Monthly Archives: March 2012

Glazen muiltje

‘Ja, hij gleed zo uit je hoesje’, zegt Joost.
Ik kijk hem aan. Niet dat ik zelf nog niet door had dat mijn telefoon zojuist een vrije val van een meter maakte om vervolgens neer te storten. Ik kijk naar beneden en zie dat mijn telefoon precies naast het gras op de weg ligt. De voorkant ziet er picobello uit, zo op het oog.

Nu moet iemand in actie komen. Immers, kadootjes moeten worden uitgepakt (dat hij in vredesnaam niet zelf iets ‘geinigs’ heeft uitgezocht en al helemaal geen tas please, maar gewoon iets heeft gekocht dat ik heb gevraagd) en telefoons opgeraapt. Het is mijn telefoon, dus ik doe het. Ik houd hem met twee vingers vast, tel tot twee en draai hem om.

En zo ontdek ik dat de achterkant van mijn vier maanden oude, sinds vier weken naar behoren functionerende iPhone, van glas is. Althans, dusdanig gebroken glas dat Carglass er een hele kluif aan zou hebben.

‘Misschien is je hoesje te groot?’, oppert Joost. Oja, hij was er ook nog. Ik zucht diep en geef hem mijn – misschien is precies nu niet het juiste moment om het over de grootte van het hoesje te hebben – blik. Vervolgens sukkel ik in een drafje naar huis om ‘achterkant Iphone vermorzeld’ te googelen.

Welke idioot maakt een telefoon van glas? De kristallen beeldjes die voor de sier bij mijn opa in de kast staan vind ik al vrij tricky. De kinderen willen altijd spelen met de kip, de uil en de rest van de sierboerderij. Maar in principe is het mogelijk je opvoedkundige kwaliteiten in te zetten en de dieren achter een hek van stoelen en banken in hun beschermde omgeving in de kast, op hun glazen plaat onder lekker warm licht, hun gang te laten gaan. Waar je verder ook niet al te veel over moet nadenken, het is immers geen Toy Story.

En alhoewel ik er inmiddels aan begin te twijfelen, is een telefoon een gebruiksvoorwerp. Omdat ik hem graag weer zou gebruiken, moet hij gerepareerd en dus moet ik weer naar een winkel

‘Ik heb mijn telefoon laten vallen’, zeg ik terwijl ik over de drempel van de – op twee mannen na – lege iStore stap.

‘Dat is niet zo handig’, zegt de oudere grijzige man, terwijl de jonge man op me afloopt.

‘Wie maakt er nou een telefoon van glas!’, roep ik.

‘Omdat het mooi is natuurlijk! En wij mannen laten geen dingen uit onze handen vallen.’ Die grijze man weer.

Nu ken ik genoeg mannen die mooie dingen door hun vingers laten sijpelen als water of  simpelweg laten vallen, zoals daar zijn keepers. En dus wil ik een gesprek beginnen over 1 mooie dingen en 2 voetbal, maar nog voor ik begin word ik onderbroken door de grijze meneer.

‘Voel eens’, zegt hij.

En ik doe het ook nog hè. Ik voel de achterkant van de telefoon van de grijze meneer waar een soort zacht cellofaantje op zit en luister naar het verhaal van de jonge meneer. Over dat er een man is een Durban die ik moet bellen en dat we dan een afspraak maken en dat we elkaar dan ontmoeten en dat hij dan mijn telefoon repareert in 15 minuten en als nieuw hè, als nieuw, maar nu even niet want hij is helaas even met vakantie, maar hier heb je wel alvast zijn nummer… En de woorden gaan over in een soort gebrabbel en het kabbelt en golft en het is allemaal reuze gezellig, maar ik moet ook gewoon nog boodschappen doen tenslotte. Dus ik zeg, ‘Jongens het was leuk jullie te ontmoeten, ik ga hem bellen hoor, nou doei!’

Betovering in één klap verbroken.

I swear it’s true

The day felt like I was driving an automatic car in third gear instead of in
D(rive). It is possible to drive like this; you can easily drive short distances and race on the highway if you so wished without any problem. The engine runs at full speed, you could even keep driving it like this forever, but there is no point in doing it. The feeling that I was operating at less than peak performance, was pervasive.

