Monthly Archives: July 2013

Uitgemolken

‘Zou dat nu een analytische vraag zijn?’ Man J. stelt me een ingewikkelde vraag over de computer die we aan het opschonen zijn en bestanden die ik – heel soms – kwijt raak. We poetsen tegelijkertijd onze tanden. Is niet erg, want dat kan er zomaar insluipen, na bijna acht jaar huwelijk. Ik zeg: ‘Goeie vraag’ en kijk er stiekem vies bij (zie ik in de spiegel) want dat is het gewoon wel of course, zo’n mond vol tandenpoets.
We zitten in een ‘zou dit een analytische vraag zijn’ fase. Geen goed teken, dunkt me. De echte slimmeriken denken daar niet over na en hebben zelfs tijdens het tandpoetsen pittige, analytische een-tweetjes over dingen. Ooit, in mijn werkende bestaan en er nog kwaliteiten getoetst konden worden deed ik ook eens een ontwikkelassessment. In het rapport stond bij één (1) onderdeel: Mag wel wat analytischer doorvragen. Enerzijds was ik al lang blij dat er niet stond: Glimlachte wel vriendelijk, maar begreep er verder overduidelijk geen ene reet van. Wat wel correspondeerde met mijn gevoel. Aan de andere kant baal je toch. Ik vroeg aan de assessor wat ik zoal had kunnen vragen, maar dat wist hij dan ook weer niet, het lag aan het moment, het onderwerp, iets met gevoel of zo. Het lag dus aan mij. Gottegot.

Ik moffelde het zal dus wel aan mij liggen weg onder de noemer typisch vrouwelijk. En als we het daar dan toch over hebben: Heleen Mees. Sjonge jonge. Het is alweer oud nieuws, maar jullie hebben ook niks beters te doen in deze komkommerperiode en bovendien is een echte feministe nooit uitgemolken. Grapje hè, borstvoeding is natuurlijk ook gewoon helemaal niet meer van deze tijd. Anyway, er is altijd een is die het voor de rest verpest. Heleen Mees is zeg maar de foute Turk onder de feministen. Doei, feminisme; Doei, carrière vrouwen die verder ook nog een heel plezant privé leven hebben. Want dat gelooft ook niemand meer nu.

Dus ik had dit stukje getikt en wat deed ik? De computer opschonen, even lekker je verstand op nul. Geen idee verder, het was voor het tandenpoets moment. De computer vroeg: ‘Are you sure’, en nog wat vragen en hij ging uit ennnn ook weer aan! Ik was opgelucht totdat ik ontdekte dat mijn document was verdwenen. Ik pakte mijn telefoon om man J. te bellen (zijn schuld allemaal) en ik bedacht me. Want, mensen, iemand moet toch zelfstandig blijven in deze barre tijden! Het feminisme begint bij jezelf. Of zoiets.

Lekker weg

We gingen met een stoomtrein. We gingen met de stoomtrein! Moet ik eigenlijk zeggen, want in het land ‘Waar we alles, maar dan ook alles met de auto doen’ is dat bijzonder. Plus, ik heb na ruim zeven jaar moederen (Jezus ben ik al zo oud?! Nee, hallo, jij dan! etc.) ook wel onder de knie dat je je plannetjes moet aanprijzen. Als je zegt dat de activiteit ongeveer inhoudt:

We vertrekken om 7.00 uur en rijden met de auto naar het vertrekpunt van de trein. Dan registreren we ons bij vier bejaarde meneren met snor, maar dat geeft niks, want het is immers de doelgroep van mama qua sjans. Sjans, dat is… laat maar. We wachten 20 minuten. Dat is best lang, maar kort als je bedenkt dat alles met de hand gebeurt. Vervolgens stappen we in de stoomtrein en zitten een uur in een vrij langzaam rijdende trein.


Er zwaaien mensen naar de trein, want de trein rijdt slechts één keer per maand, dus dat is wel echt heel bijzonder. Jullie zwaaien de eerste paar keer uitbundig terug en roepen heel hard door de volle coupé: ‘Hey, een Zulu mens! Hey, nog een Zulu mens. Hey dat Zulu mens zwaait! Veel zwaaiende Zulu mensen hè mama!’ Mama vindt dat ‘mwah’, maar minder erg dan: ‘Ja en oma dat paard in de dierentuin hè, dat had een uitschuifpiemel, toch oma!’ hetgeen ik ooit zelf door een volle coupé riep.


Na een uur zijn we bij de tussenstop annex ontbijtplek. De als idyllisch aangeprezen Tea Garden blijkt een hutje met eieren en worst en spek en dus scharen we ons onder de wachtenden voor koffie en een pannenkoek (maar dat viel dus nog mee, want de spare ribs, friet en halve liters pils lachen je ook toe net zoals de blanke Zuid-Afrikaners die met hun dikke derriere op een opklapstoeltje achter het opklaptafeltje zitten).


Daarna rijden we hetzelfde stuk terug en vragen jullie steeds: ‘Hoe lang nog’ en zeggen: ‘Nou, dit is echt heel erg saai hè! ‘Zo, die stoom stinkt echt.’ ‘Ik ben een beetje misselijk, maar niet heel erg ofzo.’ ‘Ik denk dat ik moet poepen.’ ‘Kijk mam, die mevrouw heeft echt dikke billen.’


Tegen de kinderen en vooral ter overtuiging van jezelf zeg je daarom: ‘We gaan met de stoomtrein!’ Want misschien valt het wel heel erg mee? En? Nou, als je er eenmaal middenin zit, is het best te doen. Pas als je het opschrijft, dan zie je de ellende.