Tag Archives: verhuizen

Moving is a memory game

This is going to be an easy move. We don’t have to cross an ocean or time zone. We do have to say goodbye, but we can catch up with our favorite neighbors whenever we want. The children won’t change schools and we will continuously sleep in our own beds instead of in Airbnb rentals for weeks.

The End.

Ha. Ha.

1. I’m panicking all the boxes myself. No, that is not misspelled.
2. The children and especially the girls tell me everyday that they don’t want to move because they LOVE the kids in the neighborhood.
3. The house is not finished yet and we will have to camp while people are still working on things.
4. The children relive previous moves.
5. I’m reliving previous moves too and I’m so aware of the fact that this move marks the end of our ‘living abroad life’.

Okay, where I said ‘easy’ with regard to this move, I meant ‘less hard’. Because moving in general is not easy. You leave a place that holds so many memories. When I’m stacking boxes in the smallest room of the house, I’m thrown back to changing Lucie’s diapers when she was just born. Eight diapers in four hours and that was perfectly healthy (said the doctor whom we phoned in despair because this couldn’t be normal?!) I remember Boris’ first steps and gosh, coming home with Bobbie from the hospital, dying to introduce number three to world.

Having lived abroad means I’m packing things from various parts of the world. I’m thrown back to beaches, houses, parties, friends. The children help me pack and together we go through pictures of our farewell parties in South Africa and the USA: ‘Oh mum, I remember that day, the donut biting game was so much fun!’ The memories are sweet and I wanted to write that the process is heavy, but I refuse to do so. It’s actually really nice to relive memories and it’s really good to experience that every filled box brings us closer to our new home.

Goodbyes were more definite when we moved overseas; we left a place and country we will most likely never live in again. Moving only one mile is easier, but it still feels like marking the end of a part of our life. It makes me sad and happy at the same time but happiness overrules. I wouldn’t change a thing and will again and again choose to move, to go UP! and add stories to our adventure book.

tekening-laan-van-middenburg-ballonnen

Een beroep op de verhuizer

blog-verhuizen-tekening‘Dat wordt dan plusminus 1500 euro. Komt dat een beetje overeen met wat u in gedachten had?’ vraagt de verhuizer.

We zijn zojuist door mijn huis gelopen, de heel erg ervaren verhuizer – die het nooit koud heeft en ook heel goed tegen de warmte kan – en ik. Komt door het jarenlange verhuizen, dan ben je toch vaak buiten. Ik vind het een groot voordeel van het beroep, ik heb het echt heel vaak net iets te koud of te warm. Toch zou ik geen verhuizer willen worden. Ik overzie het inpakken van mijn eigen huis al nauwelijks en ik denk dat mensen tegen wie ik zou zeggen: ‘Jezus wat veel spulletjes, geen idee hoe ik dit nou weer aan ga pakken, laat staan inpakken’ (wat wel mijn standaard grap zou worden) mij toch minder snel zouden kiezen.

Laatst nam ik met de kapster verschillende beroepen door. Iets waarbij je heel hard nodig en dus nuttig bent, leek ons wel wat. Loodgieter bijvoorbeeld, maar dan moet je dus ook verstopte wc’s repareren. Verwarmingsmonteuren moeten met kerst op pad, artsen zitten altijd met bloederige situaties en ook van een ingegroeide teennagel bij de huisarts moesten we bijna spugen. Voor huurmoordernaar waren we te schijterig. Kwam bij mij vooral door een afgehakte hand in een pot die ik laatst in een televisieserie voorbij zag komen. Aan de andere kant, met een pistool is de klus zo geklaard, de werktijden zijn flexibel en de verdiensten royaal. En zo eindigde het beroep toch verdacht hoog op het lijstje.

De verhuizer kijkt me vragend aan. Lastige, lastig, financiële dingen worden in mijn hoofd vrij snel onoverzichtelijk. Zo vind ik 1500 euro behoorlijk veel voor iets dat heus noodzakelijk is, maar maar niet superleuk ofzo. Maar om zo’n gesprek met de verhuizer, die ik tenslotte pas net ontmoet heb, aan te zwengelen? Ik moet het vergelijken met iets in dezelfde categorie, maar met wat?

In mijn hoofd gaan deurtjes open in een zoektocht naar vergelijkingsmateriaal. Er staan Leontines achter. Bijvoorbeeld één met een gebraden kip. Als je me vraagt of ik een gebraden kip van 15 euro een beetje een okay bedrag vind, dan koop ik haar niet. Waar gebeurd. Maar ja, het is niet te vergelijken met een verhuizing. Een paar laarzen van 300 euro vind ik ook veel, maar als ze heel mooi zijn, zou ik het denk ik wel doen.

De verhuizer die het nooit te warm of te koud heeft, kijkt me nu ongeduldig aan. ‘Ik overleg het even met mijn man,’ zeg ik dan maar.
De verhuizer knikt opgelucht.

Zinkend Schip

We verhuisden naar Nederland en de spullen verhuisden mee. Niet in hetzelfde tempo en ook niet op het beloofde tempo, want de boot verkeerde in zwaar weer. Nee, niet zo zwaar dat hij zou zinken. En nee, een omweg was niet aan de orde. De mevrouw van het verhuisbedrijf vond het niet grappig dat ik me met de logistiek bemoeide. Het was ook eigenlijk geen grap, ik vroeg me serieus af of ik iets zou missen als het schip daadwerkelijk van de radar zou verdwijnen.

