Monthly Archives: September 2012

Toch ietwat sneu

Ik ben in de sportschool voor mijn wekelijkse dosis Katabox. “Heb je gewonnen mam?” Vraagt Boris elke keer als ik thuis kom. En dan antwoord ik, “Nee, want het is alleen maar een sportlesje en ik boks eigenlijk in de lucht.” “Oh, ok, gek.” zegt Boris dan steeds. En elke keer voeg ik toe dat ik hele lange armen heb en dat het er daardoor eigenlijk ook niet echt uitziet. Ik hoef het niet toe te voegen, maar ergens vind ik het zelf ook wel sneu of zo. De leeftijd van ontdekt worden ben ik inmiddels gepasseerd (alhoewel ik toch soms expres mijn been heel hoog doe wat nergens op slaat en bovendien kun je je afvragen of je ontdekt wil worden ‘in de Katabox’. Er komen vast heel veel regels bij kijken zoals een kledingvoorschrift en een dieet en los daarvan ben ik het ook gewoon wel zat na drie kwartier).  

Vandaag is de Katabox leraar ziek en we hebben een invaller. Hij heeft een soort beenwarmers om en een hoofdtooi met bont op. Hij ziet er behoorlijk afgepeigerd uit. Het klopt. “Lieve sportfanaten, dit is mijn zesde les vandaag, maar we gaan er wat moois van maken!” En dan draait hij met zijn heupen en ogen tegelijk. Er zijn er die gelijk meedoen. Ik wist niet dat we al begonnen waren want ik was eerlijk gezegd blijven steken in mijn eigen gegrinnik bij het ‘sportfanaten’ gedeelte – maar nu de rest al aan het bewegen slaat kan ik niet achterblijven. Dus ik draai ook. Terwijl iedereen alweer stil staat. Story of my life. De rest van de les heb ik me vooral druk gemaakt over de leraar. Hij bleek ook nog eens 65 en ik was toch best bang dat hij tijdens zijn moves plotseling hartstikke dood neer zou vallen en of hij dan wel verzekerd was en wie hem dan naar het ziekenhuis zou brengen. Alsof dat nog relevant is als je dood bent, maar toch.

Na de les loop ik naar buiten, ga in de auto zitten en dan klopt er iemand op mijn raampje. Er staat een parkeerwacht naast me. Ik doe het raampje open en kijk hem vragend aan.

“Hallo”, zegt de parkeerwacht, “Ik ben Snow White” en hij wijst naar zijn naambordje om dit te staven. Ik zeg, “Hallo Snow White” (de naam is net zo normaal als Patience, Lovemore en Pretty, mij verbaas je niet meer).

Snow White vraagt: “Kun je me iets vertellen over witte boorden criminaliteit? Het is voor mijn studie.” Dus ik begin een heel omslachtig verhaal over mannen in dure pakken in grote kantoren die geld sluizen naar hun eigen rekening en dat dat iets anders is dan wanneer je op straat beroofd wordt. Ik houd het eenvoudig, want je weet niet hoe ver hij met zijn studie is en ook, ik heb wel eens een makkelijker vraag gehad van een parkeerwacht, zoals, “Hoe gaat het?”

Snow White zegt, “Oh, dus zoals fraude, corruptie en witwaspraktijken?”

“Hoe ver ben je eigenlijk met je studie?” Vraag ik hem.

“Ik ben over twee maanden klaar.” Zegt Snow White.

“Maar dan weet je dit toch allemaal wel?” Ik.

“Ja, dat klopt, maar ik doe nu veldonderzoek.” En Snow White lacht.

Ik denk, “Zak erin Snow White” en vind het ergens jammer dat het een neger is en geen witte man in een pak want dan had ik het gesprek in een veel eerder stadium afgekapt en gezegd “Goh wat toevallig want ik ben dus Assepoester.” Het had me vast een beter gevoel gegeven.

Waar kom JIJ nu weer vandaan?

