een crème van een duur merk. Ik kon kiezen uit smeersels voor allerlei verschillende huidtypes. Hulpeloos in de crèmige wereld vroeg ik de winkeldame om hulp.

“Wat baart je het meeste zorgen?”, vraagt ze.

Ok. De honger in Afrika, de opwarming van de aarde, de broek die ik net paste in mijn eigen maat en die toch niet dicht ging, gezondheid in het algemeen, wat ik verder wil met mijn leven.

Maar goed, ik heb nu even andere prioriteiten. Bovendien, hoezo wat baart me het meeste zorgen, waarom pakt ze niet gewoon iets zoals ‘voor de vitale huid’?

Ik mompel met mijn gezicht zo strak mogelijk getrokken iets over fijne lijntjes, waarna ze heel dichtbij me komt staan. Precies zo dichtbij dat ik me afvraag wanneer ik mijn tanden ook alweer heb gepoetst en of ik daarna misschien nog koffie heb gedronken. Dus ik houd mijn adem in EN ik had al dat strak getrokken gezicht, dus het is allemaal nog vrij ingewikkeld ook. Gelukkig is ze er snel uit en pakt kordaat een pot crème uit de vitrinekast. Ik voorvoel al wel iets, dus om de schrikreactie te minimaliseren, kijk ik met één oog dichtgeknepen op de pot crème en lees dit: om het verouderingsproces te vertragen.

Veel tijd om van mijn flauwte bij te komen krijg ik niet, want we zijn nog niet klaar.

“Je hebt verder geen last van die pigmentvlekjes?”

We kijken samen in de spiegel en ja hoor, vol vlekjes die ik tot dan toe categoriseerde als karakteristieke sproetjes.

Ik loop naar buiten met een fortuin aan verjongingsmiddelen in mijn tas en bots bijna tegen een man met heel veel plumeaus in zijn armen. Of ik er een wil kopen? “Ze zijn gemaakt van echte struisvogelveren hoor!”, voegt hij toe en knikt driftig.

Misschien zijn het de veren, of is het een voorloper van kerst, maar ineens hang ik boven mezelf te fladderen en zeg: “Dit is dan dus blijkbaar de NIEUWE fase. Je behoort nu definitief tot de plumeau doelgroep, maar vindt de tandarts toch te jong en anti-rimpelcrèmes nog een ver van je bed show. Wat denk je zelf?!”

“Ja, nou ja”, zeg ik en begin een half verhaal over de tandarts in Nederland die veel beter was (en meer ervaren) en een schermpje had met tekenfilmpjes en dat je dan niet meer nadacht over je tanden en een boor, maar of er mensen waren die de filmpjes echt leuk vonden.

Al die argumenten doen er weinig toe, want we worden allemaal ouder en er is ook verder niks aan te doen, dus geef ik me schoorvoetend over en kies een roze plumeau. 

Letting go


“Yes!” I shout with conviction when Joost says: “They approached me to work in South Africa.”

We give each other a surprised look. I’m not the quickest decision maker ever. So apparently we both expected hellfire and brimstone or a tantrum at the very least:

Me: “Yeah, haha, what do you think? South Africa, I’d rather just die.”

J: “Yes. No. Maybe not even consider it.”

My hormones luxuriate. We have just survived three weeks after giving birth to my third. It is the period that confirms my knowledge that I could never swap a job, but would rather spend the rest of my life close to my child. No more work for me thank you. Well, only from a very idyllic point of view. For on my pink cloud of motherhood I never see myself actually in action with play-doh, fingerpaint and papier-mâché.


Still under influence of this euphoric hormonal cocktail, we spend the evening surfing the web. We are of course experienced Southern Spain backpackers (with a rented car) and we also went to the Southern Netherlands (living in a 6-person bungalow). Well now our new destination was to be South Africa.

After researching things like climate (whoop!) and housing (goodness!), we google “South Africa and safety.” Well.

Our excitement dies like the foam head of a beer in a plastic cup.

I can’t clear my mind of images of armed men who spend all day running around gated complexes in order to rob everyone and everything (with the distinct intention to murder them afterwards).


Pretty soon we start asking each other difficult questions. The key issue being: ‘Can you give your children the feeling that they are secure when you don’t feel that way yourself?’

It doesn’t make any sense, judging a country that we had never even visited and a feeling that we may never even experience. But our great quest for clarity and security when it comes to the safety of our children has assumed immense proportions. Not all that strange, when you take into account that after giving birth, you suddenly have that bundle of humanity in your arms that is drawing on strong emotions. All of a sudden you’re stuck with: Feelings of Responsibility, of Guilt and Primal Emotions. You tend to protect that mini human being as if you were a lioness. At first you keep it out of the clutches of the well-meaning “experts” and as you realise your pink cloud is dissipating, you need to keep your baby out of the clutches of the rest of the evil outside world.

Right?


Well. At some point, we cut our apron strings, moved and live here in South Africa for nearly a year now.

And where at first I only visited secure malls, talking to Joost in whispered tones and keeping my money in my sock: “You have to come and fetch me, because I have to cross the road, and I am not sure if I can do it securely.” I do now venture around the whole country.

But still from safe haven to safe haven. Obviously, it’s not always secure. Often motivated by poverty, I have nothing to eat and you have this car / bag / house. And so people are robbed, cars hijacked and houses expertly and completely cleaned out. Even the furniture to dish cloths and meat out of the freezer.


The perennial question is: How do you protect your children?

Maybe it is like this.

The big ‘letting go’ already starts with giving birth. And you’d better accept it. If there’s one thing you can’t do, it’s to protect your children from all evil.