Monthly Archives: February 2014

Integreren zonder bekeren

fantasy castle in clouds

De moeder van een nieuw vriendje van zoon B. (8) gaat naast me zitten. Op de grond. Ze vouwt haar benen onder zich en kijkt me verwachtingsvol aan. ‘Ik hoor dat jullie uit Zuid-Afrika komen, hoe exciting!’ Ze zegt het vrij hard. Het kan ook niet anders, want we zitten in een grote hal die in beslag wordt genomen door acht enorme lucht-spring-kastelen. Om deze joekels in opgeblazen toestand te houden, wordt continu veel lucht aangevoerd. ‘Ik had het er met mijn man over en we dachten dat jullie misschien missionarissen zijn.’ Vervolgt ze glunderend waarna ze me in één adem uitnodigt voor een bijbelstudiegroep.

Dit kon wel eens een teleurstellend gesprek worden. Ik heb eerlijk gezegd al moeite genoeg met het geloof in mezelf, laat staan dat ik er nog een ander bij kan hebben. Bijbelles was bovendien een uitstekend moment om snoep te eten en we zongen thuis keihard mee met Robert Long’s ‘Jezus Redt’. Maar hoe verwoord je beleefd dat je niet gelooft dat de wereld bij elkaar gegoocheld is door iemand met een mogelijk vrij lange baard?

Een dag eerder kregen we cultuurles van Allen uit Dallas. We stelden hem alle mogelijke vragen over hoe we ons het beste kunnen gedragen in de USA. We leerden over de Bible Belt van de USA (waar wij wonen, hoera) en de overwegend Southern Baptists die nogal pusherig van aard zijn. Allen deed nog wel een poging met een:
‘Bijbelles kan best verhelderend zijn?’
We schudden ons hoofd.
‘Ook niet één keertje?’ Probeerde hij.
We schudden ons hoofd wederom en zeiden ook sorry (en ik trok mijn neus op, sommige dingen kun je niet verhullen).
Hij stelde voor om dan te zeggen: ‘We willen onze kinderen nog niet blootstellen aan een religie.’
Ik vond dat beleefd klinken.

Het blijkt een vrij ingewikkeld zinnetje om zo in het wild, tussen acht luchtkastelen, te reproduceren. ‘Mijn kinderen,’ begin ik. Dan kijk ik de moeder aan en zeg: ‘Mijn kinderen geloven, uhm, hoe zat het ook alweer, even denken hoor…’ Het zinnetje roept om oefening voor de spiegel. Het moet met een vroom gezicht worden uitgesproken en overtuigend en toch sexy! Of nah ja, deze keer niet sexy misschien. Ik krijg het in ieder geval niet voor elkaar en mompel: ‘We zijn eigenlijk in het geheel niet religieus.’ Halfzacht ei dat ik ben. Het geeft HELEMAAL niks natuurlijk en ik mag toch een keer mee naar bijbelles, want wat niet is kan nog komen nietwaar. Ik knik beleefd en hap verslagen wat van de gebakken lucht.

Hier gebeurt het

Dansen met KerstEr werkt een Deense meneer in het museum. Hij zit in het team dat je welkom heet en je erop wijst dat je geen grote tassenmee naar binnen mag nemen. Ik weet dat omdat man J. onze tas toch in een kluisje opbergt (‘Ja schatje, een rugtas mag wel, nietes, welles, nietes’) en ik ALLE tijd heb om met een paar mensen uit het team te integreren. Nee, we zijn niet van hier en inderdaad, we komen uit Nederland. De museum-crew is nogal enthousiast, want Nederland ligt naast Denemarken! Een collega van de Deen sleurt ons mee en even later sta ik tegenover een meneer. En wat is dan je openingszin?

‘Hoi, dus jij bent Deens?’ Mmmjuist ja.
‘Ja en jullie zijn Nederlands?’ reageert de Deense meneer.
‘Ja,’ zeg ik.
Daarna ben ik eigenlijk wel uitgepraat, maar ik de crew staart ons nog steeds aan. We kunnen niet nu al stoppen met onze diepgaande conversatie en ik bedenk een paar dingen die ik kan zeggen.
1. Ik heb ook een vriendin die Deens is, nou ja, half Deens. Dat telt misschien niet?
2. Ik kan ook iets in het Deens zeggen: ‘Jeg elsker deig.’ Vrij letterlijk zou ik dan ‘Ik hou van jou’ tegen een onbekende meneer zeggen. Hoe breng je het gesprek daarna weer naar een normaal niveau? Toch lastig.
3. Dans je ook rond de kerstboom met kerst?
Ik ga voor optie drie.

