Monthly Archives: February 2012

Ik werd er simpel van

In de tussentijd lag die nieuwe telefoon nog altijd in een la in onze bar annex speelgoedkast annex archief (ik had bedacht dat ik later, terugkijkend op mijn leven als expatvrouw, niet perse hoefde te concluderen dat ik zo lekker georganiseerd kon opruimen ineens). En hij lag daar maar en hij lag daar maar en moet ongetwijfeld hebben gedacht dat hij daar niet voor gemaakt was. Dat je een simpele Nokia in een la laat liggen, daar kon iedereen inkomen. Maar hij, gestroomlijnd en wel met al zijn functies en mogelijkheden? En bovendien, tegenwoordig ben je zo snel bejaard, voor je het weet word je bruut ingewisseld voor een jonger modelletje. Ik vond het eerlijk gezegd nogal vergezocht en zeurderig, ook al omdat hij daar pas zes weken lag. En ik dacht ook, wat apart dat een man dit zegt, misschien is het toch een vrouw? 


Toch vond ik het sneu en fluisterde door een kiertje in de la: ‘Ik kan het niet helpen, Joost wil het simkaartje niet kleiner knippen.’ En toen ik dit soort dingen ging denken en ging babbelen tegen een telefoon nb(!), werd het serieus tijd om mezelf tot de orde te roepen.

Het is zoiets als tijdens je zwangerschapsverlof lichtelijk overspannen raken als je man (of partner of vriend of vriendin etc) later thuis komt dan afgesproken. Terwijl, hij stond toch in de file? Maar dat interesseert je naar boven afgerond niks, want dat had hij immers in kunnen calculeren en hij had in ieder geval bloemen kunnen kopen ook al was hij daarna inderdaad nog vijf minuten later geweest, maar wat zijn vijf minuten op het uur dat hij in die K-file stond nou helemaal. En dat stampend en schreeuwend.

Hoog tijd om zelf aan de slag te gaan dus.

En zo toog ik nog maar eens naar de winkel van provider MTN om mijn geluk te beproeven op de aanschaf van een microsim kaartje voor de prepaid variant welk zinnetje steeds gemakkelijker mijn mond uitrolt.

Ik steven af op de eerste de beste jongeman en dreun het zinnetje op.

‘Nee, we hebben ze niet. Nee, we weten ook niet wanneer we ze wel binnen krijgen. Zal ik uw nummer noteren?’

Ik verdenk Zuid-Afrikanen er steeds vaker van dat ze telefoonnummers sparen als suikerzakjes. En dat ze dan avondjes organiseren waarbij ze die onder luid gejoel en al swaffelend uitwisselen. Ik ben in ieder geval nog nooit terug gebeld.

Dus ik gooi het hele plan resoluut om en zeg venijnig:

‘Nou prima hoor, dan stap ik toch over op een ANDERE provider.’

‘Ok’.

Ik ben blijkbaar meer onder de indruk van dit idee dan de verkoper van simkaartjes.

Vervolgens snel ik naar de andere provider.

‘Nee, we hebben geen simkaartjes op voorraad. U zou het helemaal aan de andere kant van het winkelcentrum kunnen proberen.’

‘En je kunt niet even checken of ze daar op voorraad zijn?’

‘Nee, u moet gewoon even gaan kijken als u begrijpt wat ik bedoel?

Nu snapte ik prima wat hij bedoelde. Net zoals ik het prima snap als iemand zegt: ‘Kijk ik snijd de boontjes nu doormidden, snap je?’ En dat je elkaar dan aankijkt en zegt, ‘Snap je? Er is niks aan te snappen, als je nou mijn wiskundeleraar was en me iets vroeg over de wortel van de boon, à la.’ En ook dan zou ik btw slechts voor de vorm ja zeggen.

Hoe dan ook, Boris en ik drinken een milkshake en we bedenken dat Joost dit het beste kan afhandelen. Boris omdat papa alles kan en ik omdat ik inmiddels bereid ben het simkaartje anders met een heggenschaar bij te punten.

