Monthly Archives: June 2013

Verhoging

Dus ik had de griep. Ik wilde helemaal geen griep, maar wat doe je eraan. Zou ik me nu voor altijd zo beroerd voelen? Ik vroeg het voor de zekerheid aan man J. Man J. dacht van niet. Waarom zei hij niet gewoon nee? Ik analyseerde dat en dacht dat het kwam doordat ik eruit zag als een garnaal voor het bakproces; niet mooi roze, maar grauw. Man J. zei dat hij het niet expres zei en dat ik er ook niet per se als een garnaal uitzag en ik moest maar gewoon gaan relaxen. Ik vond dat nogal een opgaaf en dacht vervolgens daar over na. Man J. was in de tussentijd verdwenen, ik denk stiekem de slaapkamer uitgeslopen toen ik even sliep.

Op een gegeven moment was ik dan toch weer beter. Althans, ik kon me weer verticaal voortbewegen. En wat doe je dan? Pinnen inderdaad, want wat is een expatvrouw zonder geld (van haar man). Dat ligt gevoelig hè? Maar dat behandelen we een volgende keer, ik was net weer beter weet je nog. 


Dus ik pinde, pakte snel mijn geld (voor het machine stiekem je vingers opeet) en ging er vandoor. Tot zover, niks aan de hand. Toen hoorde ik ineens “Hey, hey!” Ik draaide me om en zag een oude meneer. Niet stokoud of zo, maar wel echt ouder dan ik en ik moest denken aan een post over sjans die ik laatst op Facebook las. Je man valt schijnbaar op vrouwen die half jouw leeftijd zijn + zeven. Dat betekent ook dat de categorie mannen waar ik mogelijk zelf sjans van heb, TOTAAL afwijkt van mijn beeld of van wat ik hoopte misschien zelfs. Dus waar ik altijd dacht: ‘Wat moet dat ouwe mannetje van me, bah goorlap’ ben ik nu continu aan het rekenen en als het dan ongeveer klopt, knipoog ik even. Nee grapje, ik ben gekke Henkie niet natuurlijk.

Eigenlijk is er dus niks veranderd en dus dacht ik ook nu: ‘Het is een vies mannetje, ik zweer het je!’ en net toen ik weg wilde rennen vroeg de oude man:
‘Zat jouw pinpas net misschien in de pinautomaat?’

Ik: ‘Nee, eerst wel, maar nu zit hij weer veilig in mijn portemonnee hoor!’ Ik lachte er zelf vrij hard om. Puur ongemak denk ik.
De oude man: ‘Oh gelukkig voor jou, dan heeft de automaat net de pas van iemand anders ingeslikt.’

Dus ik dacht ‘Oh oh’ keek in mijn portemonnee: Pas weg.


Waarmee ik maar wil zeggen, soms kun je hoe dan ook beter in bed blijven liggen. De griep, lang zo gek nog niet.

Geheugenstoornis?

Juf: ‘Wat fijn dat uw zoon het assessment zo goed heeft gedaan.’ 

Man J. en ik knikken, dat vinden wij ook. 


Juf: ‘Hij gaat heel erg vooruit.’
We knikken weer en ik zeg er “Jazeker” bij. 


Juf: ‘Dit moeten we vasthouden! ’


Ik houd me zeker goed vast, want ik voorvoel dat we geraken bij wat eigenlijk besproken dient te worden.

Man J. en ik zitten op stoeltjes bedoeld voor zevenjarigen. Dat vinden we niet erg, dat hoort bij een gesprekje op school. We bespreken het assessment dat zoon B. (7) heeft gedaan omdat Engels niet zijn ‘mother tongue’ is. We willen weten hoe ver hij is, of eigenlijk wil de school dat weten. Wij waren niet voor, niet tegen, maar zo net er tussenin. We deden het min of meer voor het systeem. Het resultaat is prima, ook de assessor is tevreden en we zien geen reden voor verdere stappen. De juf wil het wél nabespreken, samen met de bijlesjuf.