De Deen schudt verdrietig zijn hoofd. Hij is wel ooit begonnen met dansen, maar ze deden niet mee, de Amerikanen. En ik zie voor me hoe de Deense meneer in zijn eentje danste en om zich heen keek en zo voorzichtigjes mensen lokte met een hand ‘Kom nou, ah joh, kom nou’ en dat hij dan afdroop en er nu met kerst voor kiest om te werken. Ik verzin dit erbij hoor overigens, niet gelijk medelijden krijgen. Misschien danst hij wel heel slecht of is er iets anders aan de hand, kan van alles zijn.

In de tussentijd heeft de museum-crew ons  naar het werk van een schilder met een Nederlandse naam gebracht. Of wij kunnen vertellen hoe je zijn naam uitspreekt: Gerardus Duyckinck. ‘Nooit van gehoord,’ zeggen man J. en ik tegelijkertijd en dan spreken we het allebei verschillend uit. Dat bespreken we, althans, ik zeg tegen man J: ‘Domme Harry, nu denken ze echt dat we niks weten.’ De crew slaat het geheel geamuseerd gade en ze vragen vervolgens (zachtjes) aan onze Deense vriend of hij even wil vertalen wat wij zeiden.
Waar gebeurd.

In de puree

mqdefaultDe gevoelstemperatuur was -40. Fahrenheit en dan viel het wel mee, zei iedereen. Iedereen kon het heen en weer krijgen, ik woonde er twee weken en ik had het al wel gezien eigenlijk, in de USAfschuwelijk koud. Daarnaast waren er dingen die gerepareerd moesten worden of aangesloten en dat was ook irritant. Na twee keer kortsluiting en een overstroming in het washok, inclusief paniekerig geroep van man J. ‘handdoeken, meer handdoeken!’ waren we tot de conclusie gekomen dat klusjesmannen bestaansrecht hebben.

Eerst kwam de meneer van de kabel. In het land van Coca-Cola verwacht je een jonge god in een Levi’s spijkerbroek. Dus ik opende de deur en zag pas iemand staan toen ik mijn hoofd 45 graden boog (naar beneden inderdaad). Een stokoud mannetje met een baardje en een gereedschapskistje. Hij wilde niks drinken, ook niet toen ik het voor de tweede keer vroeg en hij wilde geen zelfgebakken cake. Ik was niet beledigd want als je zo klein bent, eet je misschien niet zoveel (of alleen plopkoeken).

Daarna kwam Curtis (Snow) die overigens in het geheel niet kwam opdagen toen het sneeuwde. Man J. had Curtis een lijst gemaild met verschillende te repareren dingetjes. Man J. en ik hadden die lijst van te voren niet doorgenomen. Dat was wel handiger geweest.
Curtis: ‘Welke lampen zijn kapot?’
Ik: ‘Wat staat er op de lijst?’
Curtis: ‘Niks.’
En zo liepen we alsnog een rondje door het huis.

‘Op de lijst staat ook ‘thermostaat’,’ zei Curtis.
‘Uhm, ik denk omdat we geen gebruiksaanwijzing hebben gekregen?’ Opperde ik.
Zuchtend trok Curtis het kapje van de thermostaat en begon een verhandeling.
‘En dan druk je hier om de temperatuur te verhogen en op dit knopje om de temperatuur te verlagen. Snap je?’ Nou, ik begreep dat wel ja. Maar ik wilde hem ook niet het gevoel geven dat hij het voor niks stond te doen, dus ik zei af en toe ook nee. Waarschijnlijk dacht hij dat man J. die lijst had gemaakt omdat ik echt een domme koe ben, want we namen het hele ding tot in detail door.

Na de thermostaat liepen we naar de keuken met loshangende kastjes en ik drukte per ongeluk op een knopje waardoor er ineens een soort gebrul uit het aanrecht kwam. Verschrikt keek ik Curtis aan. Blijkt dat we een ingebouwde etensvermaler hebben. Je kunt er al je restjes ingooien, vermalen en wegspoelen. ‘Alles?’ Vroeg ik hem voor de vorm terwijl ik dacht aan hele kippen die je erin kunt proppen en dat ik zo’n vermaler alleen ken van camping-wc’s.
‘Nee,’ zei Curtis, ‘geen aardappelpuree.’
Al met al een super informatief dagje.