There’s always a first time

‘Have you ever cycled before?’, asks the man who hires out mountain bikes.
‘No’, I reply.

‘No?!’, the man gives me a startled look.

‘Yes, yes, yes, sorry, yes, however I have never ridden a mountain bike through sugar cane fields or anything like that.’ Sometimes, even though I know the answer, I end up saying something completely different. Very inconvenient, especially when the answer is yes or no.

I must admit, I wasn’t concentrating, as my mind was busy recalling my first ever run.

Prior to starting out on this run I thought: ‘How hard can it be, since it appears everybody goes running?’ That everybody does it, never is incontrovertible evidence that I can do it too, but I pushed that doubt to the back of my mind and had visions of myself running through verdant green valleys and a glorious landscape with unlimited possibilities. Something like I’d remembered seeing on ‘Teletubbies’.

It wasn’t as though Teletubbies have anything to do with running, but while picturing these meadows in my mind suddenly a Teletubby in shorts came running through.

Why it couldn’t have been a muscular good-looking male, I don’t know either. It appears that you can’t always control your thoughts.

I suppose it would look rather ridiculous having a well-toned Teletubby racing up and down hill and doing push ups and sit ups, all accompanied by loud ‘oh oh’ shout-outs. It’s just not very credible.

‘Oh oh’ certainly applied to my running career. It started after a few steps and ended when I reached the end of the street. It was while I was stumbling to a halt that I realized that my dream of being an Olympic athlete were over. I looked back shamefully in case anyone witnessed this fiasco and walked home.

Anyway, the proprietor hands me the bike and I notice that the saddle is set very high. I say nothing because the idea is not to show concern and merely take off as though you are experienced.

I perform a test run as I did as a child when I used to protest: ‘Yes Mom, I can really ride that bike, no it’s not too high. No, it’s NOT!’) and as for memories of my first spinning class (never mind).

‘The bike’s perfect!’ I shout at the proprietor.

‘Uhm, are you sure it’s not too high?’

What kind of a spry proprietor is this? My word! And as for those enviable white teeth.

In the meanwhile his entire family had gathered around a picnic table which was nicely positioned under a tree and observed us while eating chicken and rice. Well at least, I assumed they were his family, they could just as easily have been his colleagues as well. It’s early anyway to eat chicken and rice.

‘Which route are you following?’ A brother / colleague / friend / whatever.

‘The blue route’, I answer. And I think, route, route, what’s with this route idea? All I’m about to do is cycle for a while, which is something we do everyday in the Netherlands. 

‘Aha,’ he says raising a knowing eyebrow and sniggers biting into his chicken.

The man in charge hands me a helmet, which looks absolutely ridiculous in conjunction with the padded cycling pants.

I fit the helmet and proceed to start cycling.

The man in charge quickly corrects me: ‘The helmet goes on the other way madam.’

Now I would like to explain how running is really more my thing than mountain biking and about how in April I will be undertaking a 21 km half-marathon and that mountain biking is really a new discipline for me and that I hadn’t realized he had handed me the helmet incorrectly. So, whose fault is it anyway?!

Where upon I would give the family sitting at the picnic table a look, they would stop eating for the occasion, assisting me by nodding and saying: ‘Yes you always hand people helmets the other way Moron.’

But I leave it with a sum up:

‘Yes, of course, how stupid of me, well bye for now!’

I reposition the helmet and think to myself how much chicken is consumed in South Africa and that a first time never comes around as you expected. Then I set off as quickly as I can, while Joost follows in my slipstream.

Eerste keer

‘Heb je wel eens eerder gefietst?’, vraagt de mountainbike verhuurder.     
‘Nee.’
‘Nee?!’ De verhuurder kijkt verschrikt op.
‘Ja, ja, ja, sorry, jawel, maar, niet op een mountainbike door suikerriet enzo.’ Soms weet ik het antwoord wel, maar komt er iets heel anders mijn mond uit. Reuze onhandig. Vooral als het antwoord ja of nee is.

Ik ben in gedachten verzonken en liep daarin voor het eerst hard.