De juf vervolgt: ‘Met het assessment hebben we specifieke dingetjes blootgelegd waar we ons met bijles op kunnen richten. Dat is awesome, vind je niet bijlesjuf?!’
 De bijlesjuf zegt: ‘Jazeker juf, ik zie echt légio mogelijkheden! Zoals, kennen jullie het computerprogramma zus en zo dat we elke ochtend samen met de ouders doen? Dan dachten we nog aan extra les huppeldepup, boekje dit en dat en dingetjes tralala, het kost maar zus en zo.’
Mijn energie kiest het ruime sop, ik dwaal af en kijk met een schuin oog naar man J. die ook stiekem op zijn horloge kijkt.

Natuurlijk vind ik dat kinderen moeten leren, dat ouders daarin een rol spelen en dat vooruitgang prachtig is. Maar ik zou ook zo graag willen zeggen dat leren veel meer is dan stampen en (over)stimuleren. Ik zou willen zeggen dat B. elke week al Nederlands én Engels huiswerk maakt en zelf ‘raps’ fabriceert in beide talen. Dat hij Engels en Nederlands moeiteloos afwisselt als hij sport en met al zijn vriendjes en zijn zusjes speelt. Dat ik hem tegen een klein jongetje hoorde zeggen dat hij niet te dicht bij de vijver moest komen omdat hij er dan in kon vallen. Dat ik toen zo trots was!

Maar we doen het niet, want wat nu als zoon B. daar last van krijgt? We bewegen ons binnen de kaders van het systeem en zeggen: ‘Goh, interessant zeg, we zullen er eens over nadenken en komen er op terug, na de vakantie.’ Voor B. en voor onszelf. Even testen of het systeem ook een goed geheugen heeft.

Dit stukje verscheen eerder op oudersonderling.nl

Gereserveerd

Na tien minuten wachten had ik ze eindelijk te pakken, de telefonische reserveringsdienst van Hluhluwe (een Game Reserve 300 km ten noorden van Durban). Dat ik nog steeds aan de lijn was, kwam door de mobiele telefoon. Je kunt wel heel agressief op een knopje UIT drukken, maar dat lucht dus helemaal niet op ben ik inmiddels achter.

‘Ja hallo, met de telefonische reserveringsdienst (RD) van Hluhluwe.’

Ik: ‘Ja hallo, met Eva Lebens.’

RD: ‘Hallo mevrouw Lebens.’

Ik: ‘Hallo.’

RD: ‘Ja, hallo! Hallo?!’

Iemand moest dit ‘gehallo’ doorbreken, maar soms kun je na heel lang wachten ineens niet meer weten wat je ook alweer wilde zeggen.


Ik: ‘Ja!’ (ik wist het weer). ‘Ik wil graag twee huisjes boeken voor een familie van vijf en we nemen mijn moeder en haar man mee.’ Daarna somde ik de data etc. op.

RD: ‘Oké, u wilt twee huisjes en u komt met acht personen.’

Ik: ‘Nee, ik kom met zeven personen.’


RD: ….. (stilte) ‘Ik begrijp het even niet meer. U wilt twee huisjes, in het ene verblijven drie personen en in het andere vier personen.’

Ik: ‘Neeeee, ik ga in het ene huisje met mijn gezin van vijf personen. In het andere huisje, een Rondavel bijvoorbeeld, gaan mijn moeder en haar man.



RD: ‘Dus u komt met drie kinderen?’

Ik: ‘Ja.’

RD: ‘Dat kan niet.’

Ik: ‘Het is echt waar.’

RD: ‘Ik maak er twee van.’

Ik: ‘Dat denk ik niet.’

RD: ‘Anders kan het systeem het niet aan.’

Ik kon me zo voorstellen dat dit de hele dag ging duren. Ik zag mezelf al tussendoor thee maken en koekjes eten en dat ik dan sorry moest zeggen vanwege een volle mond, dus ik liet het.


RD: ‘Kunt u uw naam spellen?’

