Monthly Archives: September 2013

Het sloot allemaal net niet lekker aan

Ineens was erin geslopen dat we ‘s avonds de bakjes voor de yoghurt voor de volgende ochtend klaar zetten. Ik was 36 en dit was het dan. Vanaf nu zouden we steeds regelmatiger leven en op een gegeven moment ook geen nieuwe bank kopen. Want ja, die hadden we niet meer echt nodig. En ook geen nieuwe kleren trouwens. We zouden avond aan avond in onze joggingbroek chips eten terwijl we herhalingen van de honeymoon quiz zouden kijken. Als dat nog bestond dan.
Terwijl ik zo verder mijmerde tijdens het eten, vroeg dochter L. (4) wat jaloers eigenlijk is? Zoon B. (7) gaf antwoord. ‘Jaloers is dat je bijvoorbeeld een man ziet met een hele mooie – en ik DACHT, nu komt er een auto, fiets of computer – vrouw, veel mooier dan die van jou en dat jij dat dan ook wel wil.’ Ik keek naar man J. die zijn hoofd driftig schudde. Nee hoor, hij had B. niks uitgelegd. Ik vroeg B. wie het hem dan wel had verteld (ik probeerde me in te houden en deed toch suggesties) maar hij had het zelf verzonnen.

Vervolgens betrok ik het op mezelf. Ik denk dat het kwam doordat ik tegenwoordig als een Jim Carrey door het leven ga. Het zit namelijk zo. De orthodontist heeft mijn beugel eruit gehaald. Eerst lag ik ‘Kut kut kut’ roepend in de stoel – ‘Ja, mevrouw Lebens het eruit halen van de beugel doet een beetje pijn, dat vertellen we er daarom nooit bij.’ – en daarna mocht ik van mijn vrijheid genieten. Het duurde één dagdeel. ‘S middags kwam ik terug en werd me ineens een plastic hoes aangesmeerd voor over mijn boventanden, die ik 24 uur per dag moest dragen.

‘Je ziet er niks van hè!’ Riep de orthodontist enthousiast terwijl hij me een spiegel in mijn handen drukte. Ik lachte in de spiegel en de assistente en de orthodontist en ik, we zagen allemaal dat mijn bovenlip op het plastic hoesje bleef hangen. ‘Even oefenen nog.’ Zei de orthodontist opgewekt en we knikten alledrie.

Ik kreeg vervolgens een briefje mee met een afspraak voor over zes weken. Op het briefje stond altijd: ‘Thanks for being such a great patient!’ er stond nu ‘Congratulations on your new smile!’ Ik lispelde (dat plastic hoesje hè) tegen de assistente dat ik hoopte dat ik die over zes weken wel zou hebben. Daarna wilde ik een grap maken die paste bij mijn nieuwe uiterlijk. Ik kon er geen verzinnen en dat klopte tenminste nog; Jim Carrey kan immers ook alleen gekke bekken trekken.

Lekker kippetje van me

Tegen iedereen die het horen wilde of niet per se ook overigens, vertelde ik dat de griep van zoon B. maar niet over ging. Ik was me er inmiddels van bewust dat ik hoognodig een andere invulling aan mijn getob moest geven. Dit onderwerp duurde nu al vier weken. Ik zou ook gewoon kunnen stoppen met tobben, maar dat is al 36 jaar niet gelukt, ik zoek de uitdaging nu in het veranderen der onderwerpen, dat houdt de toehoorder tenminste ook geboeid.
Zoals de Taiwanese moeder van school. Eerst ging het nog over haar en haar pasgeboren baby die ze na twee maanden zelf moest verzorgen. Haar moeder en de nanny – de laatste met 24-uurs dienst – waren immers juist richting Taiwan vertrokken. De baby sliep nu bij haar op de kamer, op de buik en belangrijker, het gezicht want het moest wel een baby met een langwerpig gezichtje worden. ‘Oh en ah’ zei ik en dacht wat een fokking onzin in plaats van – wat kunnen we toch veel van een andere cultuur leren, SUPER interessant – want zo denk je nu eenmaal niet altijd en bovendien nu terug naar mij! En dus wurmde ik zoon B. en zijn griep ertussen.



Daar had de Taiwanese wel wat op. Wat ZIJ altijd doet is een kip op het vuur zetten en de sappen aan de kinderen geven ter verhoging van de weerstand. ‘Een hele kip?’ vroeg ik. En ze zei ‘Ja’ en ik weet niet hoe dat met jullie zit, maar bij een kip in de zin van gerecht denk ik direct aan een kip die rechtop zonder veren op een bierblikje op de bbq zit. Kan komen door foto’s ervan op Facebook. Kippen zien er in hun kale niksie sowieso vrij menselijk uit. Verder fantaseer ik dingen overigens niet naakt. Leuke mannen denk ik bijvoorbeeld niet direct naakt, maar die heb ik dan ook nog nooit in een gerecht of op een bierblikje voorbij zien komen. Dat scheelt denk ik wel. Nu we hier toch even over filosoferen; het is waarschijnlijk precies waar de vrouw zich onderscheidt van de man, met z’n vunzige gedachtes. Maar goed, ik dwaal af.

Kon komen door het gelul van de Taiwanese dame. Op zich ben ik wel van het gesprekje, maar niet te lang aub dan moet ik iets verzinnen. Al was dat nu niet nodig, ik moest namelijk hardlopen in de moederrace op school, dus ik had echt haast. God zal me lief hebben vorig jaar werd ik eerste, nu tweede en zo dienen de onderwerpen zich als vanzelf aan.

Wie is hier nou eigenlijk de moeder?