“Je ben niet van hier hè.” Zegt de stofverkoper.
Ik vind dit een hilarisch zinnetje. Het lijkt me nogal wiedes dat ik niet werk in dit drie man tellende bedrijfje namelijk. Stel je voor dat ik al jaren in deze petite stoffenwinkel werkte met verder de DRIE andere personeelsleden en dat het deze man blijkbaar nooit is opgevallen? Alsof je dag in dag uit ongezien onder een bureau bent gesneakt en daar plots ‘Tadaa!’ roepend, onderuit bent gekropen.

Maar ik laat het dus niet merken, want ik vind wel vaker iets amusant dat bij anderen onmiddellijk in het verkeerde keelgat schiet. Dus ik slik mijn gegrinnik in wat een soort kramp veroorzaakt in mijn kaken en wat het vervolgens nog vrij ingewikkeld maakt om te zeggen: “Ja, dat klopt.” Daarna moet ik me als de sodemieter concentreren want de man somt – nu ik heb bevestigd dat ik niet van hier ben – in gierend tempo allerlei namen van bedrijven op die stof verven. Ik had eigenlijk gevraagd om bedrijven die katoen leveren, maar de man is verder niet heel spraakzaam, dus ik heb maar één kans vermoed ik en pen allerlei onverstaanbaars op. Zoals ‘Tnilup’. Maar ik denk ‘Dat google ik dan thuis wel even’.

Daarna spel ik mijn emailadres – om op de hoogte te blijven van nieuwe stoffen die binnen komen – waarbij ik in mijn geheugen graaf voor iets passends Engels bij elke letter. Heel vaak kies ik gewoon maar een Nederlandse naam die ik Engels uitspreek. Zoals de ‘B’ voor ‘Bernard’ dat dan ‘Beurnerd’ wordt en de ‘E’ voor ‘Edward’ dat dan ‘Itwurd’ wordt, waarbij ik dan weer verontschuldigend giechel en zo word ik dus nooit een pittige zakenvrouw. Overigens had ik ooit, toen ik nog naar volle tevredenheid werkte van 9.00 – 17.00 een Marokkaanse kamergenoot. Zij spelde haar eigen achternaam ‘Cheaibi’ met de ‘C’ van ‘Cornelis’, de ‘H’ van ‘Hendrik’ etc. waardoor ik dan weer direct onder mijn bureau kukelde van het lachen en waarvan zij de humor totaal niet inzag.

Als ik alles heb opgeschreven en een paar proefstukjes stof mee heb gekregen, loop ik naar buiten. Het is een niet al te beste buurt, dus ik spring in de auto en rijd achteruit om weg te zoeven. In plaats daarvan hoor ik ‘boink’ en sta plotseling stil. Ik zie mezelf al formulieren invullen in een of ander aggenebbes etablissement, vervloek mezelf dat ik heldhaftig in mijn eentje overal heen scheur en omdat ik verder niemand de schuld kan geven overweeg ik te gaan huilen. Het gebruikelijke scenario overigens hoor, niks om stante pede ongerust over te geraken. Zo spreek ik mezelf toe. Dan kijk ik met één oog voorzichtig in mijn achteruitkijkspiegel en ik zie geen andere auto. Het was gewoon een heel laag paaltje, maar wel hoog genoeg om tegenaan te botsen blijkbaar.

Thuis google ik de onverstaanbare namen van mogelijk verffabrieken etc. op ongeveer duizend verschillende manieren. Het werkt niet en zo verlies ik mezelf in het telefoonboek dat ik eigenlijk weg wilde gooien. Immers, waarom gebruiken we het telefoonboek als we Google hebben nietwaar? Maar even hè, handig! Alles alfabetisch, soms een korte beschrijving en ik dacht waarom willen we er in Nederland toch vanaf. Maar goed, ik ben inmiddels van hier en niet meer vandaar. 

Antenne

Als ik afgeleid ben, is luisteren niet mijn sterkste punt. Als ik Dikkie Dik voorlees bijvoorbeeld luister ik niet eens naar mezelf terwijl ik NIET afgeleid ben. Niet dat het uitmaakt want Dikkie Dik maakt echt geen reet mee dus je kunt elke willekeurig moment weer inhaken. Bovendien ligt het toch ook wel aan Dikkie Dik denk ik. Of aan schrijfster Jet Boeke. Ik denk overigens – maar ik kan het mis hebben hoor – dat ze is gaan schrijven vanwege haar naam.

