Monthly Archives: December 2014

Lekker Hollands

Na drie nachtjes NYC houden we een gele cab aan en springen als ervaren New Yorkers in NYC auto fingerprintde auto. Taxichauffeur – annex Morgan Freeman look-a-like – Joe brengt man J. en mij naar het vliegveld. Hij vertelt dingen. Ik luister aandachtig, al was het maar om me op iets anders te focussen dan ‘Oeh, ik word best wel misselijk van heel hard op verkeerslichten afrijden om er vervolgens vlak voor te stoppen’.

Onderwerp één is de New York Marathon. Nou, die kunnen ze beter afschaffen. Wat een onzin dat rennen nergens heen. Bovendien ligt de stad plat, je kunt je kont niet keren en weet je wat de winnaar krijgt? Twee miljoen dollar. Twee miljoen!
Morgan draait zich om en kijkt me aan.
‘Dat zou jij ook wel willen winnen hè, twee miljoen dollar!’
‘Dan gooit hij zijn hoofd omhoog en roept: ‘Yeah sir, I know your wife wants to have that kind of money, she’s going to run!’

Daarna vertelt hij over een Russische zakenman die zoveel geld heeft dat hij midden in New York een miljoenen appartement voor zijn dochter kocht. Hij kijkt weer naar mij.
Dat zou jij je kinderen ook wel willen geven hè, zo’n duur appartement?
Vervolgens gooit hij zijn hoofd weer omhoog en zegt: ‘Yeah sir, your wife wants that appartment and you can’t blame her!’

Dan verhaalt hij over de hoge ambtenaar die fietspaden heeft aangelegd en daar rijbanen voor opofferde. Vrachtwagens staan nu midden op straat te laden en lossen. Dat is toch verschrikkelijk? En de beste man verhuurt zijn appartement ook nog eens voor heel veel geld. Weet je hoeveel hij verdient? Morgan noemt een astronomisch bedrag en draait zijn hoofd naar mij.
‘Dat zou jij ook wel willen hè, zoveel geld verdienen. Yes sir, your wife wants the money!’

In de verte zien we het hoogste gebouw van New York in aanbouw. Hij zegt tegen mij: ‘Daar zou jij ook wel willen wonen hè? Zo hoog!’ Voordat hij bevestiging bij man J. zoekt, zeg ik dat eerlijk gezegd al misselijk word van het idee. Het kan ook komen door de drie appels die ik at om niet misselijk te worden. Geen idee verder, niet dat het hielp. De taxichauffeur denkt na en zegt dan: ‘Ja, misschien willen jullie dit allemaal wel niet. Jullie zijn gewone mensen nietwaar? Jullie willen gewone dingen, dat zag ik eigenlijk gelijk al.’

De rit duurt een uur. We stapten in als überhippe-ervaren-NYC-locals en stappen uit als ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg Nederlanders’. Ik weet nog niet wat ik daarvan vind eigenlijk.

 

Bij de konijnen af

vosjeIk kreeg het vestje met de vosjes niet uit mijn hoofd. Het was een crèmekleurig vestje met bruine vosjes. Ze renden elegant rond. Het vestje hing in een winkel. Het was nog van niemand, ik had het kunnen zo kopen, maar het was duur. Los daarvan werd ik geschaduwd door twee kleine meisjes die door de winkel renden, onder rekken doorkropen en rondhupten als wilde konijnen. Zo’n vos kwam goed van pas.

De volgende dag werd ik vestloos wakker. Ik deed dingen. Ik tekende bijvoorbeeld iets en dat belandde in de prullenbak. Ik schreef iets en dat deletete (ja, je schrijft dat zo) ik weer. Tot zover week het in niks af van een normale dag. Met dat verschil dat het allemaal niet gaf, want er was altijd nog dat vestje. Het paste leuk bij dat ene rokje. En ook bij die ene broek. En misschien moest ik het maar gewoon doen?

Ik ging sporten, ik zou het vest van me afsporten. Kickboxen en ik liggen elkaar Als een razende sloeg ik in op een zak en het vestje van me af. Plotseling stond de juf achter me en tikte op mijn schouder.
‘Wahaaa!!’ riep ik geschrokken.
De juf moest eerst lachen en zei toen: ‘Okay Eva, nu even serieus, het ziet eruit alsof je met een konijn aan het vechten bent.’ Ze sloeg met haar handen zo’n beetje slap in de lucht om haar worden kracht bij te zetten. Het zag er inderdaad niet uit.
Maar, het gaf niet! Het was een teken. Al die konijnen, ik had dringend een vosje nodig.

Ik reed naar huis en op voor mij onverklaarbare wijze reed ik mijn huis(je) voorbij en koerste af op de winkel. Het was efficiënter om het vestje te kopen dan er de hele dag over na te denken. Mijn onbewuste heeft het soms voor het zeggen. Ik hoopte op een andere verkoopster. Geen idee, dat is nu eenmaal hoe ik denk. Ik liep de winkel binnen – bekeek voor de vorm wat hebbendingetjes – en liep naar het rek met het vestje.

Ik rommelde tussen de kleding en ik vond het vestje! Het was zwart, gestreept en de elegante vosjes waren veranderd in vossenhoofdjes. Dit was echt een heel stom vestje. En zo liep het verhaal dus niet goed af. Je verwacht het niet. Zeker niet in een land als Amerika.