Category Archives: Nice Eve

Sprekend Afval

Voor de zomer maakten Rachel en ik een boek over het scheiden van afval voor haar opleiding aan de fotovakschool. We interviewden en fotografeerden wegbrengers van afval bij ondergrondse containers en een aantal medewerkers van lokale afvalverwijderaar Avalex. Zij waren enthousiast over onze werkwijze en vroegen ons of we iets soortgelijks wilden doen voor de zes gemeenten waar zij afval ophalen.

Waaaaat? Natuurlijk, graag zelfs!

Want ik ben dol op scheiden

Okay, ik zal heel eerlijk zijn. Pas tijdens het maken van ‘Wie Scheidt, die Blijft’ ben ik ook afval gaan scheiden. Nee, dat deed ik daarvoor niet, ik vond het een gedoe. Papier en glas wel hoor, maar de rest? Al die bakjes en vliegjes en het schoonmaken van de groencontainer, jasses. Maar, er is hoop – voor iedereen – want als ik het kan, etc. Het zou ook wel een beetje gek zijn overigens als ik nu nog niet zou scheiden. ‘Wie Scheidt die Blijft’ is immers een inspiratieboek. Goed, reden genoeg voor een deel twee.

Eerlijk duurt het langst

Want scheiden zit nu in ons beider systeem (Rachel is ook gaan scheiden) en we proberen het zo goed mogelijk te doen. Daarom is het extra leuk om te luisteren naar al die mensen die bij de ondergrondse containers hun afval wegbrengen. Het is namelijk zo herkenbaar. Mensen vertellen open en eerlijk hun verhaal, of ze het nou wel of niet goed doen. Hoe dat komt? Omdat afval emotie is, we vinden er allemaal iets van. En misschien ook omdat afval wel persoonlijk, maar niet te persoonlijk is? Omdat het eerder voelt als een maatschappelijk probleem dan als een persoonlijk probleem? Zo lang het een maatschappelijk probleem is, kun je het ook nog soort van wegwuiven want je voelt je niet eindverantwoordelijk (ik spreek uit ervaring).

De emotie spat van het blad

Ongelooflijk fijn vind ik het dat mensen zo open zijn, want het resulteert in persoonlijke gesprekken die weer leiden tot persoonlijke verhalen. Je krijgt een kijkje in het leven van een ander. Dat Rachel ook precies de juiste momenten pakt om een foto te maken, maakt het beeld compleet. Je ziet gelijk hoe Dave in elkaar zit, je kunt je voorstellen hoe Bea scheidt en je ziet de trots van Fabienne die dacht dat scheiden haar nooit zou lukken. De emoties spatten van het (gerecyclede) papier.

Sprekend Afval

Mega, ontzettend trots zijn we op dit boek ‘Sprekend Afval’. En wederom ongelooflijk dankbaar voor de samenwerking met het communicatieteam van Avalex, de redactieslag van Machteld Henzel, het design van ontwerpbureau Snow Donuts en drukkerij vanDeventer voor een tastbaar boek!

En nu?

Ha, wie weet wat er volgt! Rachel en ik hebben elkaar in ieder geval gevonden als ‘partners in crime’ en we hebben de smaak te pakken!

Nb.
1. Foto’s gemaakt tijdens de open dag van Avalex op 23 september, zo leuk!
2. Wil je een exemplaar van ‘Sprekend Afval’ ontvangen om de verhalen te lezen en foto’s te zien? Stuur Rachel of mij een mail!

Wie Scheidt, die Blijft

‘Wie Scheidt die Blijft’ is een boek over het belang van het scheiden van afval. Gisteren is het, tijdens een bijeenkomst van Avalex (afvalverwijderaar van onder andere de gemeente Leidschendam-Voorburg), uitgedeeld aan geïnteresseerde raadsleden.

ZO gaaf!

Van idee naar boek

Helemaal omdat het project begon als een studie-opdracht van Rachel: ‘Maak een boek en ervaar hoe het is om samen te werken met een tekstschrijver en vormgever’.
Toevallig was ik destijds tegenover een ondergrondse papier- en glascontainer komen wonen. Gefascineerd aanschouwde ik – niet per se fervent afvalscheider – een komen en gaan van jonge en oude mensen en alles daartussenin met gevulde tasjes en bolderkarren. Waarom doen ze dat, hoe bewaren ze dat thuis en wat scheiden ze nog meer, vroeg ik me af. Rachel en ik brainstormden en dachten na over beeld en tekst en hoe het geheel eruit moest zien.