I had been waiting all morning long to go to a new hairdresser. In fact, I was wracked with doubts the night before. With uncertainty comes nothing but doubt, so I also started wondering if going to the hairdresser was necessary at all. For it was only four months ago that I had my haircut. The reflection in the mirror showed centimeters of outgrowth, so it could definitely use some hydrogen peroxide, the big question was the length. It is always the length. In essence, you know that the hairdresser cuts your hair shorter, well it could never get any longer during a cut, could it?

While waiting, I called Tiny, a seamstress (this is along story, involving launching a business, which is in fact taking even longer than you expected etc. What I can reveal is that Tiny is not as fragile as her name suggests). To my dismay her phone is constantly giving me this electronic voice stating: ‘The subscriber you have dialed is unavailable at the moment.’

And again and again. And again!

Meanwhile, I was trying other number combinations in case I misdialled, but then the voice said,

‘This number doesn’t exist.’

Maybe it was because of my new phone. So I grabbed my old phone out of the same pouch. Nowadays I carry along two phones since some people, agencies, the dentist! only have my old number. Phones, new phone numbers and added to that neither phone is fully charged. You either hate cellphones, or hate them but secretly harbour a deep love for them. But I had luck on my side.

So I texted Tiny using my old phone.

As I waited for a response, my new phone tinkled. A text message!

I thought, ‘Hey that’s a funny coincidence!’, and read:

“Hi Tiny (…)”

And I said ‘Oh, yes of course!’ Then I yelled an unmentionable swear word I also recently used as a password for Gmail when I couldn’t log on for the 888th time because I had forgotten the password and of course, I had not calligraphed it on a piece of folded origami.

Excellent password, “strong” said Gmail and I thought ‘Na na na na na’ for the Federation Against Swearing can’t see everything.

In this great mood I changed into D(rive) and headed to the new hairdresser. But not before taking a picture of the length of my hair with my iPhone in a complicated corner reversed in the mirror.

No, of course this is a joke (haha). I actually could have done it though.

The hairdresser told me she was undergoing her first chemotherapy treatment. She showed me her breasts (not openly, only through her t-shirt) that they had recently removed her breasts. She wanted to start a blog about it, but she was not actually in possession of a computer and it was all very sad and yet I still had presence of mind to think about the length of my hair. So I admonished myself, since it was not at all appropriate to think about my hair at this moment, but on the other hand, the hairdresser had chosen to work inspite of her illness.

It was all rather difficult and caused – perhaps partly due to the highlights – a rather hazy condition in my head, while on top of my head things were actually going pretty well.

And so I promised myself solemnly that I would make sure my password never included any hint of disease. Even though my password does not consist of any disease in any way, shape or form.

In een vloek en een zucht

De dag startte alsof ik reed in een automaat in z’n 3 in plaats van in de D(rive). Het kan wel hoor, sterker nog, je kunt er heel best korte stukjes mee rijden en ook op de snelweg mee scheuren. De motor draait op volle toeren, het is gerust een jaar vol te houden, maar het rendement is nihil. Waarschijnlijk kwam het door al het wachten.
De hele ochtend zat ik al te wachten tot ik naar de nieuwe kapper ging. En de avond ervoor zat ik eigenlijk ook al te wachten. En met wachten komt niks dan twijfel, dus ik vroeg me inmiddels ook af of ik wel zou gaan. Want het was pas vier maanden geleden. Was het wel nodig nu al? De reflectie in de spiegel toonde centimeters uitgroei, dus dat met die waterstofperoxide zat wel snor, de grote vraag was de lengte. Het is altijd de lengte hè. In wezen weet je dat de kapper je haar korter knipt, het is er in ieder geval nog nooit langer van geworden, maar toch.