We gaan een nachtje weg. Zoon B. van zeven (en een half mam!) valt vrijwel direct in slaap. Na een half uur stoppen we bij een ontbijtplek. B. stapt uit en wil niks. Neuh, hij is niet ziek, neuh ook niet een beetje, ja hij kan zijn hoofd op zijn borst leggen, hij is gewoon even moe. ‘Mam, kap nou JA, ik wil gewoon gaan.’
Man J. slaat mijn getob enigszins geamuseerd gade.
Ik werp hem een hulpeloze blik toe. Kan een pietsie bozig zijn, want hij zegt snel: ‘Ik vertrouw op jou, jij voelt dit soort dingen gewoon beter aan.’ Ik zucht en doe een beroep op mijn antenne voor zieke kinderen. Niks. Waar is het oergevoel als je het nodig hebt, vraag ik me af.

Ik moet denken aan zeven (en een half) jaar geleden. Man J, mijn moeder en ik staan rond het ziekenhuisbed van zoon B. Hij is zeven weken oud en had ineens hoge koorts. Dat kan bij kinderen, las ik in de bijbel voor nieuwbakken ouders; Dr. Spock. De alarmbellen rinkelden pas toen ik hem diezelfde avond niet wakker kreeg voor een voeding. En nu ligt hij daar met een urineweginfectie. Dan komt de dokter komt toevallig langs en vraagt: ‘Zo en wie is de moeder?’ Waarop ik automatisch naar mijn eigen moeder kijk, maar me ineens bedenk en ‘Oh nee, ik!’ roep. Moeder zijn, daar moest ik nog aan wennen, maar met dat oergevoel was niks mis.

Omdat een teken nu uitblijft, rijden we door en in de bush geef ik B. een paracetamol voor volwassenen. Lekker sterk en ja joh, dat kan jij wel, met een grote slok water. Nog geen twee seconden later bonk ik hem in pure paniek op zijn rug omdat hij zich verslikt in de paracetamol. ‘Waarom ben ik ook niet de man!’ Roep ik man J. toe. Man J. vindt dat ik me niet zoveel zorgen moet maken en dat is precies wat ik wel zou willen.

De volgende dag rijden we terug. Zonder paracetamol is er niks van zoon B. over en dus brengt mijn gevoel ons alsnog bij de huisartsenpost. Bij loket één krijgen we de status groen: ‘Grieperig’ lees ik. Ik ben opgelucht, maar grieperig? En die hele, HELE erge hoofdpijn dan? Vraag ik en ik wijs op mijn allerbezorgdst naar zoon B. De zuster haalt ongeïnteresseerd haar schouders op. En misschien is dit net dat zetje dat ik nodig heb. Ik neem B. mee, leg hem in bed en vertrouw erop dat mijn oergevoel op popt als het nodig is en dat ik ook ooit beter word, in moeder zijn.

Dit stukje verscheen eerder op oudersonderling.nl

Gewone kip

‘Nou, wat willen jullie straks lekker eten?’ vraagt de ranger enthousiast.
‘We willen graag vier gekookte eieren en twee gebakken eieren met bacon.’ Zeg ik ook enthousiast want ik ga gewoon heel makkelijk mee in de flow, ook om 6 uur ‘s ochtends!

De ranger kijkt moeilijk en beweegt haar hoofd van ons (vijven) weer naar haar opschrijfboekje. ‘Dat zijn zes dingen,’ zegt ze dan aarzelend.

Man J. zegt: ‘Ja dat klopt, zij wil twee eieren.’ Hij wijst naar zij (ik).

We zijn een nachtje in de bush en gaan dieren spotten in een OPEN auto. Het is zo koud dat we onze winterjassen aan hebben, zoon B. (7) is ziek, maar doet alsof hij kiplekker is en ik kan me niet voorstellen dat de dieren wel wakker zijn met deze temperatuur. Sowieso vraag ik me af welke dieren we gaan zien. Een dag eerder somden we onze top vijf op. De olifanten waren al drie maanden niet gezien, het luipaard en de cheetah al twee maanden niet en zo daalden we steeds verder tot we inderdaad instemmend knikten dat vogels ook heel leuk zijn.

De kans dat we onderweg verorberd worden is in ieder geval miniem. De ranger denkt daar hetzelfde over en tovert dat opschrijfboekje uit de kontzak van haar KORTE broek. Weer een beroep dat ik kan afschrijven, bedenk ik. Nog los van de aseksuele outfit en het beleefd blijven als je een kind rondrijdt dat continu ALLE Dinosaurussen die hij kent – of door zijn moeder ingefluisterd worden – heel HARD opnoemt. Maar dat was gisteren, dit is een nieuwe dag, de irritante vader van het irritante kind bleek ziek, daarom kon het irritante gezin niet mee en dat vonden we echt sneu. Zeiden we terwijl we opgetogen onze wenkbrauwen naar elkaar high-fiveden.

‘Twee eieren dus.’ De Ranger herhaalt het verbaasd. Oh God, ze is nog niet klaar.

‘Uhm ja?’ En ik begin toch een beetje aan mezelf te twijfelen. Maar ik wil gewoon wél twee eieren en ineens steek ik een betoog af van gezond en waarom ook niet en alleen als het niet teveel moeite is en dat ik wel meer mensen ken etc.

Allemaal de schuld van man J. De lul! En we moeten nog best lang, gezellig met z’n allen, in een Safari auto beesten spotten. Zoals de rode mier, de onzichtbare neushoorn en het water waar gisteren nog nijlpaarden inzaten. Nog nooit zo blij was ik – drie uur en een paar bevroren tenen later – met een gewone kip (en vooral haar eieren).