Wegbrengers en ophalers van afval

Op een goede (ijskoude) dag in februari, interviewden en fotografeerden we de eerste mensen, bij de bakken tegenover mijn huis. We hoorden verschillende verhalen en motivaties, bijvoorbeeld over het houden van kippen, heel veel bakjes in de keuken en de dame van 83 die haar afval van één hoog zo in de groenbak beneden gooit. Echt iedereen heeft zo zijn eigen manier, ideëen en beperkingen. Omdat het niet helemaal compleet voelde – wat wordt weggebracht moet immers ook worden opgehaald – besloten we ook de schoonmakers van de prullenbakken en de ophalers van afval te interviewen.

De mannen van Avalex

En zo zaten we met vier mannen van Avalex en teamleider Dick rond de tafel. Ze waren net klaar met hun dienst en zo lief om in hun eigen tijd met ons te praten. We spraken over verschillende soorten afval, de wagens waar ze op zitten, zoals ‘de Knijper’, hoe slordig de mensen hun spullen aanleveren, hoeveel ze van je te weten komen en wat ze allemaal vinden (hallo, Tarzan!). Daarnaast gaven ze tips over het aanleveren van afval. Wat een betrokken jongens en zo vol passie over hetgeen ze doen. Heel eerlijk, zo had ik nog nooit naar de vuilnisman gekeken.

Dat je zelf gaat scheiden

Van het geheel maakten we een boekje en  raakten in ieder geval zelf geïnspireerd door de mensen die we interviewden. Klinkt dat raar? Nou ja, het is wel waar. Zo scheiden we allebei inmiddels trouw ons afval en heb ik onderzoek naar het houden van kippen gedaan. En afval scheiden en juist aanleveren, doe ik niet alleen voor het behoud van de planeet en de toekomst van mijn kinderen en hun kinderen, maar ook omdat ik het goed wil doen voor de vuilophalers. Want als ik – om een voorbeeld te geven – niet wil dat zij stofhappen achterop de wagen, moet ik het stof uit mijn stofzuiger natmaken.

Komt er een vervolg?

Sowieso is het boekje ongelooflijk enthousiast ontvangen door Avalex (en door de raadsleden gisteren) en daar zijn we trots op. Tegelijkertijd gaat dit boekje maar over één gemeente en er zijn er veel meer, dus, wie weet! Zouden we leuk vinden, want de samenwerking fotograaf – tekstschrijver en met alle anderen was een feest. Speaking of…..

Een woord van dank! Want de geïnterviewden komen vooral zo goed tot hun recht omdat Machteld Henzel de teksten heeft geredigeerd. Het boek is zo mooi vormgegeven door Merlijn Viersma (oh alle duizend correcties die we nog hadden!) en de drukkerij in Rotterdam zijn we eeuwig dankbaar; dank Efficiënta voor de waanzinnige uitleg en samenwerking en proefdrukken. En dan als laatste veel dank aan het communicatie-team van Avalex voor de super-enthousiaste reactie op ons project en het denken in mogelijkheden.

 

 

Moving is a memory game

This is going to be an easy move. We don’t have to cross an ocean or time zone. We do have to say goodbye, but we can catch up with our favorite neighbors whenever we want. The children won’t change schools and we will continuously sleep in our own beds instead of in Airbnb rentals for weeks.

The End.

Ha. Ha.

1. I’m panicking all the boxes myself. No, that is not misspelled.
2. The children and especially the girls tell me everyday that they don’t want to move because they LOVE the kids in the neighborhood.
3. The house is not finished yet and we will have to camp while people are still working on things.
4. The children relive previous moves.
5. I’m reliving previous moves too and I’m so aware of the fact that this move marks the end of our ‘living abroad life’.

Okay, where I said ‘easy’ with regard to this move, I meant ‘less hard’. Because moving in general is not easy. You leave a place that holds so many memories. When I’m stacking boxes in the smallest room of the house, I’m thrown back to changing Lucie’s diapers when she was just born. Eight diapers in four hours and that was perfectly healthy (said the doctor whom we phoned in despair because this couldn’t be normal?!) I remember Boris’ first steps and gosh, coming home with Bobbie from the hospital, dying to introduce number three to world.