Tijdens het wachten belde ik Tiny (lang verhaal, iets met een op te starten business en het gaat vooral nog trager dan je al had verwacht en ik kan alvast wel verklappen dat Tiny helemaal niet zo tenger gebouwd is als haar naam doet vermoeden) en nog een keer, maar ik kreeg steeds de in gesprek toon. Althans, was het maar waar. Er was steeds iemand aan de andere kant van de lijn (dacht ik) maar op het moment dat ik wilde reageren bleek het steeds dezelfde mevrouw die me vertelde: ‘De persoon die u probeert te bereiken is momenteel niet bereikbaar.’

En weer en weer. En weer!

Inmiddels zat ik vloekend andere cijfercombinaties te proberen, maar dan zei de stem:

‘Dit nummer is niet in gebruik.’

Misschien lag het aan mijn nieuwe telefoon. Dus ik pakte mijn oude telefoon uit hetzelfde etuitje. Tegenwoordig zeul ik twee telefoons met me mee omdat sommige mensen, instanties, de tandarts! alleen mijn oude nummer nog hebben. Telefoons, nieuwe nummers en dat ze precies allebei niet opgeladen zijn. Ik heb er een haatverhouding mee. Maar ik had het geluk aan mijn zijde.

Dus smste ik Tiny met mijn oude telefoon.
Terwijl ik wachtte op een reactie, tringelde mijn nieuwe telefoon. Een sms!

Ik dacht, hee da’s nog eens toevallig en las:

‘Hi Tiny (…)’ 
En ik zei ‘sjongejonge zeg’. Daarna riep ik in het wilde weg een niet nader te noemen vloekwoord dat ik tevens recent als wachtwoord heb ingevoerd van Gmail toen ik voor de 888ste keer niet kon inloggen omdat ik het wachtwoord was vergeten en het natuurlijk nergens op een origami vouwpapiertje had gekalligrafeerd.
Prima wachtwoord, ‘strong’ zei Gmail en ik dacht ‘sliep uit’ dat de Bond tegen het vloekenniet alles kan zien.

In deze opperbeste stemming toog ik in D(rive) naar de nieuwe kapper. Maar niet nadat ik een foto van de lengte van mijn haar met mijn Iphone in een ingewikkelde hoek achterstevoren en voor de spiegel had gemaakt.

Nee hoor grapje, haha, maar het had gekund.

De kapper was bezig met haar eerste chemokuur, ze had geen borsten meer en dat liet ze ook zien, maar niet echt natuurlijk, alleen door haar t-shirt heen. Ze wilde er een blog over schrijven, maar ze had eigenlijk geen computer en het was allemaal heel treurig en toch had ik nog ruimte in mijn hoofd om na te denken over de lengte van mijn haar. Dus ik sprak mezelf vermanend toe, want het was niet gepast om daar op dit moment over na te denken, maar aan de andere kant: ze was immers ook gewoon aan het werk.

Het was allemaal heel lastig en het veroorzaakte – wellicht mede door de peroxide – een vrij wazige toestand in mijn hoofd, terwijl het er op mijn hoofd eigenlijk best goed aan toe ging.

En zo beloofde ik mezelf plechtig dat ik mijn wachtwoord aan zou passen. Ook al kwam er geen ziekte in voor.

Submerged

The weather seemed undecided and Bev, the tennis coach, cancels our lesson.
So I whatsapp ‘Group tennis’ to find out why she was cancelling. After some back and forth we wonder if we shall call her.

B. whatsappt: ‘Sometimes life is unpredictable, so perhaps we should leave it?’

I app: ‘Oh okay’, while I raise my eyebrows and remember that I’m fortunate not to have bought that false hair.

This is an unexpected turn. It’s like you want to leave punctually and one of the kids has a pants full of poop. It’s like you can’t retrieve that one file on your computer because there is someone playing a game. It’s like you spend an hour in the kitchen and the feedback is: ‘Eeugh, yuk, I don’t like this very much.’ 

We grown-ups though abide by rules, norms and always maintain a promise is a promise. So, rain or no rain, I already resemble Steffi Graf in my tennis dress and in my mind I have already carefully targeted landing balls in all corners of the tennis court.

Just as I’m texting and asking why (the fuck) she won’t come, I visualise  her lying in an ambulance with screaming sirens that is transporting her from one hospital to another. Suddenly the ambulance stops, because it has broken down and is caught in a very wild storm. The doctors discuss whether they will operate in the ambulance (…).