Ik: ‘E.V.A. L.E.B.E.N.S’

RD: ‘E van?’

Ik: ‘Eat!’ (Ik ben altijd erg snel met raden)

RD: ‘Wat?’

Ik: ‘Van Eat en het is Eva net als in de bijbel, maar dan niet Eve, maar Eva.’ Dat was uitleg technisch niet super handig, maar ik zei het lekker hard, dan begreep hij het vast wel.


We herhalen de boeking en ik hang op. Voor de zekerheid lees ik nog even wat ik heb geboekt. En er zit (gvdgvdGVD!) geen wc in een Rondavel.


RD: ‘Hallo met de telefonische (…)’

Ik: ‘Hoi, ik had jou net ook aan de telefoon hè.’

RD: ‘Ik vrees van wel.’

Ik: Er zit dus geen wc in de Rondavel , dus ik wil mijn boeking graag wijzigen en als ik een andere datum boek, is het grote huis dan nog wel beschikbaar?’

RD: ‘Fghtr.’

Ik: ‘Ik verstond je niet?’

RD: ‘Dat was ook de bedoeling.’


Telefonisch reserveren, super leuk en easy.

Eerlijk zeggen, hoor.

Door het hele gedoe met lijken in een sloot en lijken in een citroenboomgaard vorige week, was ik toch een beetje van de kaart. Ineens was ik er niet zo zeker meer van of Nederland, Spanje, Europa, de hele aardkloot zo u wil, nog wel enigszins menselijk scoort op de schaal van eerlijk met elkaar omgaan, laat staan vredelievendheid. Ik dacht van niet eigenlijk.

Het kon komen doordat ik geheel spontaan op sites terecht kwam met verhalen over moordpartijen. Niet normaal wat ik met één oog dicht tóch allemaal las. Zoals daar was een gekidnapte vrouw uit Nieuw Zeeland. Ze probeerde te ontsnappen door uit de achterbak (ik noem het achterbak, er zijn mensen die het kattenbak noemen, zoals man J. en wij discussiëren daar dan over en dat leidt nergens toe, maar toch volhouden hè) te klimmen, maar haar been bleef in de bak hangen en zo is ze een kilometer over het asfalt gesleurd met alle gevolgen van dien. Ik werd er misselijk van en las toch door, want dat doe ik nu eenmaal. Daarna keek ik even naar de pasfoto van de vrouw gemaakt toen alles nog soort van koek en ei was.


De vrouw zag er nogal gansterig uit. Een petje, half toegeknepen ogen en ze deed een surfer groet met een pink en een duim in de lucht. Ze had het gewoon over zichzelf afgeroepen, zo dacht ik een moment. Dat was oneerlijk, maar je denkt nu eenmaal niet de hele dag verantwoorde dingen. Dat iemand je bijvoorbeeld een heel saai verhaal vertelt en dat je dan toch denkt: ‘Goh interessant!’ Dat zou wel fijn zijn, maar zo werkt het niet, het is al heel wat dat je dat soort dingen alleen denkt en niet ook nog eens hardop zegt.


Daarna las ik in het bericht iets over wat iemand anders over haar had gezegd: “Nou, hele rustige nette dame hoor.” Ik dacht: ‘Ja ja’ en zocht even op wat ‘men’ over de verdachte in ‘De volleybalzaak’ had gezegd: “Nooit verwacht, rustige man,” etc. Op zich logisch, want wat nu als hij wraak neemt? En ook, het zou een beetje dom zijn als een moordenaar zijn ware aard al eerder prijsgeeft, dat omstanders zeggen: ‘Ja, nou ja, hij liep eigenlijk al vijf jaar lang met een mes te zwaaien en zei dat hij ons in mootjes zou hakken, dus dan renden we keihard gillend weg.’


Waarmee ik maar zeggen wil, dat wat we zeggen komt niet altijd overeen met wat we denken, ook niet als het over de criminele wereld gaat. Niks nieuws onder de zon en je hebt er eerlijk gezegd ook geen reet aan.