Monthly Archives: July 2012

In het luchtledige

Ik: “En wat zei ze?”

Joost: “Dat ze wel meer van ons soort auto’s had zien rijden.”

Ik: “Dus?”

Joost: “Ja, goeie.”

Ik: “Laten we het maar gewoon proberen toch, we hebben niet dat hele takke eind voor Jan met de korte achternaam, etcetera!”

Maar het kon ook precies andersom zijn geweest. Dat toch Joost de knoop doorhakte bijvoorbeeld. Mijn korte termijn geheugen, ik weet niet wat het is hoor lately. Hoe dan ook, we rijden het dierenpark in, met onze auto die dus eigenlijk niet geschikt is voor deze avontuurlijke 4×4 zandbak. Maarrr, we hebben diff lock.

Ik: “Wat betekent dat eigenlijk, diff lock?”

Joost: “Geen idee.”

Ik: “Je hebt het toch opgezocht?”

Joost: “Ja het autoboekje zei zoiets van differential-lock.”

Ik: “Oh, ok, nou geruststellend hoor.” En ik sla mijn armen over elkaar.

‘Mrs Bouquet, lady of the house speaking’ is er niks bij, dat realiseer ik me wel hoor, maar ik zit al IN de rol. Dat kan je soms hebben. Het komt denk ik door de vakantiemodus. Ik schuif alle verantwoordelijkheid af op de ander en zeg ‘we’, waar ik ‘je’ bedoel. We rijden te hard, we moeten de paspoorten niet vergeten, hebben we luiers bij ons, dat.

Joost: “Oeps.”

Ik: “Gaat het?”

Joost: “Hoezo?!”

Ik: “Nou, je zei ‘Oeps’ en ik had het gevoel dat we bijna vastzaten in het zand.”

Joost: Nee, ik deed met dat diff lock, het gaat goed.”

Ik: “Oh nee, houd diff lock vast, houd diff lock ingedrukt! Joost, heb je nou die diff lock vast of ingedrukt of whatever?”

Joost: “Schatje, ik denk dat we vastzitten. Ik ga proberen te keren. 

Nee, het lukt niet. Ik stap even uit, jij rijdt, ik duw. Geen paniek.”

Ik: “Geen paniek, geen Paniek, WAT NOU GEEN PANIEK?! Ik ben helemaal niet in paniek! Dit park telt 40 leeuwen en jij wil uitstappen, mag ik het onhandig vinden?”
Ik zie ons overnachten in de bush, ik vind het helemaal niet romantisch meer ineens. En dan ontsnapt me een hysterische zucht, het kan ook een soort gil zijn geweest, ik weet het niet meer. Het duurde een split second of course, ik ben de koelbloedigheid zelve weet je wel. Maar het is al overgeslagen naar de achterhoede waar spontaan een kinderkoortje schril begint te piepen.

Dus wat doe ik? Ik stap zelf uit. Geen idee waarom. Het zal iets met de evolutietheorie zijn.  Survival of the fittest. De sterkste in de auto en ik duwen. Waanzinnig belachelijk idee, op mijn cowboylaarzen, hoe kom je erop denk je vrij snel.

Dus ik ga weer zitten en bel het informatienummer van het park.

Ik: “Hallo, ja hallo, nou we zitten dus vast in het park. Nee, we hebben geen 4 keer 4, wel diff lock hoor overigens. Dus.”

De man aan de telefoon: “Je mag daar niet zijn.”

Ik: “Ja, nou ja, het zit zo, we hebben dus dat, die? diff lock en ze zeiden dat het kon. Echt hoor.”

De man aan de telefoon: “Huhuh, ik kom er al aan.”

De man van de telefoon op vijf meter afstand, spetterend: “Ja, je mag hier niet zijn en ik neem geen verantwoordelijkheid voor schade aan je auto!”

Ik vind het wel bij de bush passen, dat gespuug. Misschien spraken we vroeger allemaal wel met consumptie, het werd toch geabsorbeerd door het berevel tenslotte.

