Monthly Archives: October 2013

Eerlijk is saai

‘Misschien gaan we binnenkort verhuizen,’ zeg ik tegen vriendin B. ‘Misschien ook niet,’ voeg ik direct toe. Als je zegt dat je heel snel verhuist wil je dat mogelijk onbewust heel graag en dan gebeurt het never nooit niet.
‘Als je verhuist kun je een andere identiteit aannemen.’ Zegt vriendin B. met een serieus gezicht.
Ik kijk vriendin B. – die ik niet zomaar in de Russische koordanseres Svetlana zie veranderen – verbaast aan. Ze fantaseert er lustig op los. Ik denk na over mijn eventuele andere identiteit, maar ik heb VEEL meer ideeën bij het dubbelleven van man J.  In gedachten zie ik hem in een strak blauw pak oefenen voor het Cirque du soleil. Dat we serieus aan zijn collega’s zouden uitleggen dat hij die schommel midden in de woonkamer fervent gebruikt. En zo kom ik niet meer los van andere identiteiten.
Al appel etend loop ik een ‘winkeltje met leuke dingetjes’ binnen. Het is de derde appel van de dag. Zo lekker zijn ze niet, maar kauwen is verslavend. De eigenaar kijkt naar mijn appel. Misschien ook niet, maar ik denk van wel. Snel neem ik nog twee happen en vraag: ‘Heb je ook een prullenbak?’
Hij: ‘Ja.’
Ik: ‘Mag ik mijn appel erin gooien?’
Hij: ‘Dat kan niet, hij staat hier (wijst naar een plek áchter de toonbank, waar het ding staat onder ook weer een berg dingetjes), dus ik moet het doen.’
Ik:. ‘Oké, maar dat is misschien wel een beetje vies?’ Ik denk graag voor anderen, het is een gave.
Hij: ‘Ik neem aan dat je geen enge ziektes hebt?’
Wat een kutvraag.
‘Nee’ zeggen is toch een beetje de goden verzoeken en een gemiste kans bovendien. Ik kan – terwijl ik hem het klokhuis overhandig – zeggen dat ik schurft heb, maar dat het bíjna weg is, dat het soms nog wel een beetje kriebelt, maar dat het ook makkelijk iets anders kan zijn hoor!
Toch zeg ik nee.
Ik kom vrij close als ik de fietsmeneer wederom consulteer. Deze keer heb ik de voorband lek gereden.
Ik: ‘Hoi! Kijk wat ik nu weer heb gedaan!’
De fietsmeneer: ‘Zullen we er gelijk een slimy tube inzetten?’
Ik: ‘I LOVE the slimy tube!’
De fietsmeneer: ‘Heb jij hem kapot gereden of Jeust?’ (Joost wordt Jeust want een dubbele ‘o’ in het Engels: moeilijk).
‘Ik!’ Roep ik direct. Terwijl ik ook kan zeggen dat het Jeust (Man J.) was en dat hij inderdaad oefende om over een spijkerbed te fietsen en nou ja, dat het niet helemaal gelukt is.
Kortom; ik ben te eerlijk. Echt jammer.

In sap en as

En zo kochten we een stofzuiger zonder zak. Nogal wat herrie maakt het ding, maar, gekocht is gekocht sinds ik ben afgestapt van ruilen. De eeuwige zoektocht naar het enige juiste ben ik onderhand zat. Het hoeft niet altijd uniek en bovendien is ruilen ook echt zinloos tijdverdrijf nietwaar. Kiezen zal ik! 


Tot overmaat van ramp besloten de mixer en de dvd-speler ook naar God te gaan en de fietsband had een lek. De apparaten hadden het op ons gemunt. Of misschien zijn de apparaten nodig in de hemel. Hemelse cake bakken, ik zag het voor me. Iemanden (mijn schoonouders, geeft niet) zeiden: ‘Dat gebeurt nu eenmaal hè, na tien jaar. Dan stoppen de apparaten ermee.’ Ik stopte mijn vingers in mijn oren, want ik wil nog steeds graag unieke dingen meemaken. Ook als het gaat om huishoudelijke apparatuur.


Ik ging naar de fietswinkel en de fietsmeneer en ik, we spraken over extreem lange fietstochten met ingewikkelde namen en hoe hard hij wel niet ging door het bietensap dat hij zelf met een sapmaker maakte en toen begon hij ineens over mijn lekke band. Oh ja, daarom was ik ook alweer hier. Hij raadde me de slimy tube – een binnenband die gaatjes automatisch opvult – aan. Ik keek de fietsverkoper aan. Hij verblikte of verbloosde in het geheel niet en ik dacht sjonge jonge, ik heb echt teveel stofzuiger folders gelezen. Enfin, de slimy tube kon niet geruild worden. Paste helemaal bij mijn nieuwe niet-ruilen identiteit, dus ik ging ervoor.

Daarna kocht ik ook meteen een sapmaker. Je flikkert er van alles in en er komt sap uit! Op zich wat het apparaat belooft, maar toch hè en razendsnel. Wortelen, hele appels, bieten! Rood, echt heel rood, ik dacht twee dingen:

1. Oh oh, dit gaat vlekken maken en ik bén al niet zo handig.

2. Oh oh, wat nu als je er per ongeluk zelf in belandt?!

1. was een waarschijnlijker angst dan 2. maar 2. hield me langer bezig. Vooral toen ik een stuk vastzittende appel (‘Kijk, mijn hele hand past erin!’ tegen man J. roepend) verwijderde en ik even vergat het ding uit te zetten. De machine begon gevaarlijk te brullen en ik kon mijn hand er nog net op tijd uit trekken. In no time ben je geraspt tot niks dan sap en gescheiden van het afval. Detox pur sang. Kan je welgeteld één keer doen. Uniek dus, maar wat heb je eraan.