Of course this vision could be a result of watching ‘Grey’s Anatomy’ once too often.

So I text her, albeit sheepishly saying: ‘Hi, how are you’ and ‘Is the weather putting you off?’ and suggesting ‘We will be there, so if you want to, you can come’, adding ‘Otherwise a good weekend!’

It is quite a long text message. I don’t even understand a lot of it myself and I think what a hassle this has become and it’s not even 7 am yet, however I just press send.

A. (She replies after following the discussion amongst us there):

‘Well, what kind of a discussion was that? I always think: either you call or sms or you don’t call or sms!’

And while she says that, she pretends to serve a ball. Some people have this great feel for a ball. Had it been me, my racket would be stuck in a bush, or I would have hit my own head with it.  

Then we go to Wilfred, the guy behind the bar, in order to arrange some balls. Just for fun I ask if he can coach us?

Wilfred says,

‘Yes, good idea, haha, I’ll just get changed. Whose partner will I be?’

We laugh as well and point at each other.

Then we start playing tennis trying our best to keep the balls in the air yelling, ‘Sorry!’ at each other and: ‘Tennis is very difficult if Bev doesn’t hit the balls straight onto your racket don’t you think?!’ And then, all of a sudden Wilfred shows up in his sneakers, wearing a shirt with wide armholes that basketball players normally wear. He enthusiastically, just like a real coach, pushes ahead of himself a basket of tennis balls.

Before we can say anything he positions himself next to B. and also hits a ball over the net.

Okay. Now there are two balls in circulation.

We had just arrived at the conclusion that we already encountered problems with three people and one ball.

We politely keep on hitting balls criss-cross over the net, occasionally using our hands to stop balls. After five minutes we see that this is not going to work and Wilfred says, ‘Let me hand you the balls like Bev does.’ With which we start a physical version of 60 Seconds.

And then I receive a text message from Bev.

Bev didn’t land in some African hospital with quadraplegie, she’s not abandoned by a friend and her house didn’t burn down. She is en route to Mozambique to dive.

So, hope abounds.

Ondergedoken

Het miezert en Bev, de tennislerares, zegt af.
Dus ik whatsapp aan ‘Groep tennis’:

‘Zullen we anders even bellen waarom ze niet komt?’

B. whatsappt terug: ‘Soms lopen dingen in een leven anders dan je verwacht, dus misschien beter van niet.’

Ik app: ‘Oh ok’, terwijl ik mijn wenkbrauwen optrek en het dus maar goed is dat ik dat nephaar niet in heb.

Het is een onverwachte wending. Net zoals stipt op tijd weg willen gaan en dat er dan één een poepbroek heeft. Dat je op je computer dat ene bestand niet terug kunt vinden omdat er één een spelletje moest doen. Of dat je een uur in de keuken hebt gestaan en dat de feedback is: ‘Ik vinne deze nie zo heel lekker’.

Maar, wij volwassenen zijn van regels, mores en afspraak is afspraak. Dus, regen of geen regen, ik heb me al volledig Steffi Grafisch in tennistenue gehesen en in gedachten heb ik ballen zorgvuldig in hoeken gemikt.

Net als ik wil sms’en waarom (the fuck) ze niet komt, zie ik haar in een ambulance liggen die haar met gillende sirenes vervoert van het ene naar het andere ziekenhuis. De ambulance stopt, want hij is kapot en komt terecht in een hele heftige storm. Terwijl de doktoren overleggen of ze in de ambulance zullen opereren (…).

Het kan ook de invloed zijn van Grey’s Anatomy, dit.

Dus ik sms, maar dan wel omfloerst: ‘Hoi, hoe gaat het’ en ‘Als het aan het weer ligt’ en ‘Wij gaan hoor, dus je kunt komen.’ En ‘Anders een fijn weekend hè’.

Het wordt nogal een lange sms. Ik begrijp er zelf niet heel veel meer van en denk sjemig wat een gedoe en het is nog niet eens 7 uur en dan druk ik toch maar op send.