De man laat lucht uit de banden lopen, kijkt ons daarna veelbetekenend aan, trekt ons in no-time uit het zand, ploft naast me, ik piep ‘sorry’ want wat moet je en hij scheurt ons langs het gat dat we hebben gemaakt met de spinnende wielen. Daarna stapt hij uit, Joost in en vervolgens spuugt de man door het geopende raam zinnen van 1 woord over dat we naar de UITGANG moeten en SNEL een beetje.

Niet dat we dat niet van plan waren, dus dat komt mooi uit.

Wel jammer dat we geen olifant hebben gezien, maar voor je het weet ben je ook dat weer vergeten.

Relaxed, vakantie

Wat we gaan doen vandaag? Boris, het is 5.30 am. We zijn net wakker. Nu doen we nog even niks en straks gaan we naar de film weet je nog? Nee, dat is nog niet bijna, dat duurt nog wel even hoor. Ja, we moeten eerst nog douchen. En tandenpoetsen inderdaad. Nee, je kunt nu niet al naar je vriendje. Zij slapen waarschijnlijk nog wel inderdaad.

Kom jongens, we moeten een beetje doorlopen. Wel op de stoep blijven! Nee, als ik zeg doorlopen, bedoel ik niet lukraak kruislings oversteken in de garage van het grootste winkelcentrum van het zuidelijk halfrond.

Nou, ik ben benieuwd hoor, naar de film.

Jezus! Kijk eens hoe druk het is. Vijf rijen vol mensen, er gaan meer mensen naar de film. En het is nog wel zulk mooi weer.

Lucie, waar ben je? Boris, waar is je vriendje? Is Adian even plassen? Waar zijn die plee’s dan? Wc’s inderdaad, dat zeg ik.

Jongens, blijf bij mij in de buurt dan sjees ik even naar de zelfhulpkassa. Ja, de zelfhulpkassa, hele goeie naam in deze omgeving.

De 3D film begint om 14.30. OH, kutterdekut – ja dat mag je niet zeggen, maar in het Engels betekent het niks Boris, snijden, nee het Nederlands daar hebben we het nog wel eens over – die 3D versie, die begint pas over een uur. Dan gaan we naar de gewone, want Adian moet op tijd thuis zijn, want hij heeft nog zwemles. Ja, dat lijkt me ook stervenskoud in een buitenbadje in de winter, maar toch is het zo.

De gewone film begint zo. Huh?! Hoe laat is het nu dan? Oh jongens we zijn te laat! En we zitten bijna helemaal vooraan, dan moeten we omhoog kijken, niks aan te doen.

….

Ja dat weet ik, dat heb ik beloofd, we mogen popcorn. En cola. Dan rennen we even langs de kraam. Laten we deze rij maar doen, die is niet zo ellendig lang als al die andere rijen.

Wat zegt u? Deze popcorn mag niet mee naar binnen? Alleen de popcorn van de film zelf mag mee naar binnen, aha vandaar die vreselijk lange rijen. Maar we kunnen die van jou wel mee naar binnen smokkelen? Uitstekend. Nee, hoor, geen problemen mee. Ja gelukkig inderdaad alsof ik het wist (haha) heb ik een grote tas bij me.

…..

Oh jongens zachtjes doen, iedereen zit al.

Boris, zachtjes! En ja Boris, je krijgt zo je popcorn, we zitten nog niet en je begint al te zeuren. Oh sjemig, die antilek bekers zijn niet zo heel erg antilek, mijn hele tas onder deze nepkutcola. Nee, Boris, dat mag ik inderdaad niet zeggen. Ik ga dit even in de prullenbak gooien en ben zo terug.

Jongens, wat doen jullie hier? Van welke mevrouw moesten jullie opstaan? Wat een onzin, we hebben plaatsen gereserveerd. Een stomme mevrouw inderdaad. Eens even kijken, nee toch niet wij zitten op rij L, die stomme mevrouw had toch gelijk.

Hoezo wil je naar huis Lucie, de film is net begonnen. Nee joh, je bent nog niet moe, we gaan samen kijken ok? Moet je nog even plassen? Dat is goed moppie, dan gaan we even. Zeg je dat in het vervolg wel voordat we gaan zitten?