Vooraf had ik bedacht dat het nooit moeilijk kon zijn. Want, iedereen doet het. Nou is dat voor mij geen sluitend bewijs dat ik het ook kan, maar ik had die destructieve gedachte voor het moment even geparkeerd en waande me een Teletubbie in een groen heuvellandschap met onbeperkte mogelijkheden.

Het is onwaarschijnlijk dat juist de Telebubbie goed kan hardlopen, maar ik had die geruststellende wei al in mijn hoofd en ineens liep daar ook een Teletubbie in een hardloopbroekje doorheen. Ik begreep ook niet waarom het geen fijne gespierde man was, maar je kunt je gedachten niet altijd sturen zo bleek maar weer.

Het zag er niet uit en los daarvan: Een afgetrainde Teletubbie  die keihard de berg op en af rent, push ups en sit ups doet en dat allemaal onder begeleiding van hard ‘oh oh’ geroep? Totaal ongeloofwaardig.

Op mijn hardloopcarrière bleek vooral ‘oh oh’ van toepassing. Ik begon met rennen, het ging over in sjokken en zo bereikte ik het einde van de straat. In mezelf zei ik: ‘Dit gaat ‘m nooit worden’, keek zo’n beetje verontschuldigend om me heen, want je weet nooit wie je betrapt en wandelde terug naar huis.

Goed, de verhuurder overhandigt me de fiets. Met een heel hoog zadel. Maar je laat je niet kennen, want ook zonder ervaring roetsj je in één keer weg, is het idee.

Vervolgens rijd ik een rondje proef met zo’n schuine bil die ik me van vroeger kan herinneren (nee mam, ik kan echt wel op die fiets, nee hij is niet te groot! NIET!) en van de eerste keer spinnen (never mind).

‘Prima hoor!’ Roep ik.

‘Uhm, zeker weten, niet te hoog?!’

Bijdehand fietsverhuurdertje, djiezus. Jaloersmakend witten tanden heeft hij ook. Zijn hele familie zit het tafereel inmiddels vanaf een picknicktafel onder een boom gade te slaan, terwijl ze kip met rijst te eten. Althans, het kunnen ook collega’s zijn natuurlijk. Het is hoe dan ook vroeg voor kip met rijst.

‘Welke tocht ga je doen?’ Een broer/ collega/ vriend/ whatever.

‘Blauw’, zeg ik. En ik denk, tocht, tocht, ik ga gewoon een stukje fietsen, dat doen wij in Nederland iedere dag zo’n beetje.

Hij zegt ‘Aha’, lacht een beetje, trekt één wenkbrauw op en neemt nog maar een hapje kip.

Dan overhandigt de verhuurder me een helmpje. In combinatie met de broek met stuk: lulligheid ten top.

Ik zet het op en wil wegrijden.

‘Andersom mevrouw.’

Ik wil iets te zeggen over dat ik eigenlijk toch meer een hardloper ben, dat ik zelfs, ja heus waar 21 km ga lopen in april en pas voor het eerst mountainbike en dat hij het helmpje ook verkeerd om aangaf. Dus wiens schuld is het nou eigenlijk?! Waarbij ik naar de familie aan de picknicktafel kijk, zij voor de gelegenheid even stoppen met eten, mij knikkend bijstand verlenen en zeggen: ‘Ja je geeft de helmpjes altijd verkeerd aan lampelul.’ Maar ik vat het voor het gemak maar gewoon even samen:

‘Ja, natuurlijk stom, nou doei hè.’

Ik zet het helmpje op, bedenk me dat er in Zuid-Afrika echt veel kip wordt gegeten en dat een eerste keer ongeveer nooit is wat je ervan verwacht. Daarna fiets ik heel hard weg, Joost in mijn slipstream meenemend. 


Three tips and some gadgets for Valentine’s Day

Hmm, can you even remember how many admirers you had? Today is D-Day, because it’s Valentine’s Day. Those secret admirers will make themselves known. Or do you maybe think it’s a ridiculous day? With these tips, you will get something out of it anyway.
Let’s start with a little history.