A. (naderhand want ze had discussie op whatsapp gevolgd, maar niet gereageerd):

‘Ja, dus, wat was dat nou weer voor discussie? Ik denk gewoon: bel, sms of bel of sms niet!’

En dat terwijl ze met haar tennisracket soort van serveert in de lucht. Sommige mensen hebben een geweldig balgevoel. Mijn racket was al lang blijven hangen in een struik, of ik had mijn racket op mijn eigen hoofd geslagen.

Dan lopen we naar Wilfred, de jongen achter de bar, om ballen te regelen en ik stel voor de grap voor of hij ons anders niet even les kan geven.

Wilfred zegt:

‘Ja, haha, ik zal me even omkleden. Wiens partner ben ik?’

Wij lachen ook allemaal maar zo’n beetje en wijzen naar elkaar.

En terwijl we op de court met z’n drieën ballen uit de lucht harken en om de haverklap ‘Sorry!’ naar elkaar roepen en ook ‘Tennis is heel lastig als je de ballen niet van Bev gericht op je racket krijgt hè!’, komt daar ineens Wilfred op zijn sportschoenen en in een hemdje met wijde armsgaten zoals vooral basketballers dat dragen, court 1 op gedribbeld. Hij duwt enthousiast en tennisleraarachtig een mand met ballen voor zich uit.

Voordat we iets kunnen zeggen stelt hij zich op naast B. en slaat ook een bal over het net.

Er zijn nu twee ballen in omloop.

En we hadden net geconcludeerd dat we met één bal en drie personen al nauwelijks uit de voeten konden.


We slaan een beleefde minuut of vijf ballen kris kras over het veld waarbij we af en toe ook onze handen inzetten om ballen tegen te houden. Daarna zien we gevieren in dat dit niet werkt en dus geeft Wilfred ons ballen aan. Waarmee we ren je rot live starten.

En dan smst Bev.

Ze ligt niet met een dubbele dwarslaesie in een of ander Afrikaans ziekenhuis, ze is ook niet verlaten door haar vriendin en haar huis is ook niet afgefikt. Ze is onderweg naar Mozambique om te duiken.

Er is nog hoop dus.


Sold

‘Well, you easily attach that fake hair under your own hair.’

By way of illustration C. folds her hands over her head, middle finger pointing at middle finger and thumb pointing at thumb, as you would indicate the receding hairline of any male. We sit in the car and kill time with a conversation about ‘Flip in hair’. What else can you do at a dodgy car park next to the highway. The engine is running, the aircon howls, we occupy Mr. (or Ms.) Mtombo’s parking place and are waiting for the person with the small car.

It could be the scene of some scary movie.

‘And it doesn’t slide out?’ I ask her.

‘No,’ she says.

‘Not even when you do something like this?’ And I move my eyebrows up and down very quickly. I’m not often that surprised, but this ‘eyebrow lifting’ has the potential to develop into a twitch. And that could be confusing to an onlook:

‘Sorry, did I maybe say something funny?’

‘No. Why?’

‘Well, you gave me a somewhat surprised look?’

‘Well, yes in fact now I am!’

But it’s also very silly if your fake hair starts living a life of its own and independently moves it way up through the day. People of course hold their breath, because they find it difficult to mention it, but they secretly do give you a look and when you see your reflection in the mirror at the end of the day you suddenly discover that sixties hairstyle.

‘No, it remains in place very well, and it comes in 80 colors and everyone has it. Celebrities, but also a lot of ordinary people.’

‘OK.’ I say. And I wonder if I could wear false hair in any form to the supermarket and, where I would store it when I was not wearing it? That could be an issue, because what if you can’t find it and you are in a hurry? Now you find you need to attach your false hair quickly and you fit it skew and instead of looking attractive, you resemble a bizarre puppet.

‘And isn’t it hot?’ I ask.

My frame of reference is South Africa. It’s very hot here. I would love to have a trendy haircut with a fringe, but a sweaty strip of hair on my forehead? No way.

The towel I would use to mop my brow would get lost in the labyrinth of my bag.

Besides that: Yuk.