Hollansche pot

Delftsblauwe-wc_BS_018023We wonen reeds een week in Arkansas en ik zit tegenover een gespierde jongen die me gaat inschrijven bij de sportschool. We hebben net een rondleiding gehad en ik heb ‘oh en ah’ gezegd bij allerlei ingewikkelde apparaten. De jongen deed bij sommige apparaten voor hoe je ze kunt gebruiken. Ik vond het lastig om daarop te reageren. Je wil hem immers niet het gevoel geven dat je naar hém zit te kijken, je wil hem het gevoel geven dat je het apparáát door hebt. Dus af en toe zei ik knikkend: ‘Wat een top apparaat, ik ga het denk ik wel gebruiken,’ dat soort dingen. We stonden ook even stil bij het buitengedeelte dat bezaait was met oude vrachtwagenbanden. ‘Nou, hier mogen ze wel een keer opruimen, grapte ik.’ Maar het was heel serieus allemaal, want dit was het ‘Go fit’ terrein waar met die banden heen en weer gesleept wordt door stevige kerels. En misschien ook door fitte vrouwen, weet ik veel.

In het kantoortje vul ik papieren in en we kletsen over de sportschool. Ik verzwijg het Zuid-Afrikaanse kleine hippe aerobic negertje en mijn bovengemiddelde step-kwaliteiten, want je wil niet gelijk de indruk wekken dat je heel goed bent. Ik weet ook niet waarom ik dit opschrijf overigens want zo goed ben ik nu ook alweer niet. Dan vraagt de gespierde jongen waarin Amerika verschilt van Nederland.

Poeh, denk ik. Amerika verschilt in veel opzichten van Nederland. Alles is groot en ‘drive thru’ en iedereen is zo ontzettend vriendelijk dat ik nog steeds het gevoel heb dat we in een nieuw deel van de film ‘the Firm’ terecht zijn gekomen. Dat we er over een paar weken achter komen dat er overal in huis camera’s hangen en dat ik dan in paniek geheime dingen door de papier ‘shredder’ moet halen etc. Verder zou ik kunnen zeggen dat de Starbucks fantastisch is en de Walmart groot.

En wat zeg ik? ‘Jullie hebben echt heel veel water in de wc-pot.’ Godzalmeliefhebben dat ik dit hardop uitspreek. Maar, dan is het dus al te laat. De sportschooljongen kijkt eerst naar man J. (die was er ook bij inderdaad) die zo’n beetje half verontschuldigend knikt en dan naar mij. Ik mompel nog iets van Starbucks en leuke bekers, maar het leed is geschied. Du moment dat ik voortaan in mijn hippe outfit de sportschool binnenwandel en mijn kaart soepeltjes swipe licht ik rood op: ‘Het wc-vrouwtje is binnen, het wc-vrouwtje is binnen’.  Alhoewel de sportschooljongen natuurlijk ook gewoon kan denken dat alle Nederlandse vrouwen zo denken, zou dat even grappig zijn.

Cowgirlzzz: Let us launch

On Wednesday the 31st of July 2013, we officially launched our products at the Kids Emporium in Gateway. We organised the event together with Lyndall, the owner of Kids Emporium. We brought our original Dutch ‘bakfiets’ for some nice pictures, prepared a quizzz about sleeping habits of a newborn and made (ok those were made for us) cakes with our logo.

Nerves? Mmmmyes of course!

Compilatie-5a

We were supposed to start at 10.00 AM. So there we were: husbands, Annes parents and as the press arrived before the celebrities we started questioning whether those celebs really did confirm:
‘They said yes right?’
‘What if they don’t show?’
‘What if there’s only press and no one to write about, hihihi’ (nervous giggles).
So at 10.25 Eva’s husband Joost kicked off and apparently that was a sign; they all showed!

Who are those famous South African girlzzz?

So, who are those famous people in the pictures taken by our star photographer and good friend Femke Heuschele? We all know them quite well by now, but Dutch people might not. So here we go (click the links): Leleti Khumalo, Ku Mwatarira and Julia James. Then there were two ladies who already mentioned they wouldn’t make it, but you can of course look them up anyway: Lucie Hirsch and Linca Steijn and and you might not know Lyndall and her staff (going round round with cakes).