Na zes weken in een tijdelijke accomodatie en anderhalve week kamperen in ons eigen oude huis, brak dan toch ‘de week van de spullen’ aan. De verhuizers zouden op dinsdag komen en terwijl ik op maandag achter mijn computer zat, zag ik plots een rood verhuiswagentje de straat inrijden. De bus stopte voor mijn huis en er stapten twee mannen uit. Ik racete naar beneden, trok de deur open en piepte: ‘Uhhh, jullie komen toch zeker morgen!?’ Veranderingen, ik kan er maar ‘zo zo’ mee omgaan. Wat bleek, ze waren in de buurt en kwamen alleen even polshoogte nemen.

Het waren twee mannen op leeftijd. De een had alvast een wondje op zijn hoofd. Doos erop gekregen misschien. De ander had haar tot halverwege zijn middel. Ik had daar verder geen uitgesproken mening over, al leek het me wel lastig sjouwen. Ze vroegen dingen zoals waar ze het beste konden parkeren. Ik dacht daar hardop over mee (misschien kunnen jullie daar gaan staan, of daar?) terwijl, rijden met een zeecontainer leek me al een opgave, laat staan een vrachtwagen met daaróp een zeecontainer parkeren in een vrij smal straatje.

De volgende dag waren ze met zes mannen. Ik serveerde koffie en sjouwde ook dozen zodat het niet leek alsof ik dat als vrouw niet kon. Ik pakte – als enige – ook dozen uit en het viel me op dat het jarige gevoel waar iedereen het altijd over heeft, uitbleef. Kon komen doordat we in woonoppervlakte gehalveerd waren, of omdat ‘het toch altijd tegenvalt hè’. Ik redeneerde al snel dat we niet perse veel haden gekocht, maar dat we vooral niks hadden weggegooid.

Iets van paniek maakte zich van me meester: ‘Oh sjezus, hebben we dit OOK bewaard en DIT?’ en dan vouwde ik de doos heel snel dicht. Het was geen houdbare situatie natuurlijk, dat begreep ik ook wel. Iemand moest dit oplossen en ik wist niet wie en ergens was het dus wel fijn geweest als dat schip gewoon eventjes was gezonken.

flamingo verhuizing021 copy

We prolongeren onze titel

Ik hoor het man J. nog zo zeggen: ‘Maak je geen zorgen (schatje), Unilever zit alleen in normale delen van de wereld.’ Ik geloof man J. want onze relatie is gebaseerd op vertrouwen. Over die mogelijke baan in Amerika twijfel ik dan ook geen moment. Ik zie ons New Jersey en omgeving onveilig maken en als we met zijn vijven in een eierdopje moeten wonen, kan me dat weinig schelen. Hoe hip, hoe lucky!

Dan wijst man J. op de kaart aan waar Unilever nog meer kantoor houdt in Amerika. Althans, we kijken op Google Maps en zoomen een keer of 80 in tot er niets dan land met daarin een heel klein kabouterstadje opdoemt. ‘En daar zit nou Walmart,’ zegt man J. enthousiast. ‘En Walmart is echt heel groot!’ In supermarktland. Dat het me worst zal zijn komt nog het dichtst in de buurt van mijn interesse voor de fast moving consumer goods branche.

Arkansas. Hilarisch vind ik het in eerste instantie. Daar gaan we toch zeker niet echt wonen? Niemand wilde er ooit levend gevonden worden, niemand ging er ooit op vakantie en niemand etcetera. Maar mooie baan, nieuw team en zo wordt het van kwaad tot serieus. Hoe vertel je de kinderen zoiets als je zelf nog in de acceptatiefase zit en alleen nog maar gniffelende gesprekken met vriendinnen voert over 1. Dikke Amerikanen 2. Couponning 3. Onaantrekkelijke mannen met vierkante kaaklijnen en 4. Dat ik mijn troefkaart ‘Nee, ik ga echt ongelukkig worden tussen die imbeciele Amerikanen’ nu echt in ga zetten?

Zouden we er werkelijk ongelukkig worden? Laatst vroeg Boris (7) waarom ik er zo’n leuke dag van had gemaakt. Ze waren naar school geweest, er kwam een vriendin langs met kinderen in dezelfde leeftijd, we maakten een wandeling en we aten pannenkoeken. Niet heel bijzonder, vond ik. Maar dat hij dat vol overtuiging zei, maakte mij wel extreem gelukkig.

Geluk heeft – in principe – niks met je woonplaats te maken. Het is een gevoel, iets dat je kunt zijn en afdwingen zelfs. We hebben gestruggeld om Zuid-Afrika ons thuis te maken, maar we zijn hier nu heel gelukkig. ‘We hoeven het alleen nog maar te blijven!’ Zegt man J. (opgelucht dat ik ook iets positiefs te melden heb). Natuurlijk is je titel verdedigen het lastigste dat er is, maar geluk zonder inspanning, dat bestaat ook niet. Dus, doe mij een hamburger, een nieuw accent en ik ga vast korting bonnetjes sparen; America, here we come.

Dit stukje verscheen eerder op oudersonderling.nl