Once, when I was 15, there was this lady travelling with us on the train to France with her daughter and her husband. My mother, my sister and I were stuck together (and with them) all day and night, because we shared a six-person compartment. The daughter was wearing a tight little dress – which is not important for now but I apparently remembered – and the mother had tied her permed and dyed hair together in a kind of bun. It made no difference in the heat.

Every five minutes she took a grubby cloth out of her bag, with which she patted her neck and between her breasts after which she inspected the residue on the cloth.

Anyway, M. with the small car arrives and that car doesn’t start.

So.

We are in a questionable parking lot and this small car will not start.

Suddenly false hair and sweat towels are the last thing on my mind.

And besides that, what are we talking about. Everyone in South Africa – famous or not – has a wig, a hairpiece or interwoven false hair.

Since apparently, us Europeans can’t dance but try it all the time – we must have thought, let us at least have big hair as well.

Well anyway, I do.

Verkocht

‘Nou, je schuift dat nephaar dus zo heel easy onder je eigen haar.’

Ter illustratie vouwt C. haar handen over haar hoofd, middelvinger tegen middelvinger en duim tegen duim, zoals je ook ongeveer Bassie’s haargrens zou aangeven.  We zitten in de auto en doden de tijd met een gesprek over ‘Flip in hair’. Wat moet je anders op een illuster parkeerterrein naast de snelweg. De motor draait, de airco loeit, we bezetten de plek van meneer (of mevrouw) Mtombo en wachten op de persoon met de kleine auto. Een scène uit Bassie en Adriaan is er niks bij.

‘En het glijdt er niet uit?’ Vraag ik.

‘Nee’, zegt ze.

Ook niet als je zo doet? En ik beweeg mijn wenkbrauwen heel snel op en neer. Niet dat ik zo vaak verbaasd ben, maar het ‘wenkbrauw optrekken’ heeft de potentie zich tot een zenuwtrekje te ontwikkelen. En dat is niet alleen verwarrend:

‘Sorry, zei ik misschien iets raars?’

‘Nee hoezo? ‘

‘Nou, je kijkt zo verbaasd.’

‘Ja, nu wel ja!’

Maar het is natuurlijk ook gewoon lullig als je nephaar plotseling een eigen leven gaat leiden en zich halverwege de dag zelfstandig opwerkt. En dat mensen er dan niks van zeggen omdat ze dat lastig vinden, maar je wel zo stiekempjes heel vreemd aankijken en dat je vervolgens thuis in de spiegel dat punthoofd ontdekt.

‘Nee, het blijft echt heel goed zitten. En je hebt het in 80 kleuren en iedereen heeft het. BN’ers enzo, maar ook veel gewone mensen.’

‘Ok.’ Zeg ik. En ik vraag me af of ik dat nephaar dan ook zou dragen naar de supermarkt en waar ik het op zou bergen als ik het niet draag. Wat nog wel een issue kan zijn, want wat als je het niet kunt vinden en je hebt haast? Dat je dat nephaar heel snel in moet doen en dat je het dan scheef opzet en er ipv aantrekkelijk vooral uitziet als een typetje van ‘t één of ander.

‘En is het dan niet warm?’ Vraag ik.

Mijn referentiekader is Zuid-Afrika. Het is hier bloedheet. Ik zou bijvoorbeeld best een hip kapsel met een pony willen, maar een reepje haar op mijn voorhoofd waar ik dan steeds met een doekje zweet onder vandaan moet poetsen?

Zo’n doekje raak je toch kwijt in je tas.

En het is ranzig.

Ooit, toen ik 15 was zat er een mevrouw in de trein naar Frankrijk, met haar dochter en haar man. Mijn moeder, mijn zusje en ik zaten de hele dag en nacht met elkaar (en die mensen) opgescheept, want we deelden een zespersoons couchette. De dochter droeg een klein strak jurkje, wat verder nu niet relevant is, maar me blijkbaar wel bijgebleven is en de moeder had haar geverfde en gepermanente haren voor de gelegenheid bij elkaar gebonden in een soort knotje. Het maakte voor de warmte niet uit.