Stopcontact(advertentie)

Ik schrok wakker omdat ik het benauwd had en echt even niet meer kon ademen. Zoiets. Ik zei tegen man J. dat hij niet weg mocht gaan. Het was ook zo, maar zoiets uitspreken dat is echt een beetje extreem sneu. Ik deed het dan ook niet bewust, ik hoorde er de volgende dag over. Eerst zei ik ‘Echt niet!’ daarna overviel me een enorm gevoel van zelfmedelijden en ik vroeg me af wat de schrik had veroorzaakt. Ik had de avond ervoor folders doorgespit op zoek naar een nieuwe stofzuiger. Dat is niet enerverend, toch?
De oude stofzuiger is kapot, niet dat ik ze in Afrika uit pure verveling ineens ben gaan sparen. Dat ik een heel hok met stofzuigers zou hebben zodat ik elke week een andere kan pakken. Of misschien zou ik wel elke dag gaan zuigen! Hele rijen glimmende Henry’s zouden me gewillig aanstaren vanaf hun plank (kies mij, kies mij!) Maar ja, jammer voor de stofzuigers, ze nemen teveel plek in.

Goed. Er zijn HEEL VEEL stofzuigers. Voor gladde oppervlakten, voor stroeve, met veel zuigkracht en een aantrekkelijk uiterlijk. Ik wilde dit even snel beslissen (want huishoudartikelen uitzoeken mèh, yuk, niks aan) maar ineens moest ik criteria bedenken waaraan een stofzuiger moet voldoen. In gedachten lijnden ze op en voerden een ‘So you think you can zuig’ op. Tegenwoordig is overál markt voor, dus waarom niet. Ik bekeek de PerformerPro Stofzuiger: Blijvende zuigkracht, met zijn turbo-borstelzuigmond die zelfs doorgaat met een volle zak!

Wat was dit voor tekst?! Het leken potjan wel amoureuze toespelingen van de stofzuiger-community. Kunnen we ons ook hier ook even massaal over buigen? We maken dus wel een hoop heisa over de speelgoedfolder met meisjes die met poppen spelen in plaats van geweren en jongens die we nog steeds niet glunderend in een prinsessenjurk afbeelden en in de tussentijd bekijken we ongegeneerd stofzuigerfolders! We laten ons verleiden door Henry met zijn extreme zuigkracht en OMG de roze stofzuiger Hetty (Hetty maakt het waar!) met haar soepele, tien meter lange oprolsnoer dat toch een waar kunstwerk is.
Maar goed, ik dwaal af. Afrika besliste dat er maar een paar stofzuigers te koop zijn. Zo kozen we – man J. besliste uiteindelijk, hoe geëmancipeerd is dat – er een zonder zak. Het klonk gelijk een stuk minder ranzig – want nooit meer een volle zak – en toen was het al best laat en toen gingen we slapen en de rest is historie. 

Nee joh, ik zeg gewoon maar wat

Ik las een tweet van @globalistaa over iets dat Marlies Dekkers – Neerlands eigenste bh-koningin – gezegd zou hebben. Vrouwen met kleine borsten zouden onvoldoende zorg voor hun borsten hebben. We moesten ze laten masseren door mannen, jezelf, de buurman etc. Zelf was ze erg blij dat ze kon doorstarten met de opvang van al die depressieve boeza.

Ik dankte god op mijn blote knieën (en dan houd ik op over lichaamsdelen) dat ik in Afrika woon, ver weg van Marlies en haar bh-kooien. Wij deden er een paar dagen Capetown met een Mercedes bus. Eerst wilden we een kleinere auto. Er was geen kleinere. Toen namen we de grote. Ik vertel dit er maar gewoon even bij ter illustratie. Ik weet ook niet waarom, ik heb niks met auto’s. Het was gewoon zo. Ik denk dat ik ermee wil zeggen dat iets goedkopers geen optie was.
Het huisje waarin we bivakkeerden was overigens écht klein. En er zat écht een muis in. Eventjes tenminste. Man J. trok direct ten strijde. Alhoewel, direct, direct. Hij zei: ‘Ik heb in dit huisje niet de juiste attributen om  een val te maken.’ Ik piepte (geen grapje): ‘Verzin maar wat en wat is dit voor K-huisje met een muis erin. Het is trouwens wel precies groot genoeg voor de muis.’ En zo zeg je de hele dag dingen.

Ik denk dat andere mensen (dan Marlies en ik) overigens ook gewoon maar dingen zeggen. Om zich een houding te geven, of om de leegte te vullen. De manager van het gamepark waar we laatst waren zei bijvoorbeeld: ‘Je vraagt je natuurlijk wel eens af wat de dieren van het hek vinden.’ Ik had me dat echt nog nooit afgevraagd. Ik had er wel eens over nagedacht of de dieren zich ook stoten aan het schrikdraad en of dat pijn doet. Maar ik had nog nooit bedacht dat de dieren misschien denken: Goh, wat een rothek is dit, ik wilde dat het er niet stond! Of juist: ‘Goh wat fijn dat de grenzen zo duidelijk zijn.’ Laat staan dat ik dit hardop uit zou spreken.

Even terug naar Marlies. Ze ging ons nog veel meer vertellen, zei ze. Ik vond het onheilspellend. Helga van Leur zei hetzelfde over het weer, het werd echt bedsokkenweer. @roosschlikker tweette dat het ongeiler niet zou worden. Ik wilde wel reageren, maar ik wist het gewoon even niet. De bh-kooien van Marlies en de bedsokken, het was een close call.