Proud

If someone would have told us last year that we might be selling in shops in less than a year, we would have laughed out loud. At this moment we are simply extremely proud of our launch and now let us sell ;)

Read more on cowgirlzzz.com

Koning Piemel

Het is stil in huis. De meisjes slapen en Boris speelt met een vriendje in zijn kamer. Het is erg stil in huis. Misschien zal ik even poolshoogte nemen? Ik open de deur en zie een giechelende berg dekbed. Eronder verschuilen zich twee jongens met oververhitte hoofden. Het kan komen door de combinatie dekbed en 25 graden, maar dan valt mijn oog op de tablet met nogal blote mensen.

In een reflex pak ik het ding af. Het wordt gevolgd door een: ‘Sorry, mam, maar écht sorry!’ Het vriendje schudt paniekerig zijn hoofd en piept: ‘Ik vond er HELEMAAL niks aan hoor.’ Ze kijken me afwachtend aan. Ik sommeer ze te gaan knutselen (knutselen, hoe verzin je het?!) en verdwijn zelf met de tablet naar de slaapkamer. Pagina’s met bakbeesten van piemels en enorme borsten klik ik weg. Is mijn kleine koning Boris – ik zie hem nog in zijn wiegje liggen – ineens veranderd in een pornokoninkje? Wat weten jongens van acht en WAAR is man J. als je hem nodig hebt?!

Laatst gaf diezelfde man J. hem niet de vereiste flessengroene handdoek mee voor schoolzwemmen, maar een praktisch, zwart Axe handdoekje. Een handdoek opgeleukt met naakte vrouwen in diverse poses. Ik wist van niks, tot een moeder me sms’te dat Boris die handdoek trots in de wc aan zijn vrienden had laten zien. Boris’ reactie (grinnikend): ‘Oh ja mam, die mag ik niet meer meenemen van de juf.’ Bloot is interessant en het is – voor alle drie de kinderen – piemel- en ‘borstel’-humor galore.

Ik haal Boris uit de woonkamer en vraag hem hoe hij op die pagina’s terecht is gekomen.
‘Gewoon, via YouTube,’ antwoordt hij.
‘Dat is natuurlijk spannend,’ knik ik soort van begrijpend.
‘Spannend?’, onderbreekt Boris me en kijkt me aan of ik gek ben geworden.
‘Spannend zijn vechtfilms en films met zombies en zo,’ legt hij uit als ik hem vraag wat dan wél spannend is.
Dan vraagt hij: ‘Denken die mensen dat ze populair zijn?’
In gedachten schakel ik porno opgelucht uit, hij is nog niet zo ver!

We praten over populair en beroemd zijn. Dat populaire mensen zoals de zangers die hij op YouTube bekijkt, ergens goed in zijn en veel oefenen. Je kleren uittrekken kan iedereen, dat kan mama ook nog wel. Boris trekt een vies gezicht en zegt: ‘OKÉ mam, oké’. Ooit wordt deze koning nieuwsgierig op een andere manier en dan is man J. – wiens eerste reactie nu was: ‘Even vragen waar hij die sites gevonden heeft, ha ha’ – echt aan zet. Voor nu voorzien we alles van een slotje.

Dit stukje verscheen eerder op oudersonderling.nl

We prolongeren onze titel

Ik hoor het man J. nog zo zeggen: ‘Maak je geen zorgen (schatje), Unilever zit alleen in normale delen van de wereld.’ Ik geloof man J. want onze relatie is gebaseerd op vertrouwen. Over die mogelijke baan in Amerika twijfel ik dan ook geen moment. Ik zie ons New Jersey en omgeving onveilig maken en als we met zijn vijven in een eierdopje moeten wonen, kan me dat weinig schelen. Hoe hip, hoe lucky!

Dan wijst man J. op de kaart aan waar Unilever nog meer kantoor houdt in Amerika. Althans, we kijken op Google Maps en zoomen een keer of 80 in tot er niets dan land met daarin een heel klein kabouterstadje opdoemt. ‘En daar zit nou Walmart,’ zegt man J. enthousiast. ‘En Walmart is echt heel groot!’ In supermarktland. Dat het me worst zal zijn komt nog het dichtst in de buurt van mijn interesse voor de fast moving consumer goods branche.

Arkansas. Hilarisch vind ik het in eerste instantie. Daar gaan we toch zeker niet echt wonen? Niemand wilde er ooit levend gevonden worden, niemand ging er ooit op vakantie en niemand etcetera. Maar mooie baan, nieuw team en zo wordt het van kwaad tot serieus. Hoe vertel je de kinderen zoiets als je zelf nog in de acceptatiefase zit en alleen nog maar gniffelende gesprekken met vriendinnen voert over 1. Dikke Amerikanen 2. Couponning 3. Onaantrekkelijke mannen met vierkante kaaklijnen en 4. Dat ik mijn troefkaart ‘Nee, ik ga echt ongelukkig worden tussen die imbeciele Amerikanen’ nu echt in ga zetten?