Mijn afwijking reikt helaas verder dan Dikkie Dik. Ik werd ermee geconfronteerd op alweer (lees hier over de vorige keer) een babybeurs waar partner A. en ik waren om te flyeren voor onze slaapzakken business. We stonden bij een meneer die ook slaapzakjes verkocht. Hij vertelde een verhaal over een verzwaard slaapzakje. Het was iets nieuws. Het was een grote man. Het was helemaal niet wat ik me bij een slaapzak verkoper had voorgesteld. Wat me vooral opviel was zijn borsthaar. Of eigenlijk was het heel hoog borsthaar, bijna keelhaar. Hij had een blouse aan, de bovenste knoopjes open en daar piepte het zo uit. Nou ja, piepen, het was een nogal bronstig geheel natuurlijk dus ‘golven’ is misschien een beter woord.

NIKS kreeg ik mee van de uitleg over het zakje.

Wel keek ik hem steeds recht in zijn borsthaar. Ik vroeg me af of hij het speciaal voor de gelegenheid op had gekamd of dat het altijd zo zat en of dat je op een gegeven moment dingen van jezelf accepteert. Dat het soort van bij je hoort en dat iemand op een dag, tijdens de lunch – jij met je dienblad zoals altijd onhandig in je ene en je karnemelkje in je andere hand – aan je vraagt ‘draag je je borsthaar altijd zo?’ En dat hij dan zo’n beetje schielijk om zich heen kijkt omdat hij werkelijk geen idéé heeft dat iemand het tegen hem heeft. Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat voor soort type er wat van zou zeggen (ik niet in ieder geval), maar misschien dat zijn vrouw een feministisch soort cursus volgt. De feministische golf is toch een beetje over en er moet dus bijgeklust worden door deze verzetsvrouwen! En dat zijn vrouw te horen heeft gekregen dat ze voor zichzelf op moet komen en dat de man zichzelf ook wel een beetje kan verzorgen want dat doe jij godbetert toch ook! Zij haar op d’r tanden erbij en hij dus eindelijk dat overtollige haar d’r af! En dat hij dan naar de wc snelt, in de spiegel kijkt en denkt, sjemig, als er dan iets is verschoven in deze relatie dan is het dus haar van mijn hoofd naar mijn borst.

Ik kreeg niks mee van dat verzwaarde slaapzakje en ik liep nog even terug. Misschien omdat ik de man sneu was gaan vinden, zoiets.

“Dus, dat verzwaarde, waar is dat goed voor?” Ik.

Partner A. werpt me een vernietigende blik toe.

“Nou, het geeft het baby’tje een heel fijn gevoel.” De man met borsthaar.

“Hier, probeer maar.” En hij legt het slaapzakje in mijn handen. Loodzwaar. En net als ik iets wil zeggen over de wolf en de zeven geitjes en de stenen in de maag van de wolf en dat me dat helemaal geen fijn gevoel lijkt ook niet als het op je ligt, sist partner A.: ‘Hij heeft dit allemaal al verteld hoor!’

Verder heb ik deze week gestemd. Vakje rood gemaakt, stemformulier in een oranje envelop gedaan. Reuze handig dat het zo op de bus kan hoor, die envelop. Ik doe gewoon maar wat btw. Ik heb geen debat gevolgd. Los van het feit dat je als Nederlander in het buitenland moet stemmen VOOR al het heen en weer gehakketak, beneden gordeliaans gezever en ‘geglij bezijden de waarheid’ (I quote*) maakt het ook niet uit verder want ik dwaal op een gegeven moment toch af.

Btw. Voor als je het allemaal heul serieus neemt, het leven en het land en het besturen ervan in het bijzonder, neem ff een break. Zoek Maarten van Roozendaals ‘Marang’ op, leun achterover en LUISTER (onvindbaar op youtube, Zuid Afrika pakt deze P&W link niet, maar misschien elders wel, zo minuut 46, succes!)

* Hans Wiegel in DWDD, 4 september 2012