Elke vijf minuten haalde ze een schmutzig doekje uit haar tas waarmee ze in haar nek en tussen haar borsten depte waarnaar ze de vangst op het doekje inspecteerde. Ze moest het dus wel vaker doen, want anders keek ze wel schielijk op het doekje en niet zo openlijk.

Goed, M. van de kleine auto arriveert en de kleine auto start niet.

Dus.

We staan op een illuster parkeerterreintje en de auto start niet.

Dat hele nephaar en mijn opbergcrises verdwijnen in een VLOEK en een zucht naar de achtergrond.

Bovendien, waar hebben we het over. Iedereen in Zuid-Afrika – gewoon of niet – heeft een pruik, een haarstuk of ingevochten nephaar. En wij westerlingen kunnen al niet dansen, dus dan in godsnaam maar dat ingevlochten nephaar.

Overigens ga ik het denk ik toch ook maar kopen.

And this is how I killed my iPhone

Since my return from the Netherlands, this brand new iPhone was still lying in a drawer in our bar / the toy cupboard/ a wardrobe somewhere – I’m not too sure. (I never set out with the goal in mind of adopting these wonderful habits of being neat and tidy after three years of expat life.)

And it lay there and it lay there, and I was afraid the phone may even have felt offended after being left to lie there for quite some time – it was never designed for that. By all means leave a common Nokia in a drawer for ever – as people can understand that. But the iPhone, with its sleek appearance, numerous features and countless applications does not deserve this neglect. Besides that, before you know it, it will be heartlessly exchanged for an updated version.

Quite frankly I thought he was moaning, especially since he had only been tossed aside for six weeks. And I also thought, how awkward that a man complains about things like this, perhaps it’s a woman after all? Still I found myself secretly apologising to the phone through the cracks in the drawer: ‘I’m sorry, I can’t help it, and Joost refuses to trim the SIM card to size.’


I realised how ridiculous this talking at my phone was and realised as well that if I wanted something done I would have to do it myself. I suppose this is similar to being at home on maternity leave and your partner/ spouse/ friend arrives home later than promised. No matter how hard he may try to explain that he was caught in a traffic jam, you are not in the mood for his lame excuses. He should have factored the traffic jam into his travelling time and he should at least have brought flowers. (Never mind that stopping to buy flowers would have completely destroyed his time schedule, because what are five miserable minutes when the *#[email protected]! traffic jam delayed him an hour.) You punctuate your argument with foot stamping and screaming and you know it’s time to get things going yourself.


So, I paid another visit to the MTN retailer in the hope of buying a microsim card for the prepaid contract. This phrase, not surprisingly, becomes easier to say as time goes by.

The first young shop assistant I encounter becomes a target for my frustrations and I carefully repeat my request.

He replies, ‘No, we don’t have the microsim cards for prepaid options but we may get stock in later. Leave me your number and I’ll call you as soon as they’re in.’

I had a growing suspicion that South Africans collect phone number like others collect sugar packets. I can even see organised events where the sole purpose is to exchange collected numbers accompanied by loud cheering and obscene dance moves. Certainly, no-one has ever called me back.

So I change tactics and viciously hiss, 
‘Ok, thanks, I am changing to ANOTHER service provider.’

‘OK’, he says.

Apparently I am more impressed by my new approach than he is.

And so to another service provider.

‘Sorry we don’t have SIM cards in stock, perhaps you could try your luck on the other side of the mall?’

‘Can’t you just check if they have them in stock?’

‘No, you will have to go there yourself, if you know what I mean?’

I understood all too clearly what he meant.

It is as if someone were to cut a bean in half and ask me, ‘Can you see I’ve cut the bean in half?’ Basically there’s nothing to understand. However if you were my Maths teacher and asked me about the root system of the bean, well, that’s different. (I might possibly agree to understanding that the bean had been cut in half just to make him feel better.)

Anyway, Boris and I are drinking a milkshake and we agree that most problems can best be solved by Joost. Boris, because he still believes his dad can solve anything and me because I’m about to kill my phone be it male or female.

(Btw. to conclude the story, I have this tiny sim card now. Unfortunately it came with a new number.)