Having lived abroad means I’m packing things from various parts of the world. I’m thrown back to beaches, houses, parties, friends. The children help me pack and together we go through pictures of our farewell parties in South Africa and the USA: ‘Oh mum, I remember that day, the donut biting game was so much fun!’ The memories are sweet and I wanted to write that the process is heavy, but I refuse to do so. It’s actually really nice to relive memories and it’s really good to experience that every filled box brings us closer to our new home.

Goodbyes were more definite when we moved overseas; we left a place and country we will most likely never live in again. Moving only one mile is easier, but it still feels like marking the end of a part of our life. It makes me sad and happy at the same time but happiness overrules. I wouldn’t change a thing and will again and again choose to move, to go UP! and add stories to our adventure book.

tekening-laan-van-middenburg-ballonnen

Een beroep op de verhuizer

blog-verhuizen-tekening‘Dat wordt dan plusminus 1500 euro. Komt dat een beetje overeen met wat u in gedachten had?’ vraagt de verhuizer.

We zijn zojuist door mijn huis gelopen, de heel erg ervaren verhuizer – die het nooit koud heeft en ook heel goed tegen de warmte kan – en ik. Komt door het jarenlange verhuizen, dan ben je toch vaak buiten. Ik vind het een groot voordeel van het beroep, ik heb het echt heel vaak net iets te koud of te warm. Toch zou ik geen verhuizer willen worden. Ik overzie het inpakken van mijn eigen huis al nauwelijks en ik denk dat mensen tegen wie ik zou zeggen: ‘Jezus wat veel spulletjes, geen idee hoe ik dit nou weer aan ga pakken, laat staan inpakken’ (wat wel mijn standaard grap zou worden) mij toch minder snel zouden kiezen.

Laatst nam ik met de kapster verschillende beroepen door. Iets waarbij je heel hard nodig en dus nuttig bent, leek ons wel wat. Loodgieter bijvoorbeeld, maar dan moet je dus ook verstopte wc’s repareren. Verwarmingsmonteuren moeten met kerst op pad, artsen zitten altijd met bloederige situaties en ook van een ingegroeide teennagel bij de huisarts moesten we bijna spugen. Voor huurmoordernaar waren we te schijterig. Kwam bij mij vooral door een afgehakte hand in een pot die ik laatst in een televisieserie voorbij zag komen. Aan de andere kant, met een pistool is de klus zo geklaard, de werktijden zijn flexibel en de verdiensten royaal. En zo eindigde het beroep toch verdacht hoog op het lijstje.

De verhuizer kijkt me vragend aan. Lastige, lastig, financiële dingen worden in mijn hoofd vrij snel onoverzichtelijk. Zo vind ik 1500 euro behoorlijk veel voor iets dat heus noodzakelijk is, maar maar niet superleuk ofzo. Maar om zo’n gesprek met de verhuizer, die ik tenslotte pas net ontmoet heb, aan te zwengelen? Ik moet het vergelijken met iets in dezelfde categorie, maar met wat?

In mijn hoofd gaan deurtjes open in een zoektocht naar vergelijkingsmateriaal. Er staan Leontines achter. Bijvoorbeeld één met een gebraden kip. Als je me vraagt of ik een gebraden kip van 15 euro een beetje een okay bedrag vind, dan koop ik haar niet. Waar gebeurd. Maar ja, het is niet te vergelijken met een verhuizing. Een paar laarzen van 300 euro vind ik ook veel, maar als ze heel mooi zijn, zou ik het denk ik wel doen.

De verhuizer die het nooit te warm of te koud heeft, kijkt me nu ongeduldig aan. ‘Ik overleg het even met mijn man,’ zeg ik dan maar.
De verhuizer knikt opgelucht.

Writing a book? Ha ha! (Step 5: It’s finished!)

On a regular school-­holiday­-Tuesday in August, LinkedIn congratulated me with a work anniversary. At about the same time, the doorbell rang. It was the postman with a package, containing five copies of a book.
The author?
Me.

So I wrote a book and it’s finished and published and if you wish, you can buy it on Amazon.painting-lilian-cover-bo034 Now what?

Well, if you’d ask me, I would answer that it’s no big deal. It’s not even 100 pages and I’m not a writer with a story in her head that has to be told. You could do it too. It’s just a coincidence that someone I already knew, read my blogs and asked me to share her daughter’s story (which accidentally became a bigger project). However, the other day I replied with the sentences above to a question from a friend about the book thing. She looked at me and said: ‘Don’t ever say that again. Don’t downplay what you’ve accomplished. Just share what you’ve learned from it.’

