Monthly Archives: August 2013

Vermoeiend

Het woei. Het woei zo hard dat ik uit mijn hemd zou waaien, maar dat kon niet, want ik lag in bed. Naast man J. die ook niet sliep. Was ik ook pas net achter gekomen.
Ik: ‘Wat waait het hard hè?’

Man J: …

Ik: ‘WAT waait het HARD hè?’

Man J: ‘Watwatwat! Ja, jazeker, nou!’

Ik: ‘Nu kan ik denk ik niet slapen.’

Man J: ‘Vast wel.’


Dus we waren allebei wakker. Het was donker en man J. zag er helemaal donker uit, met name in het gelaat. Dat kwam door zijn baard. Hij laat die staan. Ik heb daar al grappen over gemaakt zoals: ‘Goh we gaan nu wel echt terug naar de oertijd’ en: ‘Jeetje ga terug in je hol!’ als hij iets stoms zegt (wat mij betreft komt hij er soms niet meer uit btw). Dat soort dingen en toen hij zich dus zo midden in het donker plotseling omdraaide schrok ik wel even ja.


Vlak ervoor had ik bovendien een stukje gelezen over een onderzoek naar een causale relatie tussen de volle maan en het ‘de slaap niet kunnen vatten.’ Ze dachten dat er verband was, maar er waren ook critici of course die de onderzoeksmethode onzin vonden. Sjonge jonge en zo houden we elkaar echt lekker bezig in onderzoeksland. Ik vroeg me ook af of er niet belangrijker dingen waren om te onderzoeken, maar sommige dingen liggen misschien nogal voor de hand en dan is er gewoon niks meer over. Dat zo’n professor dan zegt: Tsja, wel, nu, misschien kun jij je dan richten op de volle maan?


Naast mij werd inmiddels weer geronkt, dus ik had tijd genoeg om na te denken over het weer in het algemeen. Tegenwoordig zeg ik best vaak tegen mensen dat het nu warm is, maar dat het zó kan omslaan. Het regenseizoen hè, voeg ik op z’n Timofeefs toe. Ik voel me een halve gare als ik het vertel, met mijn handgebaartjes, maar stoppen, ho maar. Waar zou dat door komen? En zo sliep ik nog steeds niet.


Waarom denk je zoveel na als je niet kunt slapen? Misschien kon ik overdag ook eens zoveel nadenken en interessante theorieën ontwikkelen over het een of ander. Ik denk overigens niet dat ik de maan zou kiezen, alhoewel ik door dat onderzoek nu wel wakker lag. Ik hoefde maar naar buiten, ik zou à la minute kunnen beginnen. Maar ja, saai en dus dacht ik na over wat het wel zou kunnen worden en dat was blijkbaar pas echt slaapverwekkend.

Lekker Hollandsch

‘(…) grghh, gfrg, lgg?’ Ik was even gedesillusioneerd toen ik dit hoorde in lokaal twee van mijn sportschool. Kon komen doordat mijn vaste leraar er weer niet was en ik onderhand de fik in de hele tering sportschool wilde zetten. Ik heb inmiddels zelf actie ondernomen hoor. Zo heb ik gevraagd of de leraar soms nog terug komt. Ze dachten van wel. Maar ze wisten het niet zeker. Waarom konden ze niet zeggen. Het kon iets zijn met een kapotte auto, of misschien iets anders of een privé reden en echt heel privé, ZO privé dat ze het mij niet konden zeggen. En toen werd ik dus ineens heel erg nieuwsgierig.
Dus ik zei: ‘Oh wat zielig, nou als ik ergens mee kan helpen?’ Maar dat leverde enkel een meewarige blik op zo van jaja je wil gewoon weten wat er is. En dat was ook zo. Overigens niet helemaal waar, want ik heb dus al eerder  tegen een van mijn sportschoolmaten (maar echt hè, de enige man in het klasje, nou ja man, man, zo één in een hele strakke broek en met geschoren benen) geopperd om hem op te halen in de stad(?!) Dat was ik ook zeker van plan ware het niet dat mijn maat dat ook al had geprobeerd en hij weigerde. Ik was wel opgelucht, want ik zag me al 20 minuten naast het kleine negertje in de auto zitten en dan ben je op een gegeven moment wel uitgeluld denk ik. We zouden misschien de muziek heel hard kunnen zetten, maarja, waar houdt hij van, ik heb geen idee, dus daar kreeg ik op voorhand, zonder dat er überhaupt sprake van was dat hij mee zou rijden al stress van.

Anyway, ik heb geen idee hoe dat moet dat in de fik steken, maar daar verzin ik nog wel wat op. In de tussentijd was ik er nou toch, dus ik pakte driftig wat gewichten, want dat deed iedereen. Iedereen pakte ook een matje en precies toen ik dat dan ook maar wilde doen sprak de lerares de zin uit alinea 1. En toen hoorde ik het ineens! Het was Nederlands, maar ik verstond dat in eerste instantie niet. ‘Ga jij soms op de grond liggen?’ Vroeg ze. En ik dacht, hoe weet zij nou weer dat ik Nederlands ben, bijdehante sportschooljuf, ook dat nog, maar ik lachte het weg (hahaha) en zei ‘Nee’ en ook ‘Sorry, ik verstond je eerst niet ik hoorde alleen ggggg.’

Mis jij de hagelslag ook zo? Zei IK daarna. Waar haalde ik het vandaan. Het is gewoon niet eens waar (Oké, een beetje), maar Nederlanders onder mekaar hè, het wordt gelijk gezellig.