Saint Valentine

The feast of St. Valentine was first established in 496 by Pope Gelasius I. At the time of Pope Gelasius no biographical information about St. Valentine was known, but the story goes that St. Valentine was named as one of those: “(…) whose names are justly reverenced among men, but whose acts are known only to God.”[1] 
Well, it’s definitely a bit of a fragile origin, but perhaps that is precisely the power of Valentine’s Day: Something with a mysterious side, which makes it interesting as well.

Tip 1: Create tension

Sending someone anonymous cards or letters is still is the ultimate Valentine thought. Once unknown to me love struck Valentine stuck yellow memo notes with short messages all over my bike, at the garage door, and on my school bag. Wonderfully exciting and with each new note he became more and more like my dream prince. Until he decided to reveil himself.

What a disappointment.

Well, love of course is mutual, thus restore the paperwork and build up that excitement! Put a memo in a workbag, hide a note under a pillow, in a coffee mug, or send the best Valentine card you can find.

Click here for the best memo notes and the best cards.

Tip 2: Make an effort

Frame that one photo taken when you just met each other, surprise him or her with a lunch, a spontaneous walk along the beach or a homemade dinner. And if you do not know each other that well yet: Flowers are always good to start. But, do not drive past that gas station on the way home for a wilted bunch of flowers in cheap transparent cellophane. Do something original – and nowadays it’s easily done with flowers as well. For example with this computerized flower box.

Tip 3: Relax

If you are revolted by the whole idea of, this commercialized day, then that’s completely understandable. Look at it positively though and relax. Make fun of it and run a contest, for example: Who can come up with the worst and cheapest Valentine’s Day gift ever? Or just settle down, but in any case do it together, and snuggle yourselves behind this heart shaped container.

Sharing? Yes please!

Sharing is the very essence of Valentine’s Day! Do tell with which action / gift / gadget you used to win your valentine’s love, tweet the result on February 14, 2012 using the hashtag: #beste1402 and the best action will be rewarded with a real Lovpil. Who says the way to a man’s heart doesn’t lie through his stomach?

Happy Valentine’s Day!


For the Dutch version check: http://bit.ly/AdVhMZ


[1] http://en.wikipedia.org/wiki/Valentine%27s_Day

Echt waar!

De Elfstedentocht. Wel, niet, wel, niet, wel, niet. Ik raak al volledig uitgeput van de hele discussie voordat er überhaupt een meter is gereden. Of verreden.

Bij DWDD blazen mannen met prehistorische baarden opgetogen wolkjes koude lucht de ether in, elke derde tweet gaat over dik of dun ijs en het land wordt verdeeld in rayons.

Totale chaos overal.

Zelfs op 40 graden afstand, aan de andere kant van de wereld kost het me nog moeite niet de hele dag het ijs dik te denken. Want dat helpt hè. Als we het met z’n allen geloven, dan is het zo. Maar goed, ik heb al genoeg moeite mijn eigen dingetjes naar een ander niveau te krijgen. Dus op enig moment maak ik me los van het ijs voor een potje tennis.

‘Hey, beetje bijgekomen?’ Tennislerares Bev richt zich tot mij, want ik heb sinds kort tennisles.
‘Jazeker, ze vond het heel leuk’, antwoordt Joost en niet ik.

Owh, Jesoes denk ik. Heel even kijk ik verstoord op van mijn geveterstrik en vraag me af hoe ik in de scene ‘Echtgenoot betaalt voor tennisles vrouw en ze bespreken het resultaat zo’n beetje’ van Dirty Dancing terecht ben gekomen, want ik heb nooit geauditeerd whatsoever.

Maar niemand let op mij.

Misschien kan ik iets zeggen waarmee ik het een klap afserveer dit geneuzel, maar dat hadden we precies nog niet geoefend. Serveren.

Dus ik kijk maar een beetje ijskonijnerig in het luchtledige en doe alsof ik het niet heb gehoord. Want als je maar vaak genoeg tegen jezelf zegt dat het zo is, dan is het ook zo.