Zouden we er werkelijk ongelukkig worden? Laatst vroeg Boris (7) waarom ik er zo’n leuke dag van had gemaakt. Ze waren naar school geweest, er kwam een vriendin langs met kinderen in dezelfde leeftijd, we maakten een wandeling en we aten pannenkoeken. Niet heel bijzonder, vond ik. Maar dat hij dat vol overtuiging zei, maakte mij wel extreem gelukkig.

Geluk heeft – in principe – niks met je woonplaats te maken. Het is een gevoel, iets dat je kunt zijn en afdwingen zelfs. We hebben gestruggeld om Zuid-Afrika ons thuis te maken, maar we zijn hier nu heel gelukkig. ‘We hoeven het alleen nog maar te blijven!’ Zegt man J. (opgelucht dat ik ook iets positiefs te melden heb). Natuurlijk is je titel verdedigen het lastigste dat er is, maar geluk zonder inspanning, dat bestaat ook niet. Dus, doe mij een hamburger, een nieuw accent en ik ga vast korting bonnetjes sparen; America, here we come.

Dit stukje verscheen eerder op oudersonderling.nl

 

Afscheid

Al bijna drie jaar wonen we in Zuid-Afrika en waarschijnlijk gaan we binnenkort verhuizen. Het contract van man J. eindigt en nieuwe uitdagingen liggen in een nog niet nader gedefinieerd ‘elders’. Wat we wel weten is dat het hier door ons gehuurde huis verkocht is per januari 2014. Het is nu eind oktober (oh lichte paniek scheer je weg!) We weten ook dat we waarschijnlijk niet terug gaan naar Nederland. Hoe bereiden we de kinderen voor op iets dat nog zo onzeker is?
 
Tijdens het eten vraag ik waar ze het liefste zouden wonen. ‘In Nederland natuurlijk!’ Zegt Boris (bijna 8). Hij was vijf toen we uit Nederland vertrokken en had daar al een hecht vriendengroepje. In Kaapstad! Roept Lucie (bijna 5). We vierden er vakantie en in Kaapstad ligt Ratanga Junction, een pretpark dat nogal wat indruk heeft gemaakt. Bobbie van drie begrijpt er niks van en noemt voor de vorm ook Kaapstad.
 
Ik probeer het anders: ‘Stel dat we niet naar Nederland of Kaapstad gaan, waar wil je dan wonen?’ Boris antwoordt: ‘Amerika, want daar komen alle spullen vandaan!’ Ik zeg hem dat ik dat niet zeker weet. Boris weet zeker van wel. En zo lopen we door het huis, kijkend op de onderkant van bakjes, in kledinglabels en pakken rijst op zoek naar bewijs waar ‘de dingen gemaakt worden’. China scoort goed (tot zover ook mijn mislukte pogingen bewust te kopen). ‘Oké, China mam, maar het allerliefste woon ik toch in Nederland.’ Zegt Boris.
 
Ik vraag me af voor wie ik dit doe. Zoek ik onbewust naar het zogenaamde goede antwoord? Naar een geruststellend: Het maakt niet uit mam? Ooit maakten we de keuze om een tijdje expat te worden. Dat betekent dat we de kinderen meenemen in onze slipstream en dat niet alles leuk of goed te praten is. We staan op het punt ze wederom uit hun vertrouwde omgeving van school, vriendjes en sportclubjes te halen. We laten een huis en een land waar ze op blote voetjes rondrennen achter. Het land waar Bobbie peuter werd, Lucie kleuter en Boris een echte grote vent.
 
Ik realiseer me ineens dat we met de verhuizing ook afscheid van een periode van kleine kinderen en kleine voetjes nemen. Dat is niet anders als je niet zou verhuizen denk ik, maar door het zo te markeren wordt pijnlijk zichtbaar dat de tijd doordendert. Misschien kunnen wij er slechts voor zorgen dat we het verhuizingsproces en afscheid zo goed mogelijk begeleiden als het zover is. En verder? Verder gaan we van de volgende periode weer net zo’n waanzinnig mooie herinnering maken!
 
Dit stukje verscheen eerder op oudersonderling.com