Right
Insightful
True

So what did I learn from writing about a young, very talented Chinese girl? A girl named Lilian Chu, who likes to go by the name Liane, was born in Hong Kong, moved to Shanghai and then moved again to New York when she was 15 years old. She was 17 when we got in touch and had just gone through a rough period in her life. I’ve had countless conversations with her and her mom (Maggie) and I’ve written a few blogs about the process, that you can find here for example, should you be interested ) :)

My three biggest insights

1. Build your story step by step

The idea of writing a whole book was frightening in the beginning. Where do you start?! After a lot of procrastination, I just started with interview one, then another and from there I slowly grasped what I was doing and how to do that best. It’s like a puzzle; every piece makes more sense. What I noticed is that I especially like creating rhythm in the book and that I like to write as if you had written it yourself. If people mention that my article, blog, or book reads easy, my mission is accomplished.

2. Love and trust are key

I highly value trust in every relationship and I also need to fall in love with ‘my subject’. Not for real of course, but I do need a strong connection and the feeling that you can and want to share basically everything with each other. I’ve written about this ‘falling impersonal love’ before and it still holds. I didn’t only interview Lilian and her mom, I looked forward to every conversation. I wanted to get know them and their personalities. After a while I could sense when they didn’t want to talk or needed more time. I knew when to push and when to back off. We laughed and shared stories, had fun and learned. Oh my gosh, I learned so much from them, about their relationship and their culture. Love and trust unlock your inner feelings.

3. Teamwork makes me happy

I need to be responsible for a task myself (otherwise nothing will happen), but working together is what makes me happy. Of course Maggie, Lilian and I formed a team, but I quickly realized I needed a coach, an editor and a language corrector. Luckily I knew people through my network with all the required expertise. They of course helped me with their knowledge, but there was more. I had to prepare my conversations with them and I was therefore forced to set deadlines. I had to reflect and I also liked to just chit chat with them now and then as writing a book can be a very lonely process. Working in a team fuels my fire.

So, let’s try it again

‘Hey, Eva, I heard you wrote a book, tell me about it?’

Honestly? I will probably giggle and say something like: ‘Well, you know, it’s more a story then a real book.’ I know I will do that because I’ve tried to be serious and well, I failed. I guess I’m more a ‘process person’ than a ‘final product person’. However, if you would ask me to write your autobiography, I would totally love to do that without hesitation. Writing Lilian’s story also taught me that the elements I mentioned will have to be part of any future assignment; I really like to write, working together in a team keeps me on my toes and eventually, all you need is love.
painting-lilian-cover-bo036-copy-copy

Het leven

image1-9Boris en ik gingen op sneakerjacht.
Ik had precies een week ervoor besloten dat ik geen kleding voor mezelf meer zou kopen. Ja, het verbaasde mij ook. Een week lang meed ik trots winkels en vroeg me tevens af waarom ik dit niet eerder had besloten! Maar ja, op enig moment had één van de kinderen dringend iets nodig voor een uitvoering en moesten we wel winkels in. En zo smolt mijn goede voornemen als sneeuw voor de zon.
Sneakers konden er dus ook nog wel bij.

We fietsten naar de stad en liepen de allerdrukste winkelstraat in op zoek naar iets van een merk dat ik in het geheel niet kende. De verkopers kenden het merk wel, maar nee, ze hadden de felbegeerde schoenen niet in zijn maat, zo riepen ze boven de beats uit. Vervolgens reden we naar mijn favoriete sneakershop waar de schoenen die ik probeerde een beetje te klein waren, ook zonder sokken en ook als ik mijn tenen krampachtig iets omhoog hield. Het was een nawee van mijn niet-kopen-week misschien of wraak van een bovennatuurlijke gemene heks.

De verkoopster verwees ons voor Boris’ merk naar een skateshop om de hoek.
‘Jazeker hebben we die en kijk maar even lekker rond en als je wil weten of we je maat hebben moet je me gewoon roepen en ik heet … en als ik niet in de buurt ben, moet je gewoon harder roepen!’ schreeuwde de verkoper. Boris vond het fantastisch en ik knikte zo’n beetje en vond het typerend voor de jeugd van tegenwoordig.