…..

Zo, wie vond het leuk? Oh gelukkig jongens. Dan racen we nu snel naar huis. Nee, we gaan niet nog even wat drinken, we moeten op tijd thuis zijn. Dat heb ik al verteld, de papa van Adian komt Adian halen voor zwemles.

Dat is koud ja.

Wat wij dan gaan doen?

Jongens, alsjeblieft!

Relax, reflex!

“Mam, waarom heb je me nooit verteld dat dit een stoute vinger is?!”

B. (6) steekt zijn middelvinger naar me op en gaat zitten. “Op school zeggen ze dat ik dit nooit mag doen!” Voegt hij verontwaardigd toe.

Alles in mij zegt me dat ik iets verstandigs opvoedkundigs moest zeggen. Maar

mijn sterke punt zit hem vooral in het nadenken op momenten dat het er totaal niet toe doet.

Stel je vraagt me: “Hey ga je mee naar die ene karaokebar?” Dan DENK ik, ‘nou, ik ga liever gewoon hier te plekke dood of een herhaling van Lingo zitten kijken eigenlijk’. Maar ik GA nadenken over hoe ik dat ‘nee’ eens zal verpakken in een excuus zoals ‘Ik ben heel erg moe, ik kan dat niet zo goed, ik had ook alweer iets anders.’ En zo wordt het dus een ding, terwijl gewoon ‘nee’ (of ‘ik kan dat niet zo goed’) voldoende was geweest.

In het verkeer daarentegen ben ik razendsnel. Maar echt hè. Als iemand te traag, te snel etc rijdt, reflex ik zonder pardon mijn middelvinger omhoog. Het is niet persé iets van hier, maar in Nederland had ik op mijn fiets tenminste driekwart jaar wanten aan. Het opsteken van je middelvinger heeft dan meer iets van een halfslachtige groet dan van een ferm statement.

Dus ik zeg tegen B., ‘Je mag je middelvinger in principe niet opsteken. Tenzij de situatie er dringend om vraagt.’

B. kijkt me aan, schudt zijn hoofd en rent weer naar buiten. Rakelings langs V. (de hulp) die juist naar binnen komt.

“Weet je wat de buurvrouw gisteren tegen me schreeuwde?” Zegt V.

“Nee”, zeg ik. En het is ook echt waar. Stel je voor zeg. Niemand zou meer een dieet volgen omdat je toch wist dat je volgende week razendsnel terug zou jojoën tot ongekende hoogten.

Maar goed. De buurvrouw heeft V. uitgescholden omdat ze te hard telefoneerde en omdat we de hekjes van de tuin niet dicht doen. Het klonk inderdaad heel zorgwekkend allemaal.

Ik handel direct en loop met ferme stappen naar de buren. De buurvrouw is thuis. Ze doet iets met potten en pannen in haar keuken. Ik maak met een hand een pacman gebaar door het raam en vorm met lipgebaren de woorden  ‘kom hier, ik wil even met je praten’. Communiceren zonder geluid, ik kan er wat van.

De buurvrouw komt aan de deur.

“Ik hoorde van Vivian wat er gebeurd is.” Ik.

“Ja, vind je het niet belachelijk hoe ze tegen me sprak?” De buurvrouw.

“Zou je in het vervolg naar mij toe kunnen komen en Vivian in ieder geval met respect kunnen bejegenen?” Zeg ik vrij hard. En ik bedenk me dat ik hier op zich dan weer wel even over na had kunnen denken. Deze luide P. Diddy tekst en dat respect. Ik ben Ali B. niet.

En in plaats van dat het de buurvrouw afschrikt nestelt ze zich met een grote stap nog verder in mijn persoonlijk ruimte.

Ze steekt van wal over dat wij zoveel herrie maken en dat de deurtjes van onze hekjes klapperen en dat ze het allemaal spuugzat is en de woorden suizen langs me heen en ik grijp me vast aan haar hekje om te blijven staan.
Als ze uitgeraasd is doet ze een stap of wat naar achteren en gooit de deur dicht.

Ik kijk naar de dichte deur en reflex mijn middelvinger omhoog.