Zo dacht ook de Zuid-Afrikaanse zanger die overleed in 2009 en nu ineens weer op de stoep stond (http://bit.ly/z8ARKG). De hele straat en voortuin van het huisje stonden direct vol met fans. Zijn grootmoeder en twee van zijn vrouwen zeiden direct: ‘Ja hoor, het is hem.’

Maar zijn laatste vriendin zei: ‘Ammehoela, hij lijkt er niet eens op.’ Ook als je de foto’s in de krant ziet: totaal geen gelijkenis.

Daarom een reconstructie.

De fan van de overleden zanger zingt op een ochtend onder de douche nog eens een liedje van de zanger. En hij denkt, ‘Zo, maar dat klinkt helemaal niet verkeerd, sterker nog, best aardig!’ Hij doet een dansje, schudt wat heen en weer en constateert: ‘Yep, ook  hele soepele moves.’ Tijdens het scheren kijkt hij nog eens goed in de spiegel, ziet de gelijkenis en bedenkt zich dat, voor zover hij zich kan herinneren, dat harem er nog best okidoki uitzag ook en dat het net zo goed zijn vrouwen kunnen zijn! Hij neemt het kind van de meest recente vriendin in gedachten al aan als zijn eigen kind en ineens denkt hij:  ‘Joh, ik ben het gewoon, zo is dat even bizar.’ Hij moet er even van bijkomen, maar niet te lang, stapt in een taxi en koerst naar zijn nieuwe, oude huis.

Inmiddels scandeert hij door megafoons in opperste staat van overtuiging van wie dan ook dat hij de overleden zanger is. Want hoe harder je het roept, hoe reëler het wordt.

Toch? Dokter Simon kwam immers ook terug nadat hij even dood was geweest. Eerst geloofde je het niet, maar toen geloofden we het allemaal wel en toen was het zo.

‘Simon is terug. Hij is niet meer dood.’

‘Echt niet!’

‘Ja echt wel.’

‘Echt? Oh ok, dan zal het wel.’

Anyway. Zaterdag jongens, zaterdag, zaterdag. Ik zweer het je.

Useless

My inspiration has to come hesitantly. Even if I cap my hands above my eyebrows as if it were a visor, I can’t see a thing to do(hooo).
And then, the phone rings.

Delighted with this change of fortune, I look at the screen. An unknown number. Yes!

And it’s, oh confound it, the dentist.

The assistant asks if I can come in today for my appointment instead of tomorrow, because the dentist has a gap today? All of a sudden my day gets this useful filling, that hopefully isn’t for my teeth and just as I’m about to laugh about this ‘not the best joke ever’, I realise that I’d better hurry and brush my teeth.

Only half an hour later I lie down in the dental hygienist’s chair. She is a rather social type. While she cleans my teeth with lots of water, I concentrate on bubbling up answers to her questions. And if she really can’t hear what my answer is, no problem either, then we just stop and I can answer five questions at once. It’s all a very convenient one stop-shop.

Just when I think that this treatment will last forever if we stop every minute, and why the hell she never chose a profession with nails, dentist N. throws open the door.

He stands in the doorway, hands on his hips, and looks as if he, like Lucky Luke, could pull two drills from his holsters any time. Because he is quite muscular, I expect him to turn sideways as he comes through the door, after which he’d probably rhythmically line-dance inwards with a sidestep.

He looks at me for a moment from the doorway.

I look back with my head in an upright position, which is quite uncomfortable, because I of course have to lie down in that dentist’s chair. Fortunately, I can barely suppress the inclination to open my mouth, because that wouldn’t be beneficial for my second chin. Moreover, it wasn’t as if he could examine my teeth and start filling any holes from that distance.

Then he simply walked in and said:

‘So, what can I do for this young lady?’

From my horizontal position, I first took a look at him, then I looked up at the assistant and if nobody said anything, apparently I have to respond myself. And then the assistant and I in unison answer:

‘A regular check up.’

‘Yes, exactly what she said’, I add in all my silliness. It must be because everybody’s standing, except me.

The dentist pulls on two solid blue gloves that he snaps on his wrists. It’s a lot of showing off, speaking of which, I honestly would prefer him to practice more dentistry and a little less sport.

