Eerlijk is saai

‘Misschien gaan we binnenkort verhuizen,’ zeg ik tegen vriendin B. ‘Misschien ook niet,’ voeg ik direct toe. Als je zegt dat je heel snel verhuist wil je dat mogelijk onbewust heel graag en dan gebeurt het never nooit niet.
‘Als je verhuist kun je een andere identiteit aannemen.’ Zegt vriendin B. met een serieus gezicht.
Ik kijk vriendin B. – die ik niet zomaar in de Russische koordanseres Svetlana zie veranderen – verbaast aan. Ze fantaseert er lustig op los. Ik denk na over mijn eventuele andere identiteit, maar ik heb VEEL meer ideeën bij het dubbelleven van man J.  In gedachten zie ik hem in een strak blauw pak oefenen voor het Cirque du soleil. Dat we serieus aan zijn collega’s zouden uitleggen dat hij die schommel midden in de woonkamer fervent gebruikt. En zo kom ik niet meer los van andere identiteiten.
Al appel etend loop ik een ‘winkeltje met leuke dingetjes’ binnen. Het is de derde appel van de dag. Zo lekker zijn ze niet, maar kauwen is verslavend. De eigenaar kijkt naar mijn appel. Misschien ook niet, maar ik denk van wel. Snel neem ik nog twee happen en vraag: ‘Heb je ook een prullenbak?’
Hij: ‘Ja.’
Ik: ‘Mag ik mijn appel erin gooien?’
Hij: ‘Dat kan niet, hij staat hier (wijst naar een plek áchter de toonbank, waar het ding staat onder ook weer een berg dingetjes), dus ik moet het doen.’
Ik:. ‘Oké, maar dat is misschien wel een beetje vies?’ Ik denk graag voor anderen, het is een gave.
Hij: ‘Ik neem aan dat je geen enge ziektes hebt?’
Wat een kutvraag.
‘Nee’ zeggen is toch een beetje de goden verzoeken en een gemiste kans bovendien. Ik kan – terwijl ik hem het klokhuis overhandig – zeggen dat ik schurft heb, maar dat het bíjna weg is, dat het soms nog wel een beetje kriebelt, maar dat het ook makkelijk iets anders kan zijn hoor!
Toch zeg ik nee.
Ik kom vrij close als ik de fietsmeneer wederom consulteer. Deze keer heb ik de voorband lek gereden.
Ik: ‘Hoi! Kijk wat ik nu weer heb gedaan!’
De fietsmeneer: ‘Zullen we er gelijk een slimy tube inzetten?’
Ik: ‘I LOVE the slimy tube!’
De fietsmeneer: ‘Heb jij hem kapot gereden of Jeust?’ (Joost wordt Jeust want een dubbele ‘o’ in het Engels: moeilijk).
‘Ik!’ Roep ik direct. Terwijl ik ook kan zeggen dat het Jeust (Man J.) was en dat hij inderdaad oefende om over een spijkerbed te fietsen en nou ja, dat het niet helemaal gelukt is.
Kortom; ik ben te eerlijk. Echt jammer.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.