Schone schijn

De scheurkalender hangt pontificaal voor het fornuis. Je moet er omheen kijken als je kookt, maar je went eraan. Je went er dusdanig aan dat je het hele ding niet meer ziet. De scheurkalender stond al maanden op ‘De aardappelschotel die we wel elke dag zouden kunnen eten.’ Aldus de kalenderschrijvers. Toch een aparte stelling voor een kalender met nog 364 andere gerechten. Vervolgens stelde ik me voor dat je elke dag met een stoïcijnse blik dezelfde schotel op tafel zet en dat iedereen dan zegt: ‘Hmmmm lekker zeg, dat lusten we morgen wel weer!’
Dus wat deed ik? Ik maakte die fokking aardappelschotel. Eerst was aan de beurt: Het verzamelen der ingrediënten. Ik trok een kastje open en het was echt netjes! Ik verbaasde me erover, nee grapje hoor, ik had het pas geleden opgeruimd. Het was gebeurd nadat ik even een andere schoonmaakster dan normaal had en haar liet zien waar ze alles kon vinden.

‘En dan staan hier de schoonmaakspullen en dan kun je verder alles pakken wat je wil, hier staat bijvoorbeeld de thee.’ Ik opende de deur van de kast, bekeek hem zelf ineens met andere ogen, gooide de deur snel dicht, draaide me om en glimlachte alsof ik zojuist een lijk had ontdekt. Althans, zo stel ik me dat voor. Ik denk dat ik keek zoals in zo’n jaren ’80 ‘Theater van de Lach‘ voorstelling. Dat ging ongeveer zo: Jan komt bij Marie op bezoek en zij rijdt overduidelijk een scheve schaats. Vervolgens komt de echtgenoot van Marie binnen en duikt Jan snel en heel opzichtig achter de bank. Iedereen ziet hem behalve de echtgenoot en dat is al héél hilarisch en DAN klimt Jan op een gegeven moment vanachter de bank in de klok, dan kom je helemaal niet meer bij.

Volksvermaak, aldus mijn moeder. Grappig, vond ik want ik was 15 en ik had wel wat anders aan mijn hoofd. Zoals mijn baantje bij de bakker waar ik een vaste zaterdag klant eens een paar extra broodjes gaf, het was zo’n aardige oude meneer! Dus hij keek in het zakje en zei hard: ‘Huh, er zitten teveel broodjes in de zak?’ Waarop ik ze voor de vorm telde, hem een veelbetekenende blik (vond ik zelf) toeworp en zei: ‘Nee hoor meneer.’ Ik glimlachte er ook nog schaapachtig bij en zo komen de bakkersmeisjes nooit van hun ietwat dommige imago af.

Maar goed, de aardappelschotel was best prima, beetje droog, kan aan mij liggen. De schaal was niet schoon te krijgen, dus alleen daarom al zou het een verrassing zijn om dat ding elke dag op te dienen: ‘Sjemig wat knap dat je hem schoon hebt gekregen!’ Iedereen tevreden en zo hoort het.

Eruit, nu!

‘Ik heb de elastiekjes dus maar drie weken in gehad want ik kreeg er echt hoofdpijn van.’ Ik vond het wel gênant om te zeggen, want ja, ik ben dan misschien wel 35 36 (echt pas net geworden hè) het voelde toch alsof ik 15 was en loog over dat ik echt niks had gegeten dat niet mocht, maar dat het slotje er zo hoepsie af was geschoten. Terwijl het nu echt waar was! De orthodontist was niet echt onder de indruk. Het waren volgens hem toch meer de finishing touches. Waarop ik vroeg: ‘Mag hij er dan uit, de beugel?’ En daar zuchtte hij alleen maar om, want dat vraag ik elke keer. De assistente moest wel grinniken overigens, maar niemand haalde het ding eruit.
In de tussentijd was de orthodontist al beland bij spleetjes tussen mijn onder tanden die je niet ziet omdat je, als je lacht toch je lip over de tanden hebt (aldus de orthodontist). Hij liet dat ook even zien in de spiegel die hij in mijn handen drukte. Ik zei NIET ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand etc.’ maar het scheelde niet veel. Ik lachte breed uit, mooi geen enkele lip die welke tanden dan ook bedekte. Voor het idee probeerde ik het wel, maar daar hield ik snel mee op omdat ik eruit zag alsof ik een soort slechte buikspreekact opvoerde.

De spleetjes moesten we dus wegwerken met een vijl. Rob de Nijs onderin is het ook nét niet bedacht ik, dus ik was het ermee eens. Gaf overigens niks, zei de orthodontist, want het kwam wel vaker voor bij volwassenen. Nu weet ik dus wel dat ik volwassen ben, maar hij had ook kunnen zeggen dat het vaker voorkomt bij mensen boven de twintig. Of zoiets van: ‘Het komt voor bij volwassen ook als ze pas net volwassen zijn, zoals jij!’ Alhoewel ik dat ook wel weer een rare niet ter zake doende opmerking had gevonden denk ik. De orthodontist naderde mijn mond met de vijl. ‘Kijk, heel dun en ik beschadig je tanden verder niet,’ zei hij terwijl hij de vijl demonstratief tussen duim en wijsvinger liet bewegen.

En toen begon hij te vijlen en ik was ineens terug in mijn jeugd (los van die beugel dus) en nagels over het schoolbord en de kriebels die je daarvan kreeg en dat gebeurde nu in mijn mond! Echt jongens, dit stukje gaat weer nergens over, maar het is maar dat we met z’n allen toeleven naar het moment dat ‘ie eruit mag. Ik trakteer.