And then they both lean forward over my mouth. The dentist starts talking about braces and that he has a friend that can fit those braces and that those braces won’t have to stay in for a very long time and if he would give me the number of his friend?

Denstists, friends and diminutive words. It’s about as sexy as men who cut Sim cards into pieces.

And speaking of which: a micro Sim card goes with a contract. And yes, you can buy one if you are on pre-paid as well, but those cards are in stock just as often as a good dentist.

Nutteloos

Het moet van ver komen. Zelfs als ik mijn handen boven mijn wenkbrauwen vouw als een soort zonneklep, zie ik niks.
En dan gaat de telefoon.
Verheugt kijk ik op het schermpje: een onbekend nummer. Yes!
En het is, oh deceptie, de tandarts.
Of dat ik nu kan komen in plaats van morgen want de tandarts heeft een gaatje? Althans, die waanzinnig goeie grap maak ik naderhand. In mezelf. Ik moet er nog om grinniken ook en net als ik denk, zal ik ‘m anders aan iemand vertellen, want waarom niet, ik heb toch geen ruk te doen verder, bedenk ik me dat ik wellicht beter mijn tanden kan gaan poetsen.

En zo lig ik een half uur later in de stoel van de mondhygiëniste. Het is een nogal sociaal type. Terwijl ze mijn tanden reinigt met heel veel water, borrel ik geconcentreerd antwoorden op haar spervuur aan vragen. En als ze het echt niet kan verstaan, ook geen probleem, dan stoppen we gewoon even en kan ik op vijf vragen tegelijk antwoord geven. Reuze handig allemaal.

Net als ik me bedenk dat het wel lang duurt op deze manier en waarom ze in vredesnaam geen beroep met nagels heeft gekozen, gooit tandarts Nelson de deur open.

Hij heeft zijn handen in zijn zij en kijkt alsof hij ieder moment Lucky Luke-achtig twee boren uit zijn holsters kan toveren. Omdat hij best breed is, verwacht ik dat hij zo een kwartslag draait omdat hij anders niet door de deur past, waarna hij waarschijnlijk al line-dansend in zijstap ritmisch naar binnen beweegt.

Hij bekijkt me even vanuit de deuropening.

Ik kijk terug waarbij ik mijn hoofd ongemakkelijk omhoog houd, want ik lig natuurlijk in die tandartsstoel. Gelukkig kan ik nog net de neiging onderdrukken om daarbij ook alvast mijn mond open te doen, want dat zou mijn onderkin niet ten goede komen. Bovendien, alsof je mijn tanden en eventuele gaatjes kunt zien van die afstand.

Dan wandelt hij gewoon naar binnen en zegt:

‘Zo, wat kan ik voor deze mevrouw doen?’

Vanuit mijn horizontale positie kijk even naar hem, dan naar de assistente en als niemand iets zegt, is het blijkbaar toch de bedoeling dat ik zelf antwoord geef. En dan zeggen de assistente en ik in koor:

‘Een reguliere check up.’
‘Ja dat dus, eigenlijk wat zij ook zegt.’ Voeg ik onnozel toe. Het zal wel komen doordat de rest staat en ik lig.

De tandarts trekt stevige blauwe handschoenen aan die hij laat klappen op zijn polsen. Het is nogal veel uiterlijk vertoon en ik heb eerlijk gezegd ook liever dat hij wat minder sport en wat meer aan tandheelkundige bijscholing doet, nu we het er toch over hebben.

En dan buigen ze zich over mijn mond. De tandarts begint over een beugeltje en een vriendje die dat beugeltje erin kant zetten en dat het beugeltje helemaal niet lang hoeft te blijven zitten.

Mannen en verkleinwoordjes. Het is ongeveer net zo sexy als mannen die simkaartjes aan gort knippen.

En als we ook daar toch over hebben: alleen bij een abonnementje krijg je een geknipt kaartje. Aan mijn Iphone 4S voorlopig geen polonaise, evenmin aan mijn gebit overigens.