We zagen een paar dat Boris mooi vond, hij riep onze man (hard! want hij was niet in de buurt!) en de schoenen zaten als gegoten. ‘Nou, loop er even een stukje mee!’ exclameerde de verkoper. En terwijl Boris een rondje liep, stond ik daar met onze man en ik kan niet supergoed tegen stiltes. Dus ik zei iets van: ‘Zo, die kan hij dan ook wel aan onder een korte broek.’ Het was geeneens een vraag maar dat was niet helemaal duidelijk en dus degradeerde ik per direct van ‘gewoon de moeder van’ naar onnozole Hans: ‘Jazeker mevrouw, deze zijn echt supercool onder een korte broek en dan met lange sokken. En dat zou hij dan ook kunnen combineren met dit vette t-shirt bijvoorbeeld.’ Waarop de verkoper echt een spuuglelijk shirt uit het rek viste.

Het was een week vol levenslessen. En dat op mijn leeftijd.

May be, bye May

May was our month of settling in.

In May we went on our first holiday in Europe.
In May we became used to a continuous forecast of rain and we also figured out that it actually doesn’t rain that often.
In May the children played outside ALL the time with all the kids in our neighbourhood.
In May we put our house on the market.
In May I got used to ‘Wednesday-afternoon-no-school’, which became ‘Wednesday-afternoon-warm-bread’ and resulted in tons of kids at our long table.
In May I was still angry with Joost now and then, but not as often as before.
In May we cycled everywhere and especially to the beach.

In May friendships became more solid. My children gained confidence and felt more and more at ease. They’ve gone through a period of despair after our move. They’ve been in denial, they didn’t want to be here. They’ve gone through a period of mourning; they felt like they lost their friends. Which, in a sense, is the case as their American friends are no longer part of their daily life.
In May I could see and feel them getting strong enough to accept, to be happy and to bounce back.

May was hectic, May was wonderful, maybe, May could stay.
Maybe, but I feel I can let go.

Bye May!

flamingo doei mei

Zinkend Schip

We verhuisden naar Nederland en de spullen verhuisden mee. Niet in hetzelfde tempo en ook niet op het beloofde tempo, want de boot verkeerde in zwaar weer. Nee, niet zo zwaar dat hij zou zinken. En nee, een omweg was niet aan de orde. De mevrouw van het verhuisbedrijf vond het niet grappig dat ik me met de logistiek bemoeide. Het was ook eigenlijk geen grap, ik vroeg me serieus af of ik iets zou missen als het schip daadwerkelijk van de radar zou verdwijnen.

Na zes weken in een tijdelijke accomodatie en anderhalve week kamperen in ons eigen oude huis, brak dan toch ‘de week van de spullen’ aan. De verhuizers zouden op dinsdag komen en terwijl ik op maandag achter mijn computer zat, zag ik plots een rood verhuiswagentje de straat inrijden. De bus stopte voor mijn huis en er stapten twee mannen uit. Ik racete naar beneden, trok de deur open en piepte: ‘Uhhh, jullie komen toch zeker morgen!?’ Veranderingen, ik kan er maar ‘zo zo’ mee omgaan. Wat bleek, ze waren in de buurt en kwamen alleen even polshoogte nemen.

Het waren twee mannen op leeftijd. De een had alvast een wondje op zijn hoofd. Doos erop gekregen misschien. De ander had haar tot halverwege zijn middel. Ik had daar verder geen uitgesproken mening over, al leek het me wel lastig sjouwen. Ze vroegen dingen zoals waar ze het beste konden parkeren. Ik dacht daar hardop over mee (misschien kunnen jullie daar gaan staan, of daar?) terwijl, rijden met een zeecontainer leek me al een opgave, laat staan een vrachtwagen met daaróp een zeecontainer parkeren in een vrij smal straatje.

De volgende dag waren ze met zes mannen. Ik serveerde koffie en sjouwde ook dozen zodat het niet leek alsof ik dat als vrouw niet kon. Ik pakte – als enige – ook dozen uit en het viel me op dat het jarige gevoel waar iedereen het altijd over heeft, uitbleef. Kon komen doordat we in woonoppervlakte gehalveerd waren, of omdat ‘het toch altijd tegenvalt hè’. Ik redeneerde al snel dat we niet perse veel haden gekocht, maar dat we vooral niks hadden weggegooid.

