Zinkend Schip

We verhuisden naar Nederland en de spullen verhuisden mee. Niet in hetzelfde tempo en ook niet op het beloofde tempo, want de boot verkeerde in zwaar weer. Nee, niet zo zwaar dat hij zou zinken. En nee, een omweg was niet aan de orde. De mevrouw van het verhuisbedrijf vond het niet grappig dat ik me met de logistiek bemoeide. Het was ook eigenlijk geen grap, ik vroeg me serieus af of ik iets zou missen als het schip daadwerkelijk van de radar zou verdwijnen.

Na zes weken in een tijdelijke accomodatie en anderhalve week kamperen in ons eigen oude huis, brak dan toch ‘de week van de spullen’ aan. De verhuizers zouden op dinsdag komen en terwijl ik op maandag achter mijn computer zat, zag ik plots een rood verhuiswagentje de straat inrijden. De bus stopte voor mijn huis en er stapten twee mannen uit. Ik racete naar beneden, trok de deur open en piepte: ‘Uhhh, jullie komen toch zeker morgen!?’ Veranderingen, ik kan er maar ‘zo zo’ mee omgaan. Wat bleek, ze waren in de buurt en kwamen alleen even polshoogte nemen.

Het waren twee mannen op leeftijd. De een had alvast een wondje op zijn hoofd. Doos erop gekregen misschien. De ander had haar tot halverwege zijn middel. Ik had daar verder geen uitgesproken mening over, al leek het me wel lastig sjouwen. Ze vroegen dingen zoals waar ze het beste konden parkeren. Ik dacht daar hardop over mee (misschien kunnen jullie daar gaan staan, of daar?) terwijl, rijden met een zeecontainer leek me al een opgave, laat staan een vrachtwagen met daaróp een zeecontainer parkeren in een vrij smal straatje.

De volgende dag waren ze met zes mannen. Ik serveerde koffie en sjouwde ook dozen zodat het niet leek alsof ik dat als vrouw niet kon. Ik pakte – als enige – ook dozen uit en het viel me op dat het jarige gevoel waar iedereen het altijd over heeft, uitbleef. Kon komen doordat we in woonoppervlakte gehalveerd waren, of omdat ‘het toch altijd tegenvalt hè’. Ik redeneerde al snel dat we niet perse veel haden gekocht, maar dat we vooral niks hadden weggegooid.

Iets van paniek maakte zich van me meester: ‘Oh sjezus, hebben we dit OOK bewaard en DIT?’ en dan vouwde ik de doos heel snel dicht. Het was geen houdbare situatie natuurlijk, dat begreep ik ook wel. Iemand moest dit oplossen en ik wist niet wie en ergens was het dus wel fijn geweest als dat schip gewoon eventjes was gezonken.

flamingo verhuizing021 copy

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *