Monthly Archives: September 2014

Ik trok het me aan

dd20_img_11‘Hey Eva, hoe is het?’ vroeg de massage therapeut terwijl ik me een weg naar binnen hinkelde.
Voor ik kon reageren, vervolgde hij: ‘Heb je je pyjama nog aan?’
Ik was hier voor mijn linkerbeen, niet voor kledingadvies of om nog verder in de put te verdwijnen. Ik keek verstoord naar beneden wat ik ook alweer aan had en zag een best okeje blauwe broek.
Ik giechelde. Ik kon er niks aan doen, het ontsnapte me. Ik zei ook nog dat het een hele fijne broek is en hip! bovendien.
Vrijwel direct moest ik de broek uitdoen.
‘Oh je bedoelt de pyjama,’ zei ik
‘De pyjama ja,’ zei hij – terwijl hij verheugd op en neer sprong (waargebeurd) vanwege het succes van zijn eigen grap.

Waarom zeggen mensen dit soort dingen hardop? Toen ik laatst een charity event bezocht, bleken er voor het diner enkel broodjes worst geserveerd te worden. We zaten aan tafel met collega’s van man J. Een collega merkte bezorgd op dat het voor man J. nooit genoeg zou zijn. Daarna keek ze naar mij en zei dat het voor mij niet uitmaakte want ‘jij eet toch als een vogeltje’. Ik was te verbouwereerd om iets uit te brengen, keek terug en schoof glimlachend drie (3!) broodjes worst naar binnen. Ik was nog nooit zo misselijk na een goede doelen bijeenkomst.

Mensen mogen best iets zeggen, maar zeg dan iets over jezelf. Of iets neutraals. Zoals de jongen achter de kassa bij de supermarkt. Ik vroeg hem hoe het met hem ging. En het ging dus echt heel erg goed! Die ochtend had een klant een enorme watermeloen gekocht. De kassajongen wees met zijn armen aan hoe groot hij was en zijn handen raakten elkaar bijna achter zijn rug. Op het moment dat hij die watermeloen van de band pakte, glipte het ding uit zijn handen.
‘Oh nee, en toen!’ zei ik verschrikt.
‘Ik ving hem toch nog op!’ zei de jongen van de kassa.
‘Wat een topprestatie!’ zei ik.
‘Ja, nou!’ zei de jongen van de kassa.

Daarna liep ik weg. Ik zei niet dat ik ook wel eens een watermeloen had opgevangen. Ik zei niet dat ik ook een watermeloen nodig had. En ik zei ook niet dat ik een heel lekker recept wist met watermeloen erin. Het ging niet over mij en dus het kon me verder weinig schelen. Ik ga dat vaker simuleren.

Lekker naar de kapper

my_first_mullet_150_03

De kapster is klein, hoogzwanger en ze is te laat. Het heeft in het geheel niks met elkaar te maken, je mag het vergeten. Ik vraag me af of ik haar zal feliciteren. Of misschien zal ik vragen hoe ver ze is? Dat laatste is neutraler, stel dat ze helemaal niet zwanger wilde worden? Het liefst zeg ik sowieso niks. Dat is het fijne aan de tandarts, daar kun je niks zeggen. Maar ja, haar groeit nou eenmaal niet uit je mond.

‘Zo, ik ga je vandaag lekker verzorgen, het is mijn eerste dag weer!’ zegt de kapster enthousiast.
‘Oh jeetje, wat heb je gedaan dan?’ vraag ik.
‘Ik ben tien dagen geleden bevallen.’ zegt ze.
Tien dagen! Ik voel me direct het meest luie varken op aarde. Toen ik tien dagen bevallen was, lag ik nog na te hijgen in bed. Met een opgezwollen lichaam, rondgierende hormonen en een piepklein baby’tje.

Veel tijd om deze informatie te werken heb ik niet, want ik moet op een stoel gaan zitten. De kapster zet de stoel laag en nog iets lager, tot hij echt niet lager kan. Ze zucht en gaat op haar tenen staan om de situatie op mijn hoofd te inspecteren. Ik zak een beetje onderuit en voel me naast lui ook de langste mens op aarde.
‘Het is wel even geleden hè?’ zegt ze. ‘Oh oh oh, de kleuren zijn ook helemaal gemixt, wist je dat?’ vervolgt ze.
‘Nou, het is een tijdje geleden, maar ook weer niet zo lang ofzo.’ piep ik.
‘Vandaag gaan we je heel mooi maken, let op mijn woorden,’ schreeuwt ze opgewekt.
Ik glimlach naar haar zeg ‘goh fantastisch!’ en knik ongemakkelijk naar de andere aanwezigen in de salon die live meegenieten.

Eerst verpakt ze mijn haar in folies om me vervolgens razendsnel onder een highlight-versneller te rollen.
‘Het klinkt als een koffiemachine, maar maak je geen zorgen, je haar wordt echt blond, haha.’ zegt ze.
Ik vraag me af of mensen werkelijk denken dat ze bruin haar krijgen van het geluid van doorlopende koffie. Ik kom tot de conclusie van niet en tegelijkertijd kan ik alleen al bij de kapper drie mogelijke randdebielen aanwijzen.
Daarna knipt ze mijn haar. Hele verkeerde lagen worden onder een ‘oh oh oh’ rücktsichtslos verwijderd en ik zie dat allemaal niet want ze heeft de stoel een kwartslag gedraaid ter verhoging van het verrassingseffect.

Dan draait ze me naar de spiegel.
Ik zie eruit alsof ik zo dadelijk zure bommen ga verkopen op Scheveningen.
Lui, lang en lekker ordinair, wat wil een mens nog meer.