Iets van paniek maakte zich van me meester: ‘Oh sjezus, hebben we dit OOK bewaard en DIT?’ en dan vouwde ik de doos heel snel dicht. Het was geen houdbare situatie natuurlijk, dat begreep ik ook wel. Iemand moest dit oplossen en ik wist niet wie en ergens was het dus wel fijn geweest als dat schip gewoon eventjes was gezonken.

flamingo verhuizing021 copy

Serenity in the midst of chaos

Hi! Yes we moved, we’re in the Netherlands and it’s been nice and hectic and sad and stressful and relaxed and overall we’re happy. Could be because we’re staying in a wonderful Airbnb house. Last weekend though, we agreed with the owner to temporarily leave it as he needed it for himself. It sounded perfectly logical when we agreed to do so about three months ago, but once the moment was here, it made no sense at all.

WHY did we agree to move out of a temporary accommodation to move to another temporary accommodation? The hassle of packing bags (again), of sleeping in another bed (again), of taking the kids to school from yet another place (again).

Once in the apartment though the rush immediately disappeared and it truly felt like a weekend away. There was no washing machine, there were no ‘things’ to arrange like a new dentist, there were no new friends to be made, there were no new parents of potential new friends of the children to meet, and there were no activities planned. It was just the five of us and the sea and the city and the beach and a festival.

The festival is called Boekids and is a yearly cultural festival for children in a pop stage environment, which made it extra cool. There were writers reading from their work, singers singing, pancakes, popcorn and all kinds of fun activities. Boris did a theatre workshop, we learned how to make an illustrated video, we took a picture in a tiny Alice in Wonderland house and halfway through the festival we listened to ‘Clean Pete’; a talented young singer-songwriters duo. They performed songs while interacting like pro’s with their audience.

We had never heard of Clean Pete, but we loved it. The children danced to the songs, Boris went on stage when they asked if someone would be brave enough to do so (I was happy I wasn’t him, because I would have never dared to do that, I honestly had to stop myself from discouraging him) and Joost and I just sat there, watching, reflecting and enjoying our children. There was one song we had to sing-a-long with the chorus. So the audience started: ‘Het is zo, zo zo fijn, zo fijn om alleen te zijn.’ Translated: ‘It’s so, so, so nice, so nice to be alone.’ The lyrics, the rhythm, it was perfect.

The next day I drove the kids to school and we listened to the Clean Pete cd. Then the ‘alone song’ played and together we sang the chorus. Singing with my children, driving through a well-known country with different versions of ourselves, listening to – for us – new music, made me confident that we will get there. Wherever there might be.

A strong body is a beautiful body

Seven months ago I started CrossFit. If you have no clue what it is, read this. Last weekend I joined a CrossFit competition. No, of course I didn’t master any of the skills. No, of course I wasn’t ready, or strong enough, or any other excuse you could possibly think of. But I did it and it was stressful and amazing and I liked it and here are my top three reasons.

1. The team spirit
The team spirit is great. We joined the competition with six individuals that had worked out together every now and then. We supported each other as if we had known each other for years though. I was proud when I did something better than I thought, but I was even happier when one of my team members did something they thought impossible. You’re doing your best for you, but you’re especially doing your upmost best for the other five. After day one we ended in the bronze category with 24 other teams. We had totally expected this to happen. What we hadn’t expected at all was that we dominated the first WOD (workout of the day ) in our category of that second day. The flow was right and our double unders just rocked. (If anything, master those dubs! ;))

2. Yes you can
Your body can handle so much more than you think. Yes, of course I was (extremely) nervous before every single WOD, but I linked 10 pull ups instead of 5, I could lift more weight – okay, this is not true, I really am an average lifter on a good day – but I jumped higher and fought harder and we achieved so much more than we thought possible. Of course you push yourself during a normal workout, but a competition makes you go the extra mile, a competition is not only physically challenging, it definitely is a mental challenge as well. I’m truly amazed by what you can handle when you feel you have to.

3. You’re so strong mom!
My family came with me and supported us. It was a conditio sine qua non (I wouldn’t have done it without them because joining a competition was already way out of my comfort zone). They danced around on the field, they enjoyed watching everybody and they were the perfect cheerleaders. Especially Boris thought it was so impressive what we were doing and what we were capable of. He told me a few times: ‘Mom, you’re so strong!’ It was the BESTESTcompliment ever and it’s something that I hope my children will live by. Forget about pretty, thick, thin, small, tall, old, young, tiny or big; a strong body is a beautiful body.

So yes, I can recommend CrossFit. It has made me stronger, more resilient and happier. And yes I would definitely recommend joining a competition. It’s surprising to see what you’re capable of, the team spirit is amazing and above all, it’s so much fun!

Crossfit comp

Bobbie crossfit
Crossfit locatie
Crossfit group